Podcast RVB - Veenhuizen, een nieuw hoofdstuk

Podcast RVB - Veenhuizen, een nieuw hoofdstuk

MAN: Het dorp was compleet afgesloten van de buitenwereld, je kwam niet binnen.
Verder was hier geen buitenstaander welkom.
-MAN: Zit er een mooie sleutelhanger aan?
VROUW: Niet eens, er zit zo'n ring omheen.
Zo een die gevangenisbewaarders vroeger ook hadden.
Zo zag het er ook wel een beetje uit.
MAN: Want een gebouw hou je niet in de benen
door het te restaureren en leeg te laten staan,
maar juist door het te verbinden met wat er nu aan de hand is,
wat nu van betekenis is.
-MAN: En het resultaat? Ja, je zou
kunnen zeggen: missie geslaagd.
PRESENTATOR: Het is woensdag 15 september 2021
en het Rijksvastgoedbedrijf is vandaag in Veenhuizen in Drenthe.
Vandaag vindt namelijk de officiële overdracht plaats
van een gebied van ruim 70 hectare met wel 80 gebouwen erop.
Anderhalve eeuw lang was het Rijk de eigenaar, nu is het verkocht.
Aan Stichting de Nieuwe Rentmeester,
een consortium dat bestaat uit Het Drentse Landschap en BOEi.
Waarom wilde het Rijk Veenhuizen eigenlijk verkopen?
Wat zijn de nieuwe eigenaren ermee van plan?
En wat maakt Veenhuizen nou eigenlijk zo bijzonder?
In deze podcast krijg je antwoord op die vragen, en nog veel meer natuurlijk.
Maar laten we beginnen bij het begin.
-Mijn naam is Ben Willemsen, ik woon
25 jaar hier in het dorp Veenhuizen
en we zijn nu in het Nationaal Gevangenismuseum,
waar ik al dertien jaar vrijwilliger ben en rondleidingen verzorg.
P: En wat is dit voor plek?
-Dan gaan we even terug naar 1815.
Napoleon verliest de slag bij Waterloo.
De Franse bezetters vertrekken en lopen terug naar Frankrijk.
Wij vinden de reis met het vliegtuig en de auto al ver, maar die legers liepen.
Die moeten onderweg eten en drinken. Dat nemen ze in.
Zien ze iets van waarde, dan nemen ze dat ook nog mee.
Kortom: ze laten Nederland in bittere armoede achter.
De paar rijken die er nog zijn, zijn bang dat die armen in opstand komen.
Op verzoek van generaal Van den Bosch
wordt in 1818 de Maatschappij van Weldadigheid opgericht.
P: Het is duidelijk niet de eerste keer dat Ben dit geschiedenislesje vertelt,
maar ik maak er dankbaar gebruik van,
want het verhaal van Veenhuizen is bij veel mensen niet bekend.
Terwijl er toch zo'n één miljoen Nederlanders rond schijnen te lopen
met voorouders die hier ooit vast hebben gezeten.
BEN: Van den Bosch is een oprecht sociaal mens
en hij wil ook iets doen aan de overvolle weeshuizen.
In die tijd hadden de mensen geen voorbehoedsmiddelen.
Ze krijgen kinderen, maar ze konden die zelf niet voeden en opvoeden.
Ze werden dan op straat gezet en de weeshuizen zaten overvol,
want die zorgden wel voor hun voeding en opvoeding.
Van den Bosch wilde daar iets aan doen.
Hij komt in 1823 hier naar Veenhuizen, naar deze plek.
Hij koopt hier 3300 hectare woeste grond. Alles wat je nu ziet, bestond toen niet.
En hij laat hier drie gestichten bouwen.
En hij wilde de kinderen hierheen halen om hen in alle rust,
zonder stress of wat dan ook, te leren lezen, rekenen en schrijven
en hun op die manier een voorsprong te geven op hun leeftijdsgenoten.
Die waren analfabeet, want de leerplicht is immers pas
in 1900 in Nederland gekomen.
Maar er kwamen protesten tegen dat die kinderen naar het Hollands Siberië kwamen,
zo werd dat genoemd.
