Het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) en de gemeente Den Haag namen op 11 september het boekwerk Haagse Patronen: Werken aan wederkerigheid, opgesteld door Stadsatelier Den Haag, in ontvangst. Met als oproep elkaars belangen beter te omarmen.

De Haagse burgemeester Jan van Zanen en directeur-generaal Yvonne van der Brugge-Wolring van het RVB kregen op vrijdag 11 september de publicatie Haagse Patronen: Werken aan wederkerigheid uit handen van voormalig Rijksbouwmeester Francesco Veenstra. Deze visie op de ontwikkeling van de stad is opgesteld door het Stadsatelier Den Haag, een samenwerkingsverband tussen het RVB, de gemeente Den Haag en het College van Rijksbouwmeester & Rijksadviseurs (CRa). Centraal hierin staat het principe van wederkerigheid: een bewuste keuze om elkaars belangen – gemeente, Rijk, burgers – vanaf het begin te omarmen om zo te bouwen aan een gezonde leefomgeving voor iedereen.
Anneloes van Boxtel, programmadirecteur bij het RVB, benadrukt de noodzaak van deze aanpak: ‘De huisvestingsopgaven, de verduurzaming van de rijksportefeuille, de steeds hoger wordende veiligheidseisen van onze gebruikers, maken dat de impact die het vastgoed van het Rijk op de stad Den Haag uitoefent groot is. Daarnaast wordt de stad steeds voller, ook door woningbouw. Om de huisvestingsopgaven van het RVB te realiseren en onze maatschappelijke doelen te dienen, is een hechte samenwerking met de gemeente noodzakelijk. Het is van belang dat wij bijdragen aan de ambities van de stad – en vice versa, om zo elkaar te versterken en per saldo meer mogelijk te maken. Haagse Patronen geeft visie en biedt handreikingen om die wederkerigheid vorm te geven, zodat het bijdraagt aan onze kerntaken.’
Kwaliteit
Het Stadsatelier onderzocht de afgelopen twee jaar hoe rijksgebouwen en internationale instellingen beter kunnen inspelen op de behoeften van de stad. Richard Koek, expert stedenbouw bij de gemeente Den Haag, gaf vanuit de gemeente mede richting aan het Stadsatelier. Hij vertelt waarom een onafhankelijke partij als het Atelier Rijksbouwmeester hierbij essentieel was: ‘De relatie tussen gemeente en RVB draaide vaak om grondverkoop en vergunningen. Die benadering stond het gesprek over kwaliteit in de weg.’ Het Stadsatelier gaf de ruimte om een krachtige vorm van samenwerken aan de kwaliteit van de stad neer te zetten.
Stad van Vrede en Recht
Een van de kerninzichten uit het rapport Haagse Patronen is dat Den Haag, als stad van Vrede en Recht, haar idealen ook fysiek moet belichamen. Voormalig Rijksbouwmeester Francesco Veenstra pleit voor een stad waar openheid en veiligheid hand in hand gaan: ‘We moeten af van de gesloten enclaves. Stel je voor: op de bovenste etages van een ministerie of tribunaal wordt beraadslaagd over wereldvrede, terwijl de begane grond fungeert als een publieke lobby waar buurtbewoners samenkomen.’
In Den Haag kunnen meer van dit soort plekken komen. Veenstra wijst daarbij op succesvolle voorbeelden, zoals De Nederlandsche Bank in Amsterdam. Vroeger was dat een gesloten kolos waar goud lag opgeslagen, nu is het een gebouw waar de begane grond open is voor bezoekers, met een koffiebar en studieplekken. Ook het Atrium van het stadhuis in Den Haag, met ontmoetingen, tentoonstellingen en evenementen, is zo’n plek.
Beatrixlaan en Rijnstraat 8
Het boek bevat ook vier concrete testcasussen, waaronder de Beatrixlaan en Rijnstraat 8, waar via ontwerp en onderzoek is onderzocht hoe rijksgebouwen beter geïntegreerd kunnen worden in het stedelijke weefsel. Koek: ‘In het Beatrixkwartier willen we van een versteende openbare ruimte met vooral kantoren naar een levendig stadsdeel waar wonen, werken en ontmoeten samenkomen. Dat lukt alleen als we barrières doorbreken – zowel fysiek door meer verbinding te leggen met de rest van de stad, als mentaal.’
De uitreiking van de publicatie op 11 september is niet het eindpunt, maar het begin van een langdurig proces, benadrukt RVB’er Van Boxtel: ‘Het vraagt om een cultuuromslag: we moeten leren om niet alleen in vierkante meters te denken, maar in waarden, patronen en menselijke beleving En dit als grondhouding te omarmen.’
De oproep van Veenstra: ‘Den Haag kan uitgroeien tot een stad waar vrede en recht niet achter hekken verscholen zitten, maar een werkelijke ervaring zijn voor bewoners en bezoekers. Dat is de belofte van wederkerigheid.’
Bekijk de publicatie hier: Stadsatelier Den Haag | College van Rijksadviseur