De Europese richtlijn voor de energieprestatie van gebouwen, de EPBD IV, brengt de komende jaren nieuwe duurzaamheidseisen met zich mee voor de vastgoedsector. Selina Roskam, coördinerend programmamanager duurzaamheid bij het Rijksvastgoedbedrijf (RVB), legt uit wat de richtlijn betekent voor het RVB.

Selina Roskam, coördinerend programmamanager duurzaamheid bij het Rijksvastgoedbedrijf (RVB).
EPBD IV: waar hebben we het precies over?
‘EPBD staat voor Energy Performance of Buildings Directive. Het is een Europese richtlijn die op 28 mei 2024 in werking is getreden. Een richtlijn werkt anders dan een Europese verordening: lidstaten moeten de regels eerst vertalen naar hun eigen wetgeving. Nederland doet dat onder meer via het Besluit bouwwerken leefomgeving, het Bbl.
Die invoering gaat stap voor stap. Een deel van de EPBD is al in Nederlandse regelgeving verwerkt, maar nog niet alles. We hebben al twee tranches gehad en in oktober verwachten we een internetconsultatie over de derde tranche. Er komt waarschijnlijk ook nog een vierde tranche. Daardoor weten we nog niet op alle onderdelen precies hoe de Europese regels er uiteindelijk in Nederland uit gaan zien.’
Wat gaan we merken van de EPBD?
‘De focus verschuift van energieneutrale gebouwen naar zogenoemde zero-emission buildings, ook wel ZEB genoemd. Het gaat dus niet alleen om hoeveel energie een gebouw gebruikt, maar ook om de CO2-uitstoot. Daarnaast is een belangrijke verandering de energielabelsystematiek. De huidige plusjes bij de labels verdwijnen uiteindelijk en er komt onder meer een A0-label. A0 staat voor een zeer goede energieprestatie, gekoppeld aan de nieuwe ZEB-norm en is daarmee ook aardgasvrij. Onze strategie vastgoed en ruimte ligt in lijn met de doelstelling voor ZEB, waarin we streven naar zeer energiezuinige en fossielvrije gebouwen in 2050, dus ook voor de bestaande portefeuille. Voor het RVB betekent het vooral dat verduurzaming meer en meer onderdeel is van het reguliere vastgoedwerk. Bij ieder gebouw moet je weten waar je staat en waar je naartoe moet.’
Hoe bepaal je waar je staat en naartoe moet?
‘Je kunt bijvoorbeeld kijken naar het energielabel en naar de WEii-indicator, de Werkelijke Energie intensiteit-indicator. Die geeft aan hoeveel energie een gebouw per vierkante meter gebruikt. We hebben daarvoor het WEii-protocol van de Dutch Green Building Counci (DGBC) gebruikt om een intern energiedashboard Energiekompas te ontwikkelen. Met de WEii-score en het energielabel van het pand heb je een veel beter beeld van de opgave.’

‘De opgave van het RVB is vooral een veranderopgave: mensen moeten andere keuzes gaan maken.’
Wat is op dit moment het doel voor de RVB-portefeuille?
‘Het doel van het RVB is het verdubbelen van de productie. Wat duurzaamheid betreft is A+++ en aardgasvrij een belangrijke richting. A0 bestaat namelijk nog niet in het Nederlandse systeem voor de bestaande bouw. Voor kantoren streven we nu nog naar A+++ en aardgasvrij in 2050; voor gevangenissen geldt A++ en voor defensiegebouwen gelden, afhankelijk van de gebruiksfunctie, andere uitgangspunten.
Bij grote renovaties zijn we al goed op weg. Alles wat we nu grootschalig renoveren, willen we naar minimaal energielabel A+++ brengen, zoals we in de Routekaart verduurzamen beschreven hebben. Omdat dit nog geen wetgeving is, zorgt dit wel voor discussies met de gebruikers van onze gebouwen. De uitdaging zit daarnaast vooral in bestaande gebouwen waar geen grote renovatie gepland staat. Daar kun je ook via instandhouding stappen zetten. Je vervangt bijvoorbeeld glas, een dak of installaties en maakt het gebouw steeds energiezuiniger. Een gebouw hoeft dus niet altijd volledig op de schop.’
Wat verandert er nog meer?
‘We willen nadrukkelijk van aardgas af. Daarvoor kijken we naar warmtenetten, warmte-koudeopslag en warmtepompen. We volgen de gemeente die de regie voert over de warmtetransitie en het warmteprogamma opstelt. Onze omgevingsmanagers onderzoeken wanneer het aardgas eruit gaat en wat het alternatief wordt. Als dat een warmtenet is dan proberen we aan te sluiten, zodat we ook een hefboom zijn voor de Nederlandse energietransitie. Daarnaast moeten gebouwen slimmer worden. Denk aan installaties die automatisch reageren op gebruik, zonlicht en buitentemperatuur zodat je bijvoorbeeld het energiegebruik in het weekend automatisch kan beperken.’
Welke rol speelt energiezekerheid bij de opgave van het RVB?
‘Een steeds grotere. Het terugdringen van fossiele afhankelijkheid draagt bij aan energiezekerheid. Als je zelf energie opwekt en opslaat, ben je minder afhankelijk van geopolitieke ontwikkelingen en schommelende energieprijzen. Voor ons gaat energiezekerheid bijvoorbeeld over of je nog kunt bouwen en je bedrijfsvoering uit kunt breiden, of de vraag hoe lang een gebouw kan blijven functioneren als de stroom uitvalt. Maar ook over de vraag hoeveel last je hebt van stijgende energieprijzen.
Zonnepanelen, en batterijen kunnen daar een rol in spelen. En rijksgronden en terreinen gebruiken voor eigen energieproductie. Uiteindelijk moeten we naar een totale aanpak: minder energie gebruiken, steeds minder fossiele energie, duurzame energie opwekken en het gebruik daarvan slim sturen. We hebben nu nog veel losse programma’s. Eigenlijk zou je willen dat we zeggen: dit zijn geen losse maatregelen, maar onderdelen van één vraagstuk. Wat is de slimste oplossing voor dit gebouw?’