Door deze protesten was Van den Bosch genoodzaakt om de gestichten
langzaam maar zeker ook met landlopers, bedelaars en zwervers te vullen.
En het verhaal van het heropvoeden van die kinderen raakte langzaam maar zeker
steeds verder naar de achtergrond.
P: En langzaam maar zeker verandert het idealistische experiment
van generaal Van den Bosch in een toevluchtsoord voor boeven en criminelen.
BEN: In 1859 is de Maatschappij van Weldadigheid failliet,
maar hier in deze drie gestichten wonen zo'n 3000 tot 4000 mensen,
die wel verzorgd moesten worden.
Het ministerie van Binnenlandse Zaken neemt het op zich om dat te regelen.
In 1875 laat justitie haar oog op deze drie gestichten vallen
en besluit om de gestichten te gaan gebruiken als gevangenis.
In die tijd verplichtte justitie haar personeel
om te wonen op de plek waar ze tewerkgesteld werden.
Maar ik zei net al: Hier was helemaal niets.
De architect-metselaar krijgt opdracht om zeven typen woningen te bouwen,
want er waren zeven rangen in Veenhuizen en elke rang had z'n eigen type woning.
Hoe hoger je rang, hoe groter je huis.
En de hoofddirecteur woonde dus in het huis Klein Soestdijk.
Dat was het mooiste huis, voor de rijkste man van het hele dorp.
P: Het dorp groeit gestaag en er wordt veel bijgebouwd,
totdat het uiteindelijk de omvang krijgt die het vandaag de dag nog steeds heeft.
BEN: Men kwam er langzaam maar zeker achter dat die drie gestichten
toch niet zo geschikt waren om te gebruiken als gevangenis.
En rond 1900 zijn de gevangenissen Esserheem, Norgerhaven
en Groot Bankenbosch gebouwd, specifiek als gevangenis,
helemaal daarop ingericht qua infrastructuur.
Vanaf die tijd zitten er dus geen gedetineerden meer in de oude gestichten,
maar zitten ze allemaal in hun eigen gevangenis.
Op dit moment zijn Esserheem en Norgerhaven nog in gebruik
en in beide zitten ongeveer 250 mannen in hechtenis.
Er heeft nooit een vrouw in Veenhuizen gevangen gezeten,
van 1875 tot nu alleen maar mannen.
Ik ben Sonja van der Meer.
Ik ben bestuurder van de Stichting de Nieuwe Rentmeester.
De Nieuwe Rentmeester is een hele jonge stichting
die is opgericht om het ensemble van Veenhuizen te gaan beheren.
In mijn dagelijks leven ben ik directeur van Stichting Het Drentse Landschap
en dat is al een hele oude stichting, die bestaat al meer dan 87 jaar.
Wij zijn al langere tijd betrokken bij Veenhuizen, eigenlijk vanaf 2003,
toen wij hier in Veenhuizen de voormalige directeurswoning hebben gekocht.
En toen was er ook al sprake van: hoe moet het verder met Veenhuizen?
Er zijn allerlei plannen bedacht en gemaakt, maar nooit uitgevoerd.
Er is toen ook een 24 uurssessie geweest
waarin allerlei erfgoedpartners bij elkaar werden gezet
om na te denken over de toekomst van Veenhuizen.
En daar hebben twee directeuren, of drie directeuren, elkaar ontmoet.
De directeur van de NMo, de Nationale Monumentenorganisatie,
de directeur van BOEi en de directeur van Het Drentse Landschap.
Die hebben gezegd: Misschien moeten we de handen ineenslaan
om te zorgen dat dit behouden blijft.
En voor Het Drentse Landschap was dit een te groot project om in ons uppie te doen,
dus wij waren heel blij met die handreiking van de andere twee partijen.
-Mijn naam is Arno Boon en ik ben al
35 jaar bezig met erfgoed en herbestemmen.
Dat was in de jaren 80 iets waar heel veel mensen van schrikken,
namelijk in een kraakpand wonen en werken.
Maar wij waren altijd heel netjes, hoor, we gingen nooit vechtend de straat over.
