Geschiedenis

Het gebied kent een rijke geschiedenis waarbij water en de mens een bepalende rol hadden in de vorming van het landschap en de locatie van de woonplekken. In elke periode in de geschiedenis maakten de mensen eigen afwegingen waar ze hun erf inrichtten en het land bewerkten. Ondanks de dikwijls natte omgeving wisten ze goed waar de hoge en droge gronden lagen en waar de ondergrond geschikt was voor akkerbouw en het houden van vee. Eeuwenlang was het gebied dan ook grotendeels een agrarisch gebied.

Katwijk, Valkenburg Graafwerkzaamheden, vierkant

Jonge steentijd en bronstijd (3000-800 v. Chr.)

Gedurende de jonge steentijd (3000 v. Chr.) wonen boerengemeenschappen op de strandwallen. Het gebied wordt gebruikt voor de jacht en visserij. Later (2500 – 1500 v. Chr.) is er kustvorming en ontstaan er kwelders en getijdekreken. De mens koloniseert omstreeks 1.000 voor Chr. (late bronstijd) het voormalige jachtgebied en vestigt zich permanent op de hoger gelegen plekken (de oevers van getijdekreken en kwelderruggen). Het is een zelfvoorzienende boerengemeenschap.

Late ijzertijd (250-12 v. Chr.)

In de loop van de late ijzertijd krijgt de zee meer invloed op het gebied en ontstaat een zeegat. Op de oevers van dat zeegat vestigen zich weer nieuwe bewoners die een lint van huisplaatsen bewonen. Zij maken de verovering van het gebied door de Romeinen mee.

Romeinse tijd (12 v. Chr. – 300 na Chr.)

De Romeinen vestigen zich aan het begin van de eerste eeuw na Christus op de kleigronden langs de zuidzijde van de Rijn en bouwen verdedigingswerken ter versterking van de Romeinse rijksgrens (de Limes). Op de zuidelijke oevers van de Oude Rijn worden kampementen, havens, straten en vestigingswallen aangelegd. In het achterland blijven de huisplaatsen uit de late ijzertijd bewoond en de bewoners wisselen goederen uit met de Romeinse militairen. Ze leven per slot van rekening nu in het Romeinse rijk.

Nieuwe tijd (1500 – 1900 na Chr.)

Vanaf de late middeleeuwen is het gebied lange tijd te nat voor bewoning. Pas wanneer het gebied wordt verkaveld en poldermolens het land droogmalen, kan het gebied ontgonnen worden voor beperkte bewoning en landbouw. Mensen wonen verspreid over het gebied in kleine boerderijen en hoeves. Het gebied staat vanaf de 17e eeuw onder beheer van twee historische buitenplaatsen: Torenvliet en Zonneveld.

Vliegkamp Valkenburg

Eind jaren ’30 begint men met de aanleg van het Vliegkamp Valkenburg. Tijdens de meidagen van 1940 wordt er tussen de Nederlandse strijdkrachten en de Duitse invallers hard gevochten om het vliegveld. Het vliegveld is dan nog niet klaar, waardoor Duitse vliegtuigen bij landing in de zachte grond wegzakken. Na het bombardement van Rotterdam en de capitulatie van Nederland nemen de Duitsers het vliegveld in gebruik. Na de bevrijding, neemt de ‘Marine Luchtvaartdienst’ zijn intrek en krijgt de locatie de naam ‘Marinevliegkamp Valkenburg’.

Het voormalig open agrarisch landschap verandert naar een gesloten militair gebied. In en om het gebied staat een aantal gebouwen dat herinnert aan dat stukje verleden zoals het Barakkendorp, het Hangaargebied  en de verkeerstoren.

Door inkrimping van de Nederlandse defensie na de Koude Oorlog, verliest het veld in 2005 zijn operationele status. In de jaren ’90 is het vliegkamp nog in functie als basis voor VIP-vluchten voor het Koninklijk Huis. Op 1 juli 2006 sluit het definitief zijn poorten. De landingsbanen zijn ondertussen verwijderd om plaats te maken voor de toekomstige woningbouw.