Overal in, op of bij gebouwen van de rijksoverheid kom je kunstwerken tegen. Ze zijn er gekomen dankzij de percentageregeling die dit jaar 75 jaar bestaat. Het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) beheert en onderhoudt de collectie die uit duizenden kunstwerken bestaat.

Beeld: Jeroen Liebers/RVB

'De percentageregeling is niet volgend, maar is juist medeverantwoordelijk voor het realiseren van de kunstgeschiedenis', stelt Annemarieke Leendertz van het Rijksvastgoedbedrijf.

Ja, ik wil de nieuwsbrief!

Kunstenaars zullen misschien gruwen van de woordkeus, maar de percentageregeling is ooit opgezet voor ‘de decoratieve aankleding van rijksgebouwen’.  Zo stond het in het ministerraadbesluit. ‘Werkverschaffing voor kunstenaars. Dat was het doel in 1951’, vertelt Annemarieke Leendertz. Zij is collectiemanager rijkscollectie percentagekunst bij het RVB.

Wederopbouw

Kunstenaars hadden het in de jaren vijftig niet gemakkelijk. Het was de tijd van de wederopbouw en schaarste. Voor kunst was weinig geld. De rijksgebouwen vormden een welkom podium voor de kunstenaars. De regeling houdt in dat bij bouw, verbouw of renovatie tussen de 0,5 tot 2 procent van het bouwbudget wordt besteed aan kunst. Een kunstadviseur van het Atelier Rijksbouwmeester organiseert samen met het Rijksvastgoedbedrijf en de gebruiker van het pand de selectie van de kunstenaar. Er zijn op dit moment tussen de 3.500 en 5.000 kunstwerken in de collectie. ‘Het hangt ervan af hoe je telt. Een kunstwerk kan uit meer delen bestaan. En we hebben 770 kunstenaars in de collectie.’

Architecten

‘In de begintijd was er geen kunstadviseur die de kunstenaar begeleidde, maar was het de architect die de kunstenaar koos’, zegt Leendertz. ‘De architect wilde vaak gebouwgebonden, monumentale kunstwerken. Denk aan mozaïeken, glas in lood en gevelstenen.’ Vaak verwijzen de kunstwerken naar de functie van het gebouw. Het was dienende kunst. In de jaren zestig namen kunstenaars daar niet langer genoegen mee.
Leendertz: ‘Mensen gingen een wilder leven leiden. Dat gebeurde ook in de kunst.’  De expressie van de kunstenaar stond nu centraal. Vervolgens deden nieuwe materialen - plastic - en nieuwe technieken in de jaren zeventig hun intrede, zoals fotografie en video. ‘Al die ontwikkelingen zie je terug in onze collectie. De percentageregeling is niet volgend, maar is juist medeverantwoordelijk voor het realiseren van de kunstgeschiedenis. Bijzonder vind ik dat door de regeling kunstenaars een grote opdracht konden maken. En die is vaak een kantelpunt in hun carrière. Anne Wenzel bijvoorbeeld. Zij heeft de fontein in de rechtbank van Zwolle gemaakt, echt megagroot. Daarna is ze doorgebroken. En ze staat nu op alle kunstbeurzen met haar werk.’

Collectieplan

Het RVB heeft het beheer en onderhoud van de kunstwerken onder zijn hoede. Tot voor twintig jaar geleden was daar niet echt iets voor geregeld, vertelt Leendertz. ‘Dat er geen plan was, is niet zo vreemd. Beheer van collecties buiten de musea is een jong vakgebied. Vaak is er meer aandacht voor de aankoop. Maar de wet- en regelgeving geeft wel duidelijke kaders voor beheer en onderhoud.’
Zes kasten vol met foto’s en dia’s van kunstwerken. En een excel-bestandje. Dat was wat Annemarieke Leendertz in 2005 aantrof toen zij begon aan het schrijven van het collectieplan. De eerste stap: het digitaliseren van zes kasten aan dia’s en foto’s. ‘Daarna hebben we een externe partij ingehuurd en zij hebben mensen naar alle gebouwen gestuurd om te kijken of de kunstwerken er nog waren. Toen wisten we in ieder geval wat we hadden en ook wat er kwijt was. Daarna hebben we drie detectives aangenomen. Zij zijn research gaan doen en zijn iedereen gaan bellen: objectmanagers, projectleiders, accountmanagers en gebruikers van de panden om te achterhalen waar de kunstwerken waren gebleven. Door hun speurwerk hebben we 87 procent van de verdwenen kunstwerken getraceerd. Maar van 13 procent konden we niets meer terugvinden. Wat er mee is gebeurd? Het kan zijn dat een kunstwerk van glas in een jeugdgevangenis is weggehaald vanwege voetballende jongeren. Het kan ook zijn dat een schilderij gewoon is meegegeven aan een directeur die met pensioen ging. Dat is natuurlijk helemaal niet toegestaan.’

Onderhoud

Inmiddels is het kunstbeheer bij het RVB een goed geoliede machine. ‘Zoals je gebouwen moet onderhouden, moet je ook kunst onderhouden. Een team van veertien specialisten, waaronder kunsthistorici en restauratoren, geeft advies over de instandhouding van de kunst. Het onderhoud van kunstwerken is een vast onderdeel van het reguliere onderhoudsbudget. Het zit in de vierkante meterprijs. En dat is al zo vanaf 1951 toen de percentageregeling is ingesteld.
Door de kunstcollectie goed te onderhouden draagt het RVB bij aan een prettiger werkklimaat en de identiteit en de uitstraling van de werkomgeving van het Rijk.’