Van oude Defensiekleding tot politieuniformen: Agricon Nederland verwerkt 120 ton textiel tot duurzame wandpanelen. De redactie van het RVB nam een kijkje in de fabriek. ‘Wij verlengen de levensduur van de grondstoffen met 20 tot 30 jaar.’

In een grote fabriekshal, op een niet nader te noemen locatie, liggen enorme balen met niet te herleiden oude defensiekleding opgestapeld. Agricon Nederland verwerkt - in opdracht van het Rijksvastgoedbedrijf - deze gebruikte werkkleding tot wandpanelen. Hoewel Agricon Nederland zijn bedrijfsgeheimen zorgvuldig moet afschermen, mogen we een kijkje nemen in de fabriek.
Snijden en ‘vervezelen’
De grote balen met textiel – oude legeruniformen in dit geval – zijn alleen met een vorkheftruck te tillen: elke baal weegt zo’n 400 tot 700 kilo. Snel hakkende messen snijden de oude gevechtsbroeken, dagelijkse tenues en andere uniformen in kleine stukjes.
‘Je kunt erin frezen, zagen, schroeven, spijkeren’
De stof wordt daarna ‘vervezeld’. Zo noemt Eric Petersen, de directeur van Agricon Nederland, dat. ‘We krijgen allerlei materialen binnen: polyester, katoen, nylon, viscose en verschillende blends. Ook zit er wol en aramides tussen, die brandwerend zijn. Het is allemaal geschikt voor onze wandpanelen.’
Levensduur
Vorige jaar schreef het RVB een tender uit: Kun je van gebruikte werkkleding wandpanelen maken? Agricon Nederland greep de kans. ‘Wij hebben ons ingeschreven en uiteindelijk gewonnen’, vertelt Petersen, die al 36 jaar actief is in de afvalwereld. Het bedrijf ontvangt nu 120 ton textiel – jassen, broeken, sokken, T-shirts – afkomstig van overheidsdiensten zoals Defensie, de politie en de douane. In totaal levert Agricon 12.000 vierkante meter aan wandpanelen aan het RVB. De komende tijd zijn de panelen al te zien bij verschillende ministeries en overheidslocaties en ook op de stand van het RVB op de vastgoedbeurs PROVADA.
In de fabriek vertelt Petersen: ‘Normaal gesproken zou deze gebruikte werkkleding na één tot twee jaar gebruik zo de verbrandingsoven in gaan. Wij verlengen de levensduur van deze grondstoffen met 20 tot 30 jaar door ze om te zetten in wandpanelen. Daarnaast kunnen de panelen aan het einde van hun levensduur opnieuw verwerkt worden tot een nieuw product. Op deze manier hopen we aan te tonen dat het paneel in Nederland een derde leven kan krijgen. Dit is een circulaire oplossing voor het materiaal. En er blijft bij ons geen afval over: ook de snijresten worden omgezet in een nieuw product.’
‘Sterker dan gipswand’
Na aankomst in de fabriek wordt het textiel niet alleen in stukjes gesneden en vervezeld, het wordt ook gezuiverd van onregelmatigheden als knopen, ritsen en labels. ‘Dat hoeft voor ons niet vooraf te gebeuren’, legt Petersen uit. ‘Wij doen dat geautomatiseerd. We willen graag weten wat we binnenkrijgen, hoe beter er voorgesorteerd wordt op grondstofniveau hoe beter wij het productieproces kunnen bijsturen.’
Vervolgens wordt het materiaal samengeperst en brandwerend gemaakt. ‘Ons proces is zo ingericht dat er in één keer een kant-en-klaar wandpaneel uitkomt.’ Het resultaat is een stevige, zware plaat van 2,70 meter lang, 1,20 meter breed en 10 millimeter dik – waarbij je kunt zien dat het bestaat uit verschillende vezels – elke plaat weegt ongeveer 10 kilo per vierkante meter. ‘Je kunt erin frezen, zagen, schroeven, spijkeren’, vertelt Petersen. ‘Het is sterker dan een gipswand. Je kunt er prima een tv aan hangen. En het voldoet aan de in de tender voorgeschreven Kiwa-eisen: het is brandwerend en waterafstotend.’
Milieuwinst
Wie het wil, kan het paneel afwerken. ‘Schilderen bijvoorbeeld. Er zitten namelijk wel kleurverschillen in de panelen. Al denk ik dat we met de grondstoffen die we hebben ontvangen, een redelijk stabiele kleur kunnen produceren.’
‘Het gaat niet snel genoeg met de circulaire economie’
Volgens Petersen is de milieuwinst is aanzienlijk. ‘De voordelen zijn duidelijk. Dit is echte circulariteit. De CO₂-voetafdruk van deze panelen is lager dan die van traditionele materialen zoals gips of Trespa, omdat de grondstof al eens geproduceerd is.’
Bouwmarkten
Of de bouwsector al interesse toont? Bouwmarkten uit binnen- en buitenland hebben zich volgens Petersen al gemeld. ‘Bouwbedrijven nog niet, maar het is nog vroeg. Mensen vinden het een leuk verhaal: textiel dat je kunt gebruiken voor wandpanelen’, zegt Petersen. ‘Er is zeker een markt.’
Petersen onderzoekt ook andere toepassingen. Zo maakte hij al een telefoonhouder van afgedankt textiel. ‘Je kunt het in principe voor van alles gebruiken: een tafelblad of stoelen.’ Daarnaast hoopt hij met deze panelen de maakindustrie in Nederland en Europa te stimuleren om oud textiel te recyclen. ‘De circulaire economie is veel breder dan alleen recycling. Het gaat om het verlengen van de levensduur van grondstoffen en het voorkomen dat materialen naar de verbranding gaan.’
Regelgeving
In de fabriek loeien de machines onverminderd door. Wat ooit uniformen waren, wordt nu bouwmateriaal – en misschien, over twintig jaar, weer iets anders. Wat het wordt, wil Petersen nog niet vertellen. Wel wil hij graag kwijt: ‘Als het aan mij ligt gaat het lang niet snel genoeg met de circulaire economie. We hebben regelgeving op Europees niveau nodig’, benadrukt hij. ‘We moeten innovatief ketensamenwerken om de circulaire economie vooruit te helpen.’








