Buccaneer Delft: scale-ups in oude legeropslag

Ooit lag aan de Paardenmarkt buskruit opgeslagen. Na de Delftse donderslag (1654) die 500 huizen verwoestte, kwam er een artilleriekazerne met een magazijn. Tien jaar geleden verkocht het Rijksvastgoedbedrijf het complex. Wat gebeurt er nu? ‘Veel spin-offs van de universiteit.’

Joop Roodenburg en zijn vrouw Erni wandelen op een februari-avond in 2013 langs het leegstaande artilleriemagazijn aan de Paardenmarkt. Na de Tweede Wereldoorlog was het complex een opslagplaats van Defensie. De laatste jaren was het in gebruik bij het Legermuseum. Maar na de opening van het Nationaal Militair Museum in Soesterberg was het depot niet meer nodig. Joop en Erni Roodenburg zien het Te koop-bord en vragen zich af: ‘Wat voor mooie dingen kun je hiermee doen?’ Roodenburg leidt Huisman Equipment, een van de grootste kranenbouwers op de wereld. Vastgoed aankopen en ontwikkelen heeft hij nog nooit gedaan. Maar het avontuur lonkt en Roodenburg besluit een bod te doen. Dat blijkt succesvol: Roodenburg wordt in mei 2013 eigenaar van de Paardenmarkt 1 in Delft.

Beeld: RVB/Herman Zonderland
Ooit lag aan de Paardenmarkt in Delft buskruit opgeslagen

Buccaneer Delft

De volgende vraag: wat kun je met zo’n complex? Roodenburg stelt een team samen en organiseert brainstormsessies. De meest gehoorde suggestie: een combinatie van wonen, horeca en ‘iets met techniek’. Dat laatste sluit aan bij Roodenburgs achtergrond. Hij studeerde af aan de Technische Universiteit in Delft. Gaandeweg ontstaat het idee voor wat Buccaneer Delft zal gaan heten en in 2015 van start gaat. De Paardenmarkt moet een plek worden voor jonge bedrijven (scale-ups) die technologie ontwikkelen voor de energie- en offshore-sector. En dat is gelukt: inmiddels zitten er allerlei bedrijven (Buccaneers) die bezig zijn met onder meer CO2-opslag, geothermie en duurzaam transport. ‘Veel spin-offs van de universiteit’, aldus Roodenburg. ‘Ik heb hier de verbinding gelegd tussen mijn studie, mijn werk en de jonge bedrijven. We ondersteunen ze in hun groei en helpen ze onder meer via mijn netwerk.’ Daarnaast ontwikkelt Roodenburg een deel van het complex tot woningen en een restaurant Kruydt.

Rijksmonument

De verbouwing van een rijksmonument is niet gemakkelijk, maar het robuuste karakter is behouden gebleven. Zo zijn de markante gebogen houten spanten - de zogeheten Philibertspanten – zichtbaar gemaakt. Op de daken van het voormalig magazijn zijn ramen geplaatst voor extra lichtinval. En binnen zijn ruimtes voor de innovatieve bedrijven: de ‘Buccaneers’. Aan de westelijke kant staan woningen en aan de oostelijke kant, in het vroegere laboratorium, zit tegenwoordig restaurant Kruydt.

‘Het restaurant was het laatste project’, vertelt Roodenburg. Vrijwel alles is van de grond af nieuw opgebouwd, alleen de muren en kozijnen zijn origineel. ‘Met het restaurant hebben wij dit terrein voor iedereen toegankelijk gemaakt.’ Wie het wil, kan vergaderruimte reserveren in Kruydt. ‘Zo is het voorheen zo gesloten complex nu een toegankelijke plek met veel bedrijvigheid en waar je lekker kunt eten.’

Beeld: RVB/Herman Zonderland
De markante gebogen houten spanten - de zogeheten Philibertspanten – zijn zichtbaar gemaakt.

Rol van het Rijksvastgoedbedrijf

‘Het complex heeft nog nooit in zo’n goede staat verkeerd’, zegt Gilbert ten Brink, projectleider bij het Rijksvastgoedbedrijf. Hij had destijds de verkoop onder zijn hoede. ‘Voor het complex was veel interesse’, vertelt Ten Brink, ‘want de bestemming was zeer ruim: je mocht er in principe alles van maken.’ Alleen over monumentenzorg en het gemeentelijke parkeerbeleid zijn in overleg met de gemeente randvoorwaarden aan het biedboek toegevoegd.

Zo’n ruime bestemming is niet gangbaar. ‘Meestal hebben dit soort voormalige Defensiecomplexen een bestemming die niet zo vrij en gewild is. We werken dan met een nota van uitgangspunten voor de herontwikkeling. Zo houdt de gemeente grip op de gewenste herontwikkeling van een complex.’ Voor de Paardenmarkt konden de plannen niet vooraf getoetst worden op basis van een vastgelegde bestemming, want die was vrij. Dus werd er geloot. Ten Brink: ‘We hadden zestien serieuze kandidaten en we hebben met een loting bij de notaris het aantal kandidaten teruggebracht naar vijf. En van die vijf was Roodenburg de hoogste bieder.’

Maatschappelijke meerwaarde

Het contact tussen het Rijksvastgoedbedrijf en Roodenburg verliep soepel en was vooral gericht op praktische zaken over de verkoop. ‘We willen na de verkoop afstand bewaren, het Rijksvastgoedbedrijf bemoeit zich na verkoop niet met het verdere proces. Dat is dan aan de nieuwe eigenaar, de gemeente en overige belanghebbenden.’

Ten Brink kijkt terug op een geslaagd project. Het RVB heeft met deze verkoop economische en maatschappelijke meerwaarde op basis van beleidsdoelen weten te realiseren. ‘Het is in prachtige staat en het levert maatschappelijke waarde op voor Delft. Jonge bedrijven die zich hier kunnen ontwikkelen en de Delftenaren die hier in een voorheen afgesloten omgeving in alle rust samen kunnen komen. Op die manier geeft dit complex echt iets terug aan de stad.’