Flinterdun laagje bladgoud in Huis ten Bosch

In Huis ten Bosch in Den Haag is bladgoud te vinden op spiegel- en schilderijlijsten, lambriseringen, deuren, trapleuningen en drie schouwen. Deze extreem dunne laagjes edelmetaal raken makkelijk beschadigd, vooral als het goud veel wordt aangeraakt. Het Rijksvastgoedbedrijf liet tijdens de recente renovatie verschillende plekken opnieuw ‘vergulden’.

Dit vereiste een grondige voorbereiding door de restaurateurs. De onderlaag moest glad geverfd worden. Anders zou ieder pukkeltje in de ondergrond te zien zijn in de goudlaag.  De ondergrond werd waar nodig afgeplakt met tape, waarop een rode lak werd aangebracht. Deze onderkleur geeft het bladgoud een warme uitstraling. Op de gedroogde rode laklaag brachten de specialisten een transparante goudlijm op oliebasis aan volgens de oorspronkelijke verguldingstechniek.

Schilderwerk bladgoud, december 2018

De lijm moest vervolgens de kans krijgen om te drogen. Dat luisterde heel nauw. In het algemeen geldt dat bij een kortere droogtijd het goud dieper in de lijm zakt en de vergulding mat wordt. Hoe langer de droogtijd van de lijm, des te minder het bladgoud wegzakt en hoe meer het glimt. Maar te lang drogen betekent dat het bladgoud niet meer zou gaan hechten aan de lijm. De gulden middenweg voor het gewenste resultaat was zo’n 3 uur droogtijd, bedachten de restauratieschilders van Huis Ten Bosch. Daarna brachten ze het bladgoud aan.

Met hamers geslagen

Het oorspronkelijke goud in het paleis Huis ten Bosch was mat afgewerkt, wat ingetogenheid uitstraalde. Tijdens de reconstructie werd ook weer gekozen voor een matte vergulding, die in verhouding minder vaak voorkomt dan een hoogglansvergulding.  Het bladgoud kwam van een goudslagerij uit de Beierse stad Schwabach, die al sinds 1867 bladgoud maakt. De productie verloopt grotendeels volgens een eeuwenoud proces, waarbij het goud nog steeds met hamers tot de gewenste dikte geslagen wordt. Voor paleis Huis ten Bosch gebruikte de Beierse goudslagerij 23.75 karaat Rosenobel goud.

Schilderwerk bladgoud, december 2018

Boekjes en rolletjes

Het bladgoud brachten de restauratieschilders via ‘vast op vloei’ aan. Dit zijn boekjes met vloeipapiertjes voorzien van een flinterdun goudlaagje van 0.00015 millimeter. De vloeipapiertjes werden met goud en al op maat geknipt en geplakt. Voor de lange rechte lijnen gebruikte de restaurateurs rolletjes bladgoud op vloeipapier.

Met speciale goudkwasten zetten de restauratieschilders het bladgoud aan. Kwasten met dikkere varkensharen zorgden voor het reliëf in het goud en voor het aandrukken van het goud. Het vloeipapiertje beschermde daarbij het edelmetaal tegen krassen. Vervolgens liet het vloeipapiertje los en het goud zat daarmee vast op de lijm. Eenmaal aangebracht, werden kleine hoeveelheden goud buiten de lijntjes weggepoetst met een andere kwast, de goudstoffer van zachter haar. Hiermee veegden de restauratieschilders het goud ook schoon. Om de kwasten te beschermen tegen zand en stof, staken ze de kwasten in hun haar wanneer ze deze even niet nodig hadden.

Schilderwerk bladgoud, december 2018

Resultaat

Drie maanden, dertig rolletjes en vijfhonderd boekjes bladgoud verder was de klus geklaard. Sommige ruimtes zoals de antichambre kostten veel tijd en goud, vanwege de vele bladgouden versieringen. Maar het resultaat mag er zijn.