Atlas keert terug op het dak van het Koninklijk Paleis Amsterdam. Teruggebracht is ook de kleur van de zeventiende en achttiende eeuw. En tegelijkertijd is Atlas ontdaan van een last die het beeld al eeuwen parten speelt.
Beeld: Tineke Dijksta (RVB)
In de werkplaats van Derek Biront in Antwerpen dringt de omvang van het Atlasbeeld pas echt door. Er staan - naast het koperen hemelgewelf dat in zijn tuin op een houten stellage rust - twee reusachtige bronzen delen waarvan het onderste deel meer dan twee meter hoog is. ‘Het Atlasbeeld is meer dan levensgroot. Het is, in de lengtematen van die tijd, twaalf voet. En een voet is ongeveer dertig centimeter. Je moet die schaal ook hebben om vanaf het straatbeeld iets over te houden’, zegt Biront.
‘Beste beeldhouwer in de Nederlanden’
Het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) vroeg hem om Atlas en de andere beelden te restaureren. Biront heeft restauratie en geschiedenis gestudeerd. Maar hij is vooral gekozen vanwege zijn unieke in de praktijk opgedane ervaring met herstel van oud brons. Hij is een autoriteit in zijn vakgebied en met het verwerven van deskundigheid uit Vlaanderen herhaalt de geschiedenis zich. De Antwerpse kunstenaar Artus Quellinus kreeg in 1650 van het stadsbestuur de opdracht om de beelden – binnen en buiten - voor het nieuwe stadhuis (het huidige Koninklijk Paleis Amsterdam) te maken. ‘Hij is specifiek naar Amsterdam gehaald voor dit project. Hij was een vermaard kunstenaar, op dat moment de beste beeldhouwer in de Nederlanden. Maar ook het concept van ondernemerschap moeten we niet onderschatten. Als je ziet wat hij heeft geproduceerd in een tiental jaren, dat is wel echt gigantisch. Hij was een goede manager die al die mensen die voor hem werkten goed kon aansturen.’
Ateliermanager
De Atlas op het dak heeft hij waarschijnlijk niet meer gezien, denkt Biront. In 1665 was hij teruggekeerd naar Antwerpen. Helemaal zeker is ook niet waar we precies de hand van de meester zien. ‘Hij had vooral een superviserende rol. Hij was een soort ateliermanager die het ongetwijfeld allemaal zelf kon. En het ongetwijfeld in sommige gevallen ook zelf deed. Maar het is niet zo dat hij het beeld van a tot z heeft gemaakt. Timewise is dat onmogelijk. Maar hoe dichter je naar het eindresultaat komt, hoe groter de kans dat je zijn hand ziet.’ Jammer genoeg ontgaat je vanaf de straat de verfijning van Quellinus’ werk. Alleen dichtbij zie je de details van de levensechte gekrulde lokken. En ook de ernstige blik van Atlas die het hemelgewelf moet dragen.
Zompig Amsterdam
Het stenen Atlasbeeld dat het gietmodel voor het bronzen beeld vormt, kun je nu bewonderen in de Burgerzaal van het Koninklijk Paleis Amsterdam. ‘Het vermoeden is dat Quellinus maar beperkt betrokken is geweest bij het gietproces’, zegt Biront. Daarvoor tekende Francois Hemony uit Lotharingen die veel ervaring had met het gieten van bronzen klokken. Biront is onder de indruk van het vakmanschap. Een reusachtig beeld dat je in slechts twee delen giet, was een huzarenstukje. ‘Hoe groter de delen, hoe moeilijker en hoe prestigieuzer’, aldus Biront. Tot in de negentiende eeuw was Atlas het grootste bronzen beeld ooit in de Nederlanden. Het weegt naar schatting 3500 kilo, inclusief bol.
De enorme mallen zijn in een kuil gezet om ze stabiel te houden tijdens het brons gieten. ‘Zo’n diep gat was een probleem in het zompige Amsterdam. Niet toevallig was de gieterij vlak naast een gracht op een hoger stukje zanddijk gelegen waar de mallen konden worden ingegraven.’
Beeld: Tineke Dijkstra (RVB)
Gewapend beton
Die enorme schaal van het beeld bezorgde het atelier van Artus Quellinus hoofdbrekens. Hoe zorg je ervoor dat de twee enorme onderdelen goed met elkaar verbonden bleven? Biront: ‘Men heeft een systeem bedacht dat een beetje onconventioneel is. In het beeld zaten ijzeren staken en de holte is volgestort met baksteen en mortel. Dus niet in metselverband, maar echt los gestort. Samen met de ijzeren staken was het zo een soort gewapend beton geworden. In de schouder van Atlas zit een gat met een kapje erop dat bedoeld is om het puinmengsel in te kunnen gieten.’