We waren meer van de afdeling praten.
Na wat omzwervingen werk ik nu al 19 jaar voor BOEi.
We hebben nu meer dan 100 gebouwen in het hele land
en ongeveer 70 mensen die met en voor ons werken.
P: We zitten nu op het binnenterrein van het Gevangenismuseum, Veenhuizen.
Vanochtend was de officiële overdracht,
dus nu ben je de trotse eigenaar van een dorp van 80 gebouwen.
En een hele grote sleutelbos.
ARNO: Ja, dat was een mooi symbool, die sleutelbos.
P: Zit er een mooie sleutelhanger aan? SONJA: Nee, dat niet eens.
Er zit echt zo'n ring omheen, weet je,
die de gevangenisbewaarders vroeger ook hadden.
Zo zag het er ook wel een beetje uit.
P: Het blijft hoe dan ook een historische transactie.
Je koopt per slot van rekening niet elke dag een half dorp.
Maar waarom wilde Stichting de Nieuwe Rentmeester dit eigenlijk zo graag hebben?
ARNO: We hebben gewoon een hele goede reputatie opgebouwd.
Monumenten waarvan iedereen zegt dat het nooit meer lukt om daar wat van te maken,
daar maken we wat van.
Dus hoe uitzichtlozer, hoe moeilijker, hoe complexer, hoe leuker het is.
Ehm...
Het klinkt een beetje als zelfkastijding, maar dat is het niet.
P: Dan had je aan Veenhuizen een goeie, dat was de ultieme zelfkastijding.
ARNO: Ja, dit was een soort next-leveluitdaging.
Daar moet je ook wel naartoe groeien.
Als wij hier als BOEi 20 jaar geleden hadden gestaan,
hadden we gewoon niet het trackrecord gehad, niet de ervaring.
Maar het is wel next level, we zitten hier niet in een economisch heel sterk gebied.
Ehm...
Ja, en dan is bijvoorbeeld zo'n werelderfgoedstatus heel belangrijk.
Dat is wel een soort keurmerk of een soort...
Ja, etiket klinkt een beetje lullig. Ehm...
Maar het betekent wel dat veel mensen denken:
o, daar is blijkbaar een heel interessant verhaal te zien.
P: En het is ook juist het verhaal, de geschiedenis,
die de aantrekkingskracht van deze plek zo groot maakt,
groot genoeg om onlangs zelfs het predicaat Unesco Werelderfgoed te krijgen.
ARNO: Dat geeft een enorme boost. Andere functies worden hierdoor mogelijk.
Want een gebouw in de benen houden doe je niet door het te restaureren
en het leeg te laten staan, maar juist door het te verbinden
met wat er nu aan de hand is, wat nu van betekenis is.
Dus wij zeggen bij BOEi ook wel:
Wij geven opnieuw betekenis aan betekenisvolle plekken.
SONJA: En ja, die 200 jaar geschiedenis maakt Veenhuizen tot een bijzondere plek.
Want na Johannes van den Bosch is het een gevangenisdorp gebleven
en tot in de jaren 80 was het eigenlijk een gesloten gebied voor buitenstaanders.
En nu is het open en mag iedereen er een kijkje gaan nemen.
En nu kun je heel mooi die verhalen vertellen,
die verhalen van Johannes van den Bosch, de verhalen van het gevangeniscomplex.
Ja, en er komt nu een nieuw verhaal bij, het verhaal van de Nieuwe Rentmeester.
BEN: Toen justitie in 1875 de zaak overnam, gingen alle invalswegen op slot.
Op alle invalswegen stond of een bewaarder, in die tijd een gestichtswacht,
of een marechaussee.
Het dorp was compleet afgesloten van de buitenwereld, je kwam niet binnen.
De mensen die hier werkten waren verplicht om in het dorp te wonen
in de woningen van hun rang, verder was hier geen buitenstaander welkom.
In 1984 kwamen de eerste bezuinigingen door bij justitie.
De bewaking van al die invalswegen is enorm arbeidsintensief en kostbaar.
