Drie consortia maken kans op ontwerp, bouw, financiering, onderhoud en facilitaire diensten van de marinierskazerne Kamp Nieuw-Milligen. Eind 2027 kiezen Defensie en het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) het winnende consortium.
‘Voor deze aanbesteding was veel belangstelling vanuit de markt’, zegt Jan Mutsaers van het RVB. De locatie die is aangewezen als nieuwe standplaats voor het Korps Mariniers is Kamp Nieuw-Milligen, vlakbij Apeldoorn. Daar is ruimte voor de nieuwe kazerne van de mariniers en het ondersteunend personeel. In totaal ongeveer 2.250 personen.
De drie consortia zijn:
1. Markant B.V. i.o. Bestaande uit: Aiber Services B.V.
2. Invesis Coöperatie U.A.
3. De combinatie KMOK (Korps Mariniers Operationele Kazerne). Bestaande uit: Macquarie Asset Holdings Limited, Kaan Architecten B.V., Oosterhoff Projects B.V., ISS Nederland B.V., DVP B.V.
Dialoogfase
‘Nu de keuze is gemaakt en nadat het veiligheidsonderzoek naar de drie geselecteerde partijen is afgerond, begint de dialoogfase’, zegt Mutsaers. ‘Voor de partijen die niet zijn geselecteerd bestaat nog de mogelijkheid om bezwaar te maken.’ De uiteindelijke gunning is naar verwachting eind 2027. ‘De realisatie van de nieuwe kazerne voor het Korps Mariniers voeren wij uit in opdracht van Defensie. Wij leggen tijdens de dialoogfase uit wat onze vraag is. Een dialoog gaat natuurlijk twee kanten op. De gegadigden kunnen mij en mijn team vragen stellen. Het doel is dat zij duidelijkheid krijgen over alle aspecten zodat zij een ontwerp kunnen maken dat functioneel en veilig is. En dat past in de omgeving. Hoe het ontwerp er precies uit moet komen te zien, weten we nog niet. Er is geen blauwdruk voor de beste kazerne. We willen zoveel mogelijk kwaliteit voor een zo gunstig mogelijke prijs.’
DBFMO
Om dat doel te bereiken hebben Defensie en het RVB gekozen voor een zogeheten Design, Build, Finance, Maintain en Operate-contract (DBFMO). ‘Het RVB heeft dan slechts met één opdrachtnemer te maken waarin alle benodigde kennis en kunde verenigd is en die voor het geheel verantwoordelijk is’, aldus Mutsaers. ‘In een DBFMO-contract is de opdrachtnemer verantwoordelijk voor ontwerp, bouw, financiering, onderhoud en exploitatie. Naarmate de bouw vordert, betaalt het RVB een deel van de kosten voor bouw in termijnen. De financier van de opdrachtnemer heeft er dan belang bij dat het project op schema blijft en dat de leningen voor de bouw telkens op tijd terugbetaald worden. Dat is een prikkel om binnen budget en planning te blijven.’
Creativiteit
De verwachting is dat het DBFMO-contract creativiteit zal losmaken. ‘De ervaring die wij met deze geïntegreerde contracten hebben, is dat de markt met oplossingen komt waar je zelf niet aan had gedacht. Een ontwerpende of uitvoerende partij kijkt op een andere manier naar eisen, voorwaarden, beperkingen en kansen.’
In de marktconsultatie voor dit project bleek dat bedrijven aanhikken tegen risico’s waar zij geen invloed op kunnen hebben of die ze nauwelijks kunnen overzien.
‘Daarvoor heeft het RVB een aantal maatregelen genomen. De indexering van de bouwkosten wordt bijvoorbeeld vergoed. En als het niet tijdig rond krijgen van een omgevingsplan de bouw vertraagt, zal het Rijk de daaruit voortvloeiende kosten betalen.’
Onbekende risico’s
‘In de dialoogfase, die naar verwachting in de zomer begint, kunnen alle vragen en onduidelijkheden opgehelderd worden’, vervolgt Mutsaers. ‘De vraag is natuurlijk welke risico’s er zijn die wij nog niet gezien hebben. In de dialoogfase kunnen we die bespreken.’ De drie partijen maken vervolgens een ontwerp waar ze een tegemoetkoming in de inschrijvingskosten voor krijgen wanneer ze een geldige inschrijving indienen. Eind 2027 selecteren Defensie en het RVB, op basis van de beste prijs-kwaliteitverhouding, wie de kazerne mag gaan bouwen. De bouw zal naar verwachting eind 2031 afgerond zijn en vanaf 2032 kan het Korps Mariniers de nieuwe thuisbasis in gebruik nemen.