Sinds 29 mei 2026 geldt voor monumenten een energielabelplicht. Volgens RVB’er Vera Franken vraagt verduurzaming van erfgoed om maatwerk. ‘Het mooiste is als je een gebruiker kunt laten zien wat er allemaal mogelijk is.’

Vera Franken bij de de Kanselarij der Nederlandse Orden in Den Haag.
Voor alle overheidsgebouwen geldt sinds 29 mei een verplichting om een energielabel te hebben. Ook monumenten moeten aan deze eis voldoen. De nieuwe regels komen voort uit de Europese richtlijn EPBD IV, die voor een deel is verwerkt in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Volgens Vera Franken, expert duurzaamheid monumentaal vastgoed bij het Rijksvastgoedbedrijf (RVB), is dat onderscheid belangrijk. ‘Het is niet zo dat elk monument vanaf morgen, of in de toekomst, label A+++ moet hebben. Dat gaat niet, omdat de opgave verreweg te groot is en het is ook niet in alle gevallen wenselijk.’
Het RVB beheert ruim 200 rijksmonumenten en daarnaast meer dan 400 monumenten van Defensie. Van een groot deel daarvan is nog helemaal geen energielabel beschikbaar. Voor de rijksportefeuille zijn 55 energielabels beschikbaar, Defensie staat nog aan het begin. ‘Er wordt keihard gewerkt om ervoor te zorgen dat alle monumenten zo snel mogelijk een energielabel hebben’, zegt Franken.
Duurzaam Monumententeam
Ze wil af van het idee: het is een monument, dus verduurzamen kan niet. De uitdaging is volgens haar dat er geen standaardoplossing bestaat voor monumenten. ‘Je moet het op een goede manier doen door de juiste ingrepen te kiezen. En daar ligt onze expertise.’
Om beter samen te kunnen werken met andere afdelingen, heeft Franken een Duurzaam Monumententeam opgericht, waarin collega’s van de secties Monumenten en Kunst, Duurzaamheid en Energie en Duurzaamheid en Comfort maandelijks kennis en projecten uitwisselen. Ook bij (voor)onderzoeken voor verduurzaming trekken monumenten- en duurzaamheidsadviseurs samen op.
Tijdwinst
‘Dat levert veel tijdwinst op. Een energielabelberekening die vaak door een externe partij wordt opgesteld, vormt de basis waarmee een vooronderzoek kan worden opgezet. Voorheen kwam uit zo’n onderzoek vaak een soort standaardadvies, wat niet bruikbaar was voor een monument. Dat wil niet zeggen dat je bij een monument nooit de muren kunt isoleren, of dat je altijd van de ramen moet afblijven. Je moet per monument kijken waar de kansen en mogelijkheden liggen.’

Vera Franken: ‘Er wordt keihard gewerkt om ervoor te zorgen dat alle monumenten zo snel mogelijk een energielabel hebben’
Een gebouw uit de negentiende eeuw kan bijvoorbeeld nauwelijks monumentale interieurwaarden hebben, waardoor ingrepen relatief eenvoudig zijn. Een ander pand kan juist historische plafonds, gevels of interieuronderdelen bevatten die bescherming verdienen. ‘Wij kennen onze panden. Daardoor kunnen we meteen zeggen: hier kan het wel, daar moet je vanaf blijven en hier kan het misschien wel als je het goed ontwerpt.’
Restauratiearchitect
Om te voorkomen dat monumenten automatisch in een standaard verduurzamingsmolen terechtkomen, ontwikkelde het RVB een integrale uitvraag voor duurzaamheidsonderzoeken, specifiek voor monumenten. Een breder onderzoek dan het vooronderzoek. Daarbij worden niet alleen technische maatregelen bekeken, maar ook onderhoud, monumentale waarden en toekomstige gebruiksscenario’s.
Ingenieursbureaus krijgen bovendien de opdracht om samen te werken met een restauratiearchitect. Zo wordt voorkomen dat een advies over een bepaalde verduurzamingsmaatregel eindigt met de toevoeging: ‘Let op, het is een monument en het mag misschien dit niet.’ ‘Daar heb je niets aan. Je wilt juist weten: mag het wel of niet? Nu we samen optrekken bij zo’n integraal onderzoek, komt er een advies uit waar we wel wat aan hebben.’
Verduurzamen kan wel
Een goed voorbeeld is het onderzoek naar de Kanselarij der Nederlandse Orden en het Kabinet van de Koning. Bij de Kanselarij was aanvankelijk geen grote renovatie gepland, maar er was wel sprake van achterstallig onderhoud. Het RVB heeft een integraal duurzaamheidsonderzoek gedaan, waaruit blijkt dat verduurzaming mogelijk én zinvol is. Inmiddels wordt het project voorbereid. ‘De gebruiker was heel blij en door dat onderzoek konden we laten zien: verduurzamen, het kan wel.’
Ook bij het Koninklijk Staldepartement leverde de aanpak verrassende resultaten op. Het onderzoeksbureau moest drie scenario’s uitwerken: het wettelijke minimum, de RVB-doelen voor 2050 en een verdergaande variant. De restauratiearchitect kon ook adviseren als de ambitie te hoog zou zijn. Dat bleek niet nodig. ‘Er kwam uiteindelijk echt een flinke plus uit: het pand zou zelfs energiepositief gemaakt kunnen worden. Zij zeiden achteraf zelf: we hadden vooraf nooit verwacht dat dat zou kunnen.’
Hardnekkig beeld doorbreken
Daarom wil Franken een hardnekkig beeld doorbreken: dat monumenten (en monumentenadviseurs) vooral beperkingen opleveren. ‘Mensen denken soms: we mogen toch nooit wat van jullie, want het is een monument. Maar als we gaan samen werken en zo’n onderzoek ligt er, dan denken ze: wacht even, dit kan allemaal wel.’