Die maatregel werd geschrapt, alsmede de maatregel dat als je hier werkte
je ook verplicht was om in het dorp te wonen.
En vanaf 1984, toen het dorp openging, mochten er ook mensen in Veenhuizen
komen wonen die geen werkverband hadden met justitie.
En Veenhuizen werd dus een gewoon dorp zoals alle andere dorpen.
En nu hebben we ongeveer een verhouding van een kleine 1300 inwoners
op 500 gedetineerden.
P: En daarmee zijn we ook beland bij het antwoord op een van onze hoofdvragen,
namelijk: Waarom verkoopt het Rijk deze monumentale panden in Veenhuizen?
Het antwoord: omdat ze geen functie meer hebben voor het Rijk.
De gevangenen zitten nu in moderne gevangenissen
en dit complex krijgt een nieuwe toekomst.
SONJA: Ja, het is gewoon heel erg mooi dat dat zo wordt gemarkeerd.
En ik denk dat wij als Nieuwe Rentmeester
het ook echt als onze opdracht en verplichting zien
om hier van Veenhuizen een oord te maken dat over honderden jaren nog bestaat.
En dat de mensen hier gewoon rond kunnen lopen.
ARNO: Het doorgeven van die verhalen is gewoon heel belangrijk,
want als je niet weet waar je als samenleving vandaan komt...
Voorheen is er geprobeerd om een samenleving te creëren
waarin iedereen mee kan doen.
Als je daar niet van leert, maak je steeds dezelfde fout.
Heel veel mensen worden altijd wel geraakt door de schaal en de sfeer.
Mensen zeggen dan: Ja, dit is gewoon een plek met een ziel.
Ze kunnen vaak vervolgens nauwelijks onder woorden brengen wat ze dan raakt.
Maar ik denk dat van alle 17 miljoen Nederlanders er 16.999.999 zullen zeggen:
Ja, dit is wel een hele mooie plek.
Maar het verhaal erbij geven, dat is vervolgens onze missie.
SONJA: De overdracht van het Rijksvastgoedbedrijf
naar de Nieuwe Rentmeester is eigenlijk heel soepeltjes en vlekkeloos verlopen.
Maar we hebben een nieuwe opdracht gekregen.
Een groot aantal panden staat gewoon nog leeg en daar moet ook iets mee gebeuren.
Je merkt het vandaag ook al: het is druk in Veenhuizen.
Normaal is september altijd wel een rustige maand,
maar door die werelderfgoedstatus zie je steeds meer mensen hierheen trekken
en die wil je ook iets te bieden hebben.
Dus wij moeten ook kijken naar de toekomst,
want als er straks in plaats van 120.000 mensen in het museum
en 600.000 in het dorp miljoenen mensen komen,
dan moeten we ook zorgen dat ze de faciliteiten hebben
om zich hier te kunnen vermaken en hier te kunnen verblijven.
P: En zo zijn er dus twee grote veranderingen
die eigenlijk parallel aan elkaar doorgevoerd worden.
Eén: een nieuwe eigenaar.
En twee: van de ene op de andere dag is Veenhuizen een toeristische trekpleister.
BEN: Maar zeker de werelderfgoedstatus zal ertoe leiden dat we veel toeristen krijgen
uit het buitenland, en die dat dus gewoon komen bekijken hier.
En we zien daar erg naar uit.
En wat het hier in het museum gaat worden, dat weten we op dit moment nog niet.
Want er zullen natuurlijk ook veel mensen komen
die om een Duitstalige of Engelstalige rondleiding vragen, veel meer dan nu.
En die moeten we dus allemaal gaan aanbieden.
P: Je kan op taalcursus, Ben.
BEN: Ja, ik ben dan toevallig een van die gidsen die zowel Engels als Duits kan.
Want een rondleiding geven is natuurlijk toch iets heel anders
dan dat je op vakantie even een baguette bij de bakker gaat halen.
P: We hebben gehoord hoe de nieuwe eigenaren het allemaal beleven,
maar hoe heeft de verkopende partij het eigenlijk allemaal ervaren?
Dat vraag ik aan Michiel en Nico van het RVB.
