De sloophamer is gewoonlijk het lot van tijdelijke gebouwen. Maar dankzij slim uitvragen (ontwerpeisen en wijze van vergoeden) heeft het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) voor de tijdelijke rechtbank in Amsterdam een tweede leven weten te bedingen.

Beeld: cepezed

Ja, ik wil de nieuwsbrief!

Het gebeurt niet vaak dat één gebouw twee keer wordt gebouwd. Maar dat is precies wat het RVB met de tijdelijke rechtbank in Amsterdam voor ogen had. ‘Normaal gesproken zou zo’n tijdelijk pand na het voltooien van de nieuwbouw worden gesloopt. Nu kozen we voor een circulaire aanpak,’ zegt Louise Attema, projectleider bij het RVB. ‘De opdrachtnemer was verantwoordelijk voor ontwerp, bouw, demontage en hergebruik.’

Geen spijkerpistolen

Tien jaar na de eerste oplevering begint het gebouw nu aan een tweede leven in Enschede als onderdeel van het Kennispark Twente. Dat is een bedrijventerrein en science park waar wetenschap en bedrijfsleven samenwerken.

‘We wilden afval voorkomen’, zegt Fokke van Dijk, adviserend architect bij het RVB. Om dat te bereiken, moest er anders gebouwd worden. ‘Geen spijkers, maar schroeven en bouten. De rechtbank was opgebouwd uit schroefbare staalconstructies, demontabele kanaalplaten (betonnen vloerdelen, red.) en houtskeletbouwgevels. Uiteindelijk kregen door deze aanpak bijna alle materialen een tweede leven. Alleen de loopbrug vond geen nieuwe bestemming.’ Zelfs de cellen kregen in hun nieuwe functie als vogelhuisjes nieuwe bewoners.

Slimme aanbesteding

Het tijdelijke gebouw was geen onderdeel van de nieuwbouw van de rechtbank. Het RVB koos bewust voor een aparte aanbesteding om partijen aan te trekken die gespecialiseerd zijn in circulaire oplossingen. ‘Zo konden wij en de markt de aandacht volledig richten op deze opgave’, legt Attema uit. Een haalbaarheidsstudie door de TU Delft hielp realistische eisen te stellen.

Centraal uitgangspunt: zo min mogelijk afval. De selectie gebeurde op twee criteria: uitvoerbaarheid en geloofwaardigheid van de circulaire aanpak. ‘We sorteerden niet voor op één oplossing’, zegt Attema. ‘Afval kon worden voorkomen door hoogwaardige demontabele materialen of door bestaande elementen uit oude gebouwen te hergebruiken.’ Uiteindelijk koos men voor nieuwe hoogwaardige demontabele materialen.

Financieel model: restwaarde

Een rekenmodel, ontwikkeld door het Nederlands Instituut voor Biobased Engineering, vergeleek de duurzaamheid van de biedingen. Het model beoordeelde materialen op afschrijftermijn en herbruikbaarheid.
Er zijn twee factoren die de uiteindelijke prijs van het gebouw bepaalden: de bouwkosten en de restwaarde van de herbruikbare materialen. Hoe hoger de restwaarde van de materialen, hoe goedkoper het gebouw zou worden. ‘Wij betaalden alleen het verschil tussen bouwkosten en restwaarde’, zegt Attema. ‘Wie het meest overtuigend aantoonde hoe materialen hergebruikt konden worden, kreeg de gunstigste bieding.’
Het RVB werd geen eigenaar van het gebouw. ‘De opdrachtnemer moest zelf nadenken over hergebruik’, zegt Attema. Du Prie en cepezedprojects won de aanbesteding. Na demontage in 2021 lag het gebouw twee jaar in opslag, tot cepezedprojects het verkocht aan een sloper.

Mentaliteitsverandering

Het project toonde aan dat circulaire ambities en een functioneel en representatief gebouw hand in hand gaan, zegt RVB-architect Van Dijk. ‘Demontabel bouwen is nu een standaard eis bij het RVB. Door te experimenteren stimuleren wij de markt om duurzame stappen te zetten.’

Het gebouw gaat in Enschede - en misschien zelfs op een derde locatie - een glanzende toekomst tegemoet. ‘De hoogwaardige materialen gaan nog jaren mee. Je kunt het prima opnieuw demonteren en elders hergebruiken.’ Een mentaliteitsverandering in de bouw is wel nodig: ‘Bouwvakkers zijn gewend aan spijkerpistolen. Schroeven en bouten vragen om andere vaardigheden.’