Hoe dien je bij verkoop zowel de publieke zaak als het monument

Bij het verkoopproces rond de Commandopost Clingendael gebruikt het Rijksvastgoedbedrijf voor het eerst de nieuw opgestelde Leidraad Afstoot Monumenten. Rijksbouwmeester Floris Alkemade: ‘De verkoop van een monument is altijd meer dan alleen een financiële transactie. Je moet onderzoeken hoe je bij verkoop zowel de publieke zaak als het monument kunt dienen.’

Rbm in de SI bunker
Beeld: Hans Tak

Bij de nieuwe Leidraad Afstoot Monumenten gaat het om ‘goed eigenaarschap’ zegt Floris Alkemade. ‘Als gebouweigenaar willen we onze verantwoordelijkheid nemen, ook bij de verkoop. Om het proces van verkoop zo zorgvuldig mogelijk te laten verlopen is de nieuwe leidraad een mooi stuk gereedschap. We beschrijven het proces, de waardes van een object en geven aandachtspunten mee die belangrijk zijn bij een nieuwe bestemming.’

Beoordeling op drie aspecten

De leidraad beschrijft nauwkeurig aan welke voorwaarden het verkoopproces moet voldoen, tot en met het tijdig betrekken van omwonenden toe. Bij een belangrijk monument wordt een Nota van Uitgangspunten opgesteld. Geïnteresseerde kopers moeten op basis van die nota een visie indienen, die wordt gewogen op drie aspecten: integrale kwaliteit, landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit en architectonische kwaliteit. Alkemade: ‘We kijken bij de plannen hoe de context en historie worden mee genomen, hoe de ontwikkeling in de omgeving past en welke ingrepen een eigenaar in of aan het gebouw zelf wil doen. Zo erkennen we dat het niet alleen om het monument zélf, maar ook om het gebouw in z’n omgeving gaat. Die drie aspecten samen zijn een goed afwegingskader om partijen te beoordelen. Pas als ze aan die voorwaarden voldoen, mag een partij eventueel een bod doen.’

Verantwoordelijkheid nemen

Moet je een gebouw met zo’n beladen historie als de Commandopost Clingendael in Wassenaar eigenlijk wel verkopen? Floris Alkemade: ‘De beste garantie om een monument in stand te houden, is ervoor te zorgen dat het gebouw een functie heeft en dat het gebruikt wordt. Het Rijk gebruikt dit gebouw niet meer. In die zin is verkoop goed te verdedigen. Maar zeker bij zulk beladen erfgoed uit de Tweede Wereldoorlog moet je als gebouweigenaar je verantwoordelijkheid nemen en mag het nooit alleen een financiële transactie zijn.’

Architectuur verhult ware gezicht

Hij omschrijft de bunker als ‘ontzagwekkend en waanzinnig interessant’. Alkemade: ‘Vanwege z’n vorm en intenties natuurlijk. Het laat de absoluutheid zien van macht en overheersing, de niets ontziende overname van het bestuur van een land. Maar niets is hier wat het lijkt. De architectuur toont hier niet z’n ware gezicht. Deze bunker is groter dan die van Hitler in Berlijn en tegelijkertijd vermomd als een boerenschuur: alsof ze een olifant onder het tapijt wilden stoppen.’

Schuldig erfgoed

Verwijzend naar kunstenaar Armando, die ooit de term ‘schuldig landschap’ muntte, spreekt Alkemade hier van ‘schuldig erfgoed’. Floris Alkemade: ‘We hebben het Anne Frankhuis, we hebben het monument op de Dam, maar we hebben óók een muur van Mussert waar NSB-bijeenkomsten waren, en een bunker van Seyss-Inquart, die daar ook kon zitten dankzij de hulp van collaborerende Nederlanders. Het is belangrijk dat je het verhaal vertelt in ál z’n aspecten, niet alleen van: de Duitsers waren slecht. Je kunt niet verantwoorden dat je alleen die elementen van je geschiedenis overeind houdt die jezelf in een goed daglicht zetten. Dit is een erfenis die achterblijft en laat zien dat een oorlog een diffuus veld is van keuzes die worden gemaakt.’

Respect voor historie

De voorwaarden zoals die in de leidraad staan beogen een zorgvuldige overdracht zodat een toekomstige eigenaar de geschiedenis respecteert, zegt Alkemade. ‘De herinnering aan de Tweede Wereldoorlog is niet iets dat wegebt. De herdenkingsmomenten nemen eerder in belang en frequentie toe, dan af. Dat is iets heel moois, dat tekent dat we daadwerkelijk een cultuur en geheugen van herinneringen hebben en dat we daar als samenleving het belang van inzien.’

Essentiële tussenschakel

Geïnteresseerde partijen krijgen door deze leidraad een helder zicht op de erfgoedwaarden die meespelen bij de verkoop van monumenten. Zij worden in veel gevallen gevraagd om eerst een visie te ontwikkelen. Die moet voldoen aan de vastgestelde waardes en voorwaarden. ‘Dat is een mooie en essentiële tussenschakel. Ik zie dat we als rijksoverheidsoverheid steeds meer erkennen dat we die verantwoordelijkheid moeten nemen als eigenaar. Een monument is met publieke middelen aangeschaft en we hebben een publieke zaak te dienen. Ook bij verkoop.’