-Michiel von Bönninghausen, projectmanager
bij het RVB, afdeling verkoop.
-Nico Smiet, projectdirecteur
bij het Rijksvastgoedbedrijf
bij de afdeling transacties en projecten.
P: Jullie hebben een drukke ochtend achter de rug volgens mij, Michiel?
MICHIEL: Ja, wij hebben een officiële ceremonie gehad
met de overdracht van het rijksvastgoed dat we hebben verkocht
aan de nieuwe eigenaar, de Nieuwe Rentmeester.
In aanwezigheid van de staatssecretaris, de nieuwe eigenaar natuurlijk,
de gedeputeerden van Drenthe, de burgemeester en onze directeur-generaal.
P: Zijn jullie blij met de nieuwe eigenaar?
NICO: Ja, om meerdere redenen.
Eén: een stukje continuïteit van Veenhuizen wordt geborgd
door de kwaliteiten die zij inbrengen.
Maar belangrijker is: in het hele selectietraject
hebben ze er blijk van gegeven dat ze een goede invulling kunnen geven
aan het mogelijke vervolg van de ontwikkeling van Veenhuizen.
En dat was voor de beoordelingscommissie...
Want wij hebben zelf niet de beoordeling gedaan tussen de partijen,
er is een onafhankelijke beoordelingscommissie aangesteld
onder leiding van een voorzitter.
En die heeft geconcludeerd
dat de plannen het beste aansluiten bij wat wij hebben uitgevraagd.
P: De uitvraag of de tender is een proces
dat met veel zorgvuldigheid, energie en aandacht is doorlopen.
Het is een uniek project voor alle betrokkenen,
getuige ook de werelderfgoednominatie.
MICHIEL: Dat is volgens mij een paar jaar geleden geïnitieerd.
Niet alleen maar Veenhuizen, maar alle Koloniën van Weldadigheid.
Je hebt er volgens mij zeven in Nederland en België.
Veenhuizen was natuurlijk wel een van de prominente.
Die aanvraag heeft een aantal jaar geduurd
en liep eigenlijk parallel met de verkoopprocedure.
En toen wij dus een nieuwe eigenaar hadden, is ook de nominatie gevallen
voor Unesco en is het inderdaad nu op de lijst gezet.
En dat geeft natuurlijk wel een enorme boost aan de omgeving,
en bekendheid natuurlijk.
P: Was het ook op een bepaalde manier een soort opluchting
dat jullie dan uiteindelijk zo'n koper vinden en dat dat allemaal lukt?
Ben je dan ook opgelucht als projectmanager of als verantwoordelijke?
NICO: Een tweeledig gevoel.
Enerzijds raak je wat kwijt waar je jarenlang bij betrokken bent geweest
en waarmee je je ook identificeert om de juiste eigenaar aan te trekken.
En aan de andere kant: als het proces dan slaagt,
is dat natuurlijk een mooi resultaat van wat de missie was.
Zorgen dat het terrein aan een nieuwe eigenaar wordt overgedragen
met een gevoel dat het ook een consistente ontwikkeling kan doormaken.
P: Michiel, hoe kijk jij terug op dit hele proces?

MICHIEL BEGINT SCHAAPACHTIG TE LACHEN

P: Je moet erom lachen?
-Ja, nou ja, heel intensief was het.
Wat Nico ook zegt: het zijn 80 gebouwen,
vele tientallen kadastrale percelen, dus stukken grond.
Die moet je allemaal eerst zorgvuldig bij elkaar doen als ensemble
en dat vergt natuurlijk ontzettend veel organisatie, binnen de organisatie,
maar ook op het gebied van marketing.
Je moet het ook naar buiten zien te brengen als één ensemble
en daar gaat gewoon heel veel werk in zitten.
En daarnaast heb je ook nog de verkoopprocedure die je moet inzetten.
Wat Nico vertelt: het is natuurlijk een grote, ingewikkelde procedure.
Dus die moet ook helemaal kloppend zijn.
Dus alles bij elkaar heeft dat wel veel tijd gekost.
Ja, maar wel heel mooi.