‘Klimaatverandering maakt de urgentie van verduurzaming steeds zichtbaarder. Dat hebben we deze zomer ook heel goed kunnen zien met alle bosbranden in Europa.’
Het gaat dus vooral om de vraag: wat is het pad naar 2050…
Ja, precies. Stel dat een cv-ketel kapotgaat. Dan kun je niet simpelweg hetzelfde type ketel terugplaatsen, zoals nu nog te vaak wordt gedaan. We hebben al afspraken dat er minimaal een hybride warmtepomp-oplossing moet komen, maar eigenlijk wil je toe naar een fossielvrije installatie. Daarvoor moet je vooraf weten wat de plannen van de gemeente zijn en wat je met dat gebouw wilt.’
Wat is de grootste uitdaging bij verduurzaming?
‘Heel plat gezegd: geld. Op de grote portefeuilles is vaak discussie over het geld voor verduurzaming. Maar ik vind het belangrijk dat verduurzaming niet langer als iets bijzonders wordt gezien. Het moet onderdeel zijn van normaal vastgoedbeheer. Normering – zoals de EPBD – helpt daarbij. Die zegt: dit is de standaard. Maar dan moet de financiering daar ook op aansluiten. Anders gebeurt het dat duurzaamheid als eerste sneuvelt wanneer een project duurder wordt. Wij willen juist voorkomen dat we een gebouw nu minimaal aanpassen en over vijf jaar opnieuw moeten terugkomen. Als je toch aan het renoveren bent, wil je het liefst meteen naar de gewenste eindfase.’
Wat als we nog niet aan de wet voldoen? Hoe ga je daarmee om?
‘Het uitgangspunt is comply or explain. Je voldoet aan de regels of je legt goed uit waarom dat niet lukt en het op een ander moment gebeurt. Dat is niet bedoeld om maatregelen uit te stellen, maar om een realistische planning te maken. Soms is het bijvoorbeeld kostenefficiënter om verschillende maatregelen te combineren. Het is ook onze taak om aan te geven wanneer regelgeving moeilijk uitvoerbaar is.’
Waar zit de grootste veranderopgave bij verduurzaming?
‘We werken met de Routekaart verduurzamen en we moeten ervoor zorgen dat die nog beter gebruikt wordt. Daar hebben we nu een actieplan voor opgesteld. Daarnaast moeten we vooral goed beschrijven wie wat doet. Dat geldt voor de hele vastgoedketen: beleidsverantwoordelijke, portefeuillemanager, assetmanager, objectmanager, projectleider, instandhoudingsadviseur en de partijen die beheer en onderhoud uitvoeren. Iedereen moet weten wat zijn of haar rol is bij verduurzaming en de invoering van nieuwe regelgeving.’
Hoe nu verder?
‘De opgave is vooral een veranderopgave: mensen moeten andere keuzes gaan maken. Klimaatverandering maakt die urgentie steeds zichtbaarder. Dat hebben we deze zomer ook heel goed kunnen zien met alle bosbranden in Europa.’