Prins Maurits en Willem II begaven zich eeuwen geleden in de vuurlinie. Dat doen de Oranjes niet meer. Maar de verbondenheid met de strijdkrachten is er niet minder om. Een kleine tentoonstelling in Paleis Noordeinde toont de geschiedenis van die hechte band.

Beeld: Bart van Vliet/RVB
De Algemene Militaire Opleiding van prinses Amalia - met de baret als bewijs van de succesvolle afronding begin dit jaar - is de jongste bevestiging van de eeuwenoude en innige band die de Oranjes hebben met de krijgsmacht.

Beeld: Bart van Vliet/RVB
Symbool
‘Ik vind de baret zelf het mooiste object. Het is heel bijzonder dat ze die wil uitlenen aan ons. Ze kon hem gelukkig drie weken missen’, zegt Marjan Pantjes die werkt als conservator bij de Koninklijke Verzamelingen. Samen met haar collega Geerte Broersma heeft zij de kleine tentoonstelling samengesteld. ‘De baret symboliseert de eenheid van de democratie en de krijgsmacht.’
Contramars
Eén van de oudste bewijzen van de betrokkenheid van de Oranjes bij de krijgsmacht is een brief die prins Maurits (1567-1625) ontving van zijn neef Willem Lodewijk (stadhouder van Friesland, Groningen en Drenthe). Daarin praat Willem Lodewijk zijn neef bij over de voordelen van de contramars op het slagveld. In die tijd schoot men met musketten. Die waren niet heel nauwkeurig en het laden voor een volgend schot was tijdrovend.
Musketten
De contramars moest die nadelen wegnemen met een doorlopend salvo. ‘In de verzameling hebben wij een brief met een verhelderende tekening waarin heel inzichtelijk wordt gemaakt hoe de contramars werkt’, zegt conservator Broersma. Het gaat over schutters die achter elkaar staan. De voorste – getekend als ‘a’ - schiet en loopt vervolgens meteen naar achteren om zijn geweer te laden. Vervolgens stapt ‘b’ naar voren om te vuren. Het gaat door tot ‘e’. Als die zijn schot heeft afgevuurd, heeft ‘a’ zijn musket alweer kun herladen. ‘Deze brief toont hoe prins Maurits vernieuwingen onderzocht en meteen toepaste in de strijd. Hij bestudeerde ook wat de Grieken en Romeinen over oorlogvoering hadden geschreven.’
“Wees zuinig op de troepen”
Niet alle belangrijke objecten uit de militaire geschiedenis van de Oranjes zitten in de Koninklijke Verzameling. Zo ligt de bevelhebbersstaf - de baton - van Willem van Oranje (1533-1584) in een Spaans jezuïetenklooster. De staf viel in Spaanse handen na de verloren slag op de Mookerheide, vlakbij Nijmegen. Willem van Oranje reikte de staf uit aan een van zijn legerleiders. Op één van de zilveren schildjes staat het wapen van Willem van Oranje, het andere verwijst vermoedelijk naar de voormalige – nu onbekende - eigenaar. De bevelhebber kreeg een opdracht mee, in zilver gegraveerd: “Wees zuinig op de troepen, en het oordeel van God zal je bespaard blijven”.
Waterloo
Een bijna middeleeuws aandoend object is een versierd doosje waarin botsplinters worden bewaard van de latere koning Willem II (1792-1849). Broersma: ‘Het doet inderdaad denken aan een relikwie (overblijfsel van een heilige, red.). En zo werd het klaarblijkelijk gezien: ‘dit is een reliek en de botsplinters moeten bewaard blijven in een bijzondere omhuizing’. Het doosje is veelzeggend over hoe er over hem werd gedacht.’ Willem II vocht als jonge man in de slag bij Waterloo, raakte gewond en werd bij terugkomst als een held onthaald.
Militaire Huis
Hij was de laatste Oranje die soldaten aanvoerde in de strijd. Hij had als koning ook nog zeggenschap over de krijgsmacht. Dat veranderde met de grondwet van 1848 toen de daadwerkelijke macht bij de regering en het parlement werd gelegd. Maar de verbondenheid met de krijgsmacht leed er niet onder. De militaire entourage van een Oranje – het Militaire Huis – bleef gewoon bestaan en kreeg een nieuwe invulling. Het Militaire Huis organiseert en coördineert tegenwoordig de uitvoering van evenementen van de koning en overige leden van het Koninklijk Huis. Het zichtbaarst voor het publiek zijn de adjudanten die op Prinsjesdag te paard de koning en koets begeleiden. Op de tentoonstelling zijn vijf uniformen te zien van officieren van het Militaire Huis.
Oefengranaat
Eén van die uniformen is een ceremonieel tenue van kapitein M.E.M. Mulder van de Militaire Vrouwenafdeling. Per generatie kun je zien hoe de context verschuift’, stelt Pantjes. Het Militaire Huis was eerst een exclusieve mannenaangelegenheid. ‘Vanaf 1971 besloot koningin Juliana dat ze minstens één vrouwelijke adjudant in haar entourage wilde.’ Mevrouw Mulder was de eerste.
En Amalia is de eerste prinses die een militaire opleiding heeft gevolgd. Dat was voor haar betovergrootmoeder niet mogelijk. ‘Koningen en stadhouders kregen militaire trainingen, maar voor een vrouw was dat niet weggelegd’, zegt Broersma. Maar prinses Wilhelmina kreeg wel lessen krijgskunde. ‘Ze moest onder meer leren hoe een ontstekingsmechanisme van een granaat werkte. Deze oefengranaat is een onderdeel van de tentoonstelling. Het is geen object van kunsthistorische waarde, maar wel van historische waarde. Het illustreert hoe zij lessen kreeg en hoe er werd gedacht over haar vorming.’
Van 22 juli tot en met 9 augustus stelt koning Willem-Alexander Paleis Noordeinde en de aangrenzende Koninklijke Stallen open. In totaal kunnen ruim 43.000 bezoekers het werkpaleis bezichtigen. Er zijn nog enkele tickets beschikbaar: Tickets Paleis Noordeinde en Koninklijke Stallen
Bekijk de video die vorig jaar werkt gemaakt over de opening van Paleis Noordeinde en de Koninklijke Stallen in Den Haag:
Openstelling Paleis Noordeinde en de Koninklijke Stallen in Den Haag (2025)

(In het zonnige Den Haag komen mensen aanfietsen bij Paleis Noordeinde. Boven de poort prijkt de Nederlandse leeuw, een rood lint leidt naar de ingang.)
RUSTIGE PIANOMUZIEK TOT HET EIND VAN DE VIDEO
(Binnen zijn de leuningen van een marmeren trap versierd met bladgoud. Tegenover de geschilderde portretten in een zaal, waar fel daglicht binnenvalt, staat een rij paspoppen met verschillende soorten uniformen aan.)
(Aan het gebogen plafond in een andere zaal hangen enorme kroonluchters met witte, brandende kaarsen. Kleine lampjes verlichten een tafelschikking en persoonlijke objecten in meerdere vitrines.)
(Buiten zorgt een boom voor schaduw in een paardenbak. In de Koninklijke Stallen staat een paard met een witte bles.)
(Op de zijkant van een blauwe auto prijkt de naam Willem-Alexander. De kleine auto, die geen dak heeft, is voorzien van rieten stoelen. Verderop staat onder andere de Gouden Koets opgesteld.)
(Het Nederlandse wapenschild met daarnaast: Rijksvastgoedbedrijf. Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Het beeld wordt blauw met wit. Beeldtekst: Paleis Noordeinde en de Koninklijke Stallen.)