P: Wat zijn nou de belangrijste takeaways van zo'n heel proces,
wat hebben jullie hiervan geleerd als professionals?
NICO: Nou, wat de staatssecretaris ook aangaf:
je hebt een maatschappelijke betrokkenheid.
En hoe breng je die tot uitdrukking in de verkoop?
Dan moet je je goed kunnen inleven en verplaatsen in de toekomst.
Je gaat het niet invullen, maar je creëert de voorwaarden
waaronder je zo'n complex in de markt kan zetten.
Dus ja, daar leer je van, want dit was uniek.
Dit is niet een proces van: we doen een uitvraag en het is klaar.
Nee, er is een zorgvuldige nota van uitgangspunten opgesteld
die uitgaat van het perspectief dat men wil met Veenhuizen,
maar ook van de juridische inperkingen die de gemeente heeft gesteld.
P: Zijn jullie trots op wat je bereikt hebt, op hoe het gelopen is?
MICHIEL: Ja. Dat is één woord. Ja, jazeker.
Dit is heel complex en intensief geweest.
En dat we nu een koper hebben gevonden die gewoon echt hierbij hoort,
ik ben wel trots dat we die gevonden hebben
en dat die hier ook mee aan de slag gaat.
Ja. En ook trots op de collega's. We hebben het met z'n allen gedaan.
En we hebben wel iets neergezet. Dus trots zijn we zeker.
NICO: Ja, en dan kan je terugkijken op een proces dat geslaagd is.
En ik ben vooral trots op degenen die daaraan mee hebben gewerkt
en die ook het werk hebben gedaan.
Want ik mag dan verantwoordelijk worden gesteld,
maar dat doe je bij de gratie van anderen die zich inzetten.
En die hebben vandaag ook de staatssecretaris geïnformeerd.
Die zijn altijd betrokken geweest en hebben in contact gestaan
met iedereen die huurde of die wat had gekocht
of die in een object van ons een bedrijf had gevestigd.
Ja, het resultaat... Je zou kunnen zeggen: missie geslaagd.
SONJA: In dat hele tenderproces moesten we natuurlijk onze visie presenteren.
We hebben gezegd: we vinden het heel belangrijk
om juist in het gedachtegoed van Johannes van den Bosch verder te gaan,
maar ook om voor alle plannen die ooit bedacht zijn voor Veenhuizen
de beste elementen eruit te halen en die mee te nemen.
Arno Boon noemde het vanochtend in zijn toespraak ook al,
dat we hier heel erg met het experiment aan de gang willen gaan.
Het eerste experiment hebben we eigenlijk al gehad, dat was het consortium.
Dat drie erfgoedorganisaties zich gingen inzetten
om iets te verwerven dat Veenhuizen heette.
Aan de voorkant van zo'n traject denk je: hoe moet dat?
En komen we... Redden we dat?
Want het is in de erfgoedsector best wel uniek om dat met andere partijen te doen.
Maar uiteindelijk kun je toch succesvol zijn als je erin blijft geloven
en dat is hier denk ik heel erg gelukt, dus de eerste stap is gezet.
En ja, ik ben heel hoopvol over de toekomst van Veenhuizen.
P: Kun je je de eerste keer dat je hier kwam nog herinneren, in Veenhuizen?
BEN: Ja, dat was volgens mij 2005.
Dat was volgens mij voor een consultatieronde, zoals dat zo mooi heet.
Dan nodigt het Rijk allerlei partijen uit om eens een dagje mee te denken.
Je beloning bestaat dan uit een lunchpakketje en een paar koppen koffie.
P: Wat dacht je toen je hier kwam?
-Ja, wauw.
Even heel plat: hier moeten we mee aan de gang.
Nou, 16 jaar later is het zover.
P: Als onderdeel van de verkoopprocedure, ook wel bekend als de tender,
moesten alle gegadigden ook een plan schrijven
met hun ideeën voor de toekomst van Veenhuizen.
Dat deed ook het consortium de Nieuwe Rentmeester,
maar, vertelt Arno...
ARNO: We hebben dat plan niet kunnen maken met de mensen hier.
