Vliegende nieren, VIP’s en koeien op de landingsbaan

Richard Hulmer (76 jaar) werkte van 1962 tot aan zijn pensionering in 1995 als verkeersleider op voormalig vliegkamp Valkenburg. ‘Het was een prachtige werkplek. Nu kan er een mooie groene woonwijk komen, daar is behoefte aan.’

Richard Hulmer

Als hij af en toe nog langs het voormalige vliegkamp komt, kijkt Richard Hulmer onwillekeurig altijd even naar de verkeerstoren ‘of -ie er nog staat’. ‘Het is mooi dat die toren bewaard blijft. Het was een fijne werkplek. Ik herinner me dat er in het trappenhuis uitsparingen voor deuren waren. Ik vermoed dat het gebouw wel geschikt is te maken voor een andere functie.’

Op de fiets vanuit Katwijk

Begin jaren zestig werkten er ruim 2000 man op deze basis, die in gebruik was bij de Marineluchtvaartdienst. ‘Ik ging in mijn donkerblauwe marine-uniform op de fiets vanuit Katwijk, en onderweg kwam je dan altijd collega’s tegen. We reden samen en ’s middags om 17.00 uur weer terug. Je fietste nooit alleen.’ Het vliegkamp was net een klein dorp, zegt Hulmer. ‘Er was een kerkje, lintbebouwing van stenen barakken die nog door de Duitsers waren gebouwd, en de oude verkeerstoren. Die is later vervangen door de toren die er nu staat. Op deze plek hadden we minder last van de zon. De oude barakken staan er nog, net zoals het vliegdienstgebouw. De sfeer was heel kameraadschappelijk en collegiaal.’

Woningnood

Hulmer woonde aanvankelijk in Haarlem, maar kreeg vanwege zijn nieuwe functie op vliegkamp Valkenburg met zijn echtgenote een 4-kamerflat in Katwijk aangeboden. ‘Heel bijzonder, want er was grote woningnood.’ Het inburgeren ging makkelijk, kijkt hij terug. ‘Katwijk was natuurlijk heel anders dan we gewend waren; kleiner, en op zondag zat álles op slot. Maar mensen knoopten makkelijk een praatje aan en ze vertrouwden je. Ik was een keer mijn portemonnee vergeten in een winkel en toen werd er gezegd: neem maar mee, kom straks maar terug om te betalen. Dat was ik echt niet gewend in Haarlem.’ Veel personeel van het vliegkamp woonde in Katwijk: ‘We gingen allemaal prettig met elkaar om.’

Elk half uur een weerbericht

Zijn werkplek bevond zich op 15 meter hoogte, bovenin de verkeerstoren, altijd samen met twee collega-verkeersleiders. ‘We hadden een eigen wc, konden koffie zetten, het was een prettige plek. De verdieping onder ons zat de meteo-dienst, elk half uur maakten die een nieuw weerbericht.’ Hulmer: ‘Het was een druk vliegveld, er stonden zo’n 60 vliegtuigen van verschillende types: Neptunes, Grummann Trackers, Beechcraft, helikopters en straaljagers, de Sea-Hawks. Er waren elke dag oefeningen boven zee, op maandag dinsdag en donderdag werd er ook ‘s avonds tot 23.00 uur gevlogen. Er kwamen toestellen uit Duitsland, Frankrijk en Engeland die een tussenlanding maakten of ook oefenden.’

Met zijn ‘goede ouderwetse mulo-opleiding’ was het Engels, voertaal in het vliegverkeer, geen probleem voor Hulmer. ‘Clear for take-off. Wij zorgen dat het vliegplan klopte en ze mochten pas landen of vertrekken of taxiën na onze toestemming daarvoor.’

VIP-vliegveld en transport van organen

Valkenburg werd vaak gebruikt voor het transport van transplantatie-organen zoals nieren: ‘Eurotransplant zat in Leiden, dat was vlakbij. Dus er stonden vaak ambulances op de baan.’ Nadat vliegveld Ypenburg was gesloten, nam Valkenburg de VIP-vluchten over. ‘Die waren er elke week. Ministers, leden van het Koninklijk Huis, staatshoofden: er was een rode loper en zij werden ontvangen in het VIP-gebouw. Eigen wachtkamer, eigen toiletten. Dan gold de VIP-code, als personeel hadden we een geheimhoudingsplicht.’ De laatste vijf jaar van zijn carrière was Hulmer hoofd vliegveldbeheer: ‘Mooi werk. Ik was ervoor verantwoordelijk dat iedereen wist wat er moest gebeuren.’

Stukje landingsbaan à 10 euro

Ook na zijn pensionering kwam hij nog weleens op de basis: ‘Ik ben twee keer naar de musical Soldaat van Oranje geweest, prachtig.’ En bij de fusie van de gemeentes Katwijk, Rijnsburg en Valkenburg was er een groot feest op de basis. Maar toen het vliegkamp definitief sloot en er à 10 euro per stuk brokken steen uit de landingsbaan werden verkocht, had hij daar geen belangstelling voor. ‘Welnee. Die baan ken ik wel. Je begon de dag met inspectie van de landingsbanen, of er niets op lag dat gevaar op kon leveren.’

Koe op de landingsbaan

Hij heeft gelukkig nooit grote ongelukken meegemaakt in zijn periode op Valkenburg, zegt Hulmer. ‘Weleens een doorstart of een beschadiging aan de baan omdat de wielen niet omlaag kwamen. Soms moesten we een koe van de landingsbaan jagen die uit het weiland ernaast was ontsnapt.’ Hij herinnert zich een vies klusje: een groep meeuwen was op een zomeravond op de lekker warme betonbaan neergestreken en werd vermorzeld door een landend vliegtuig. ‘Dat moest in een paar vuilniszakken op worden geruimd.’

 Dat zijn voormalige werkplek straks middenin een woonwijk zal staan, vindt hij prima. ‘Net zoals in de jaren zestig is er nu ook weer woningnood. Dit is een gebied van ruim 400 hectare, je kunt hier iets prachtigs maken met diverse types woningen veel groen, een park. En als je die hangaars en de toren een nieuwe functie kunt geven en zo’n kerkgebouwtje spaart, dan kan het iets heel bijzonders worden.’