De komende vier jaar moet het RVB zo’n 3.500 gebouwen van Defensie verduurzamen. Programmamanager Rob Hakstege vertelt over deze gigantische operatie. ‘We willen niet alleen voldoen aan regels, maar toekomstbestendig vastgoed creëren voor Defensie.’

Beeld: RVB

Rob Hakstege bij de Van Ghent kazerne, Rotterdam.

De verduurzaming van het Defensievastgoed is een operatie van ongekende omvang. De cijfers zijn indrukwekkend, vertelt Rob Hakstege, programmanager van het programma EML/Label C Defensie (EML staat voor ‘Erkende MaatregelenLijst energiebesparing, red.). Het programma raakt zo’n 3.500 gebouwen, verspreid over kazernes, vliegbases en andere Defensiecomplexen in heel Nederland. ‘Per gebouw gaat het gemiddeld om zo’n vijftien erkende verduurzamingsmaatregelen. Van spouwmuren isoleren en het isoleren van daken, tot het plaatsen van HR++ glas en het vervangen van de verlichting door led. In totaal meer dan 50.000 ingrepen. En dat terwijl de bedrijfsvoering gewoon doorgaat’, zegt Rob. ‘We verbouwen terwijl de winkel openblijft.’

‘Meer dan 50.000 ingrepen terwijl de winkel openblijft’

Energiebesparende maatregelen

Het programma richt zich op twee doelen: het uitvoeren van wettelijk erkende energiebesparende maatregelen en het opwaarderen van kantoorgebouwen naar energielabel C. De verduurzamingsopgave speelt zich af in een complexe context. Defensie groeit en heeft meer ruimte nodig, terwijl nieuwbouw wordt afgeremd door stikstofregels en netcongestie. ‘Veel gebouwen die ooit op de nominatie stonden om afgestoten te worden, zijn weer in gebruik genomen’, legt Hakstege uit. ‘Daardoor moeten we ook ouder vastgoed verduurzamen. Sloop is vaak geen reële optie meer.’

Daarnaast worden de werkzaamheden uitgevoerd terwijl het primaire Defensieproces gewoon doorgaat. ‘Op een operationele vliegbasis kun je niet zomaar aan de slag. Je moet je planning volledig afstemmen op de bedrijfsvoering, oefeningen, inzet, veiligheid en andere projecten vanuit het RVB.’

Staat van gebouwen

De staat van sommige gebouwen maakt de opgave extra ingewikkeld. ‘Defensie heeft decennialang te maken gehad met bezuinigingen’, zegt Hakstege. ‘Dat zie je terug in het vastgoed.’ Hij noemt voorbeelden als schimmelvorming door vochtproblemen, daken die keer op keer lokaal zijn opgelapt en verouderde verwarmingsinstallaties. ‘Soms kom je ketels tegen waarvan je thuis allang afscheid had genomen.’

Ook verlichting is een aandachtspunt. Duizenden storingen per jaar en installaties waarvan onderdelen niet meer leverbaar zijn, maken vervanging urgent. ‘Ledverlichting is vaak niet alleen duurzamer,’ zegt Hakstege, ‘maar ook gewoon noodzakelijk.’

Standaardiseren

Om de enorme operatie beheersbaar te maken, zet het programma sterk in op standaardisatie. ‘We proberen processen en technische oplossingen zoveel mogelijk te uniformeren’, legt Hakstege uit. ‘Dat bespaart uitvoeringstijd, voorkomt faalkosten en maakt toekomstig beheer eenvoudiger.’

Hij vergelijkt het met de auto-industrie: minder maatwerk, meer gestandaardiseerde modellen. ‘Door vooraf slimme keuzes te maken, kun je later veel sneller werken.’ Dat is ook in lijn met de Koers van het RVB.

‘Uniformeren bespaart uitvoeringstijd, voorkomt faalkosten en maakt toekomstig beheer eenvoudiger’

Weinig personeel

De deadlines zijn ambitieus. De kantoren moeten eind 2027 minimaal energielabel C hebben. De overige verduurzamingsmaatregelen voor alle 3.500 gebouwen moeten voor 2030 zijn uitgevoerd. ‘Dat betekent een enorme productie’, zegt Hakstege. ‘En dat in een markt waar technisch personeel schaars is.’

Het programma groeit daarom naar ongeveer 150 medewerkers. ‘We zitten nu ruim over de helft, maar bijvoorbeeld specialistische functies zoals ecologen die flora en fauna-adviezen kunnen geven maar ook stikstofanalyses kunnen maken, zijn lastig te vervullen. Iedereen jaagt op dezelfde expertise.’

Samenwerken

Om ervaring op te doen, werkt Defensie met pilotlocaties verspreid over het land. Daar worden verschillende typen vastgoed aangepakt: van kantoren en lesgebouwen tot werkplaatsen en opslagfaciliteiten. ‘We gebruiken die locaties als leeromgeving’, zegt Hakstege. ‘Wat werkt goed? Waar lopen we vast? Hoe kunnen we sneller schakelen zonder kwaliteitsverlies?’

Samenwerking met de gebruikers staat daarbij centraal. ‘Zij moeten hun belangrijke werk kunnen blijven doen. Als we die belangen goed verbinden, ontstaat een win-winsituatie.’

‘We gebruiken pilotlocaties als leeromgeving’

Slim beheer

Voor Hakstege draait het programma om meer dan het halen van wettelijke normen. Duurzaamheid betekent voor hem ook slim beheer, lagere energielasten en gebouwen die klaar zijn voor veranderende taken. ‘Het is een gigantische operatie’, zegt hij. ‘Maar als we dit goed doen, profiteert Defensie daar decennialang van.’