Dus dat gaan we nu doen.
Dus we hebben tegen de mensen hier gezegd, ondernemers, bewoners, gebruikers:
Jongens, ja, we moesten een plan maken,
maar het lijkt ons heel onverstandig als we dat plan hier neerleggen,
want dan gaan jullie roepen: Ja, maar daar hebben we niet over mee kunnen praten.
Dus we moeten even een stap terugdoen en dat proces opnieuw organiseren.
Wij zitten er ook niet blanco in, wij hebben ook een idee ontwikkeld.
Wij zeggen: Dit was een plek van experiment.
Als we nou de komende 20, 30 jaar hebben,
dan ga ik niet zeggen dat we pas over 30 jaar ergens zijn,
maar dan willen we in de komende vijf tot tien jaar dit verder doorontwikkelen,
waarbij voor ons dat idee van een plek voor experiment wel de ambitie verwoordt.
We zijn niet de organisaties die op een winkel letten.
Monumenten hebben betekenis vanuit het verleden.
We moeten ook betekenis krijgen en houden naar de toekomst.
Wij zijn de eigenaar, maar het is wel van ons allemaal.
BEN: We hebben een voorlichtingsavond gehad met de Nieuwe Rentmeester,
de nieuwe eigenaar van de gebouwen die overgenomen zijn.
En men heeft op dit moment geen concrete plannen,
omdat men heeft gezegd: We willen het wel mét jullie doen.
We willen met jullie praten en niet over jullie praten.
P: Heb je er een beetje vertrouwen in?
-Eh, ja.
P: We sluiten deze podcast af met een anekdote verteld door Ben.
Want ook al is het Rijksvastgoedbedrijf geen eigenaar meer,
Veenhuizen is en blijft een plek met een toekomst en een geschiedenis.
Een plek met verhalen.
BEN: Een gedetineerde in Nederland heeft het recht om te ontsnappen.
Een gedetineerde wordt niet gestraft als hij ontsnapt.
De dag dat hij uit het hek verdwijnt, is hij buiten, stopt zijn detentietijd
en die gaat weer verder als hij weer door het hek naar binnen komt.
En in het wetboek staat ook dat een gedetineerde niet gestraft wordt
voor het feit dat hij ontsnapt.
Een mooi verhaal is: een gedetineerde hier in Veenhuizen
was aan het werk in een van de werkplaatsen.
Daar was een vrachtauto aan het lossen.
En in de bak waar normaal gesproken het reservewiel van die vrachtauto ligt,
lag nu niks, dat had hij gezien.
En hij heeft op een onbewaakt ogenblik in die bak kunnen kruipen.
Ze misten hem al en waren al aan het rondbellen: Is hij bij jou?
Nee, hij was nergens. Nou, dan zal hij wel in de vrachtauto hebben gezeten.
Wat de bewaarders wel wisten, of de leiding bij justitie,
maar de gedetineerde niet,
was dat die auto rechtstreeks van Norgerhaven naar Esserheem zou rijden.
Dus ze hebben Esserheem gebeld en gezegd:
Zet de buitenpoort van de sluis open zodat die auto meteen naar binnen kan rijden.
Ze hebben de auto doorzocht en ze hebben hem eruit gehaald.
Dus hij is na ergens tussen de vijf en acht minuten, ja, wat is buiten...
Hij is in de bak van die vrachtauto ontsnapt en meteen weer opgepakt.
P: Van gevangenis naar gevangenis.
-Ja.
En hij is weer braaf met het boevenbusje teruggebracht naar Norgerhaven.
LACHEND: Dus zo werkt dat bij justitie, ja!
P: Je luisterde naar een podcastproductie van Klaenk, dat is Klaenk met ae,
in opdracht van het Rijksvastgoedbedrijf.
Veel dank aan onze sprekers: Nico Smiet en Michiel von Bönninghausen
van het Rijksvastgoedbedrijf,
Sonja van der Meer van Stichting Het Drentse Landschap
en Arno Boon van BOEi.
En natuurlijk Ben Willems van het Gevangenismuseum.
Dank voor het luisteren.