Verlost van zijn last
In de achttiende eeuw dreigden de beelden van hun sokkels te vallen omdat ze niet stevig en diep (60 centimeter) genoeg verankerd waren in het gebouw. De staken zijn toen doorgetrokken tot de dakgebinten (150 centimeter). Maar de methode van gestort puin vermengd met mortel bleef behouden. ‘Het gevolg was dat het vocht niet weg kan’, zegt Biront. ‘Veel mensen denken er niet aan, maar er is altijd vocht in beelden. Het kan binnendringen door kleine scheurtjes en je hebt natuurlijk condensatie. Omdat het beeld gevuld was, kon het vocht niet weglopen en verzamelde zich in kommetjes. Met vorst zet het dan uit en ontstaat er barstschade.’
Beeld: Tineke Dijkstra (RVB)
Geen 'gewapend beton' maar roestvrijstalen stangen houden Atlas nu bijeen.
Dat is telkens verholpen, maar de oorzaak werd niet weggenomen. Atlas (en de andere beelden ook) is nu door Biront van deze last verlost. Het puin is eruit. ‘Een deel bewaren we voor analyse. En een ander deel ligt op mijn oprit.’ Atlas is nu weer hol, net als na het gieten in de zeventiende eeuw. Door deze ingreep laat Biront Atlas ademen: het vocht kan weg. Het ‘gewapende beton’ is vervangen door roestvrijstalen stangen die de twee delen stevig met elkaar verbinden.
Klimaatverandering en zure regen
Een ander belangrijk onderdeel van de restauratie was het terugbrengen van de oorspronkelijke kleur. Toen de beelden afgewerkt werden in de gieterij glommen ze nog. Dat duurde niet lang. Het vermoeden is dat zwaveldampen uit de grachten - toen feitelijk een riool - de verkleuring hebben versneld. Samen met het RVB heeft Biront onderzoek gedaan naar oude schilderijen, etsen en schetsen van het stadhuis. De slotsom: de beelden waren donkerbruin.
En niet groen, zoals ze voor de restauratie waren. ‘Dat groene komt door de luchtvervuiling van de twintigste eeuw. Eigenlijk vooral door de zure regen.’ Brons is een legering en het koper in het brons is gaan oxideren door de zure regen en daardoor zijn de beelden groen uitgeslagen.
De zure regen behoort inmiddels tot het verleden. Het groene laagje op de beelden heeft Biront eraf gezandstraald met een mengsel van notenschillen. Dat is hard genoeg om de oxidatie te verwijderen, maar niet zo hard dat het brons beschadigd raakt. De beelden zijn nu weer donker en dat blijft ook zo, zegt Biront. ‘De opwarming van de aarde doet voorlopig niets verkeerd met het brons.’
Wat vindt Derek Biront van het Atlasbeeld?
Beeld: Tineke Dijkstra (RVB)
‘Deze Atlas vind ik mooi, vernieuwend ook. De typische pose is dat Atlas bijna verpletterd wordt. Hier is het een geweldenaar. De houding is: “kijk eens, ik houd die globe gewoon vast”. Atlas is eigenlijk een beetje een buitenbeentje tussen de andere beelden. Die beelden zijn een typisch wederkerend ensemble op een raadhuis. Beelden als Gerechtigheid, Voorzichtigheid en Waakzaamheid stonden symbool voor de deugden van de machthebbers. Waarom Atlas daar staat? Daarvoor bestaan verschillende verklaringen. Atlas draagt het hemelgewelf en dat kan symbool staan voor het dragen van macht. Het is niet: “wij zijn de baas”. Maar: “wij moeten de macht dragen. We zijn dan wel de baas maar we moeten het ook torsen”.’

Derek Biront, Atlas en de tijdcapsule
DownloadTijdcapsules uit 1916 en 2026: 'Beschrijving der Restauratie-werken'
Op 9 april 2026 is de tijdcapsule (een loden koker) uit 1916 terug geplaatst in het koperen hemelgewelf van het Atlasbeeld van het Koninklijk Paleis Amsterdam. De koker uit 1916 bevatte een beschrijving van de werkzaamheden uit 1915 en 1916. Deze keer is een beschrijving van de restauratie van het dak van het Koninklijk Paleis Amsterdam (2023 – 2026) in de koker gestopt.




