Geschiedenis

Het gebied kent een rijke geschiedenis waarbij water en de mens een bepalende rol hadden in de vorming van het landschap en de locatie van de woonplekken. In elke periode in de geschiedenis maakten de mensen eigen afwegingen waar ze hun erf inrichtten en het land bewerkten. Ondanks de dikwijls natte omgeving wisten ze goed waar de hoge en droge gronden lagen en waar de ondergrond geschikt was voor akkerbouw en het houden van vee. Eeuwenlang was het gebied dan ook grotendeels een agrarisch gebied.

Katwijk, Valkenburg Graafwerkzaamheden, vierkant
Beeld: Hans Roggen

Jonge steentijd en bronstijd (3000-800 v. Chr.)

Gedurende de jonge steentijd (3000 v. Chr.) wonen boerengemeenschappen op de strandwallen. Het gebied wordt gebruikt voor de jacht en visserij. Later (2500 – 1500 v. Chr.) is er kustvorming en ontstaan er kwelders en getijdekreken. De mens koloniseert omstreeks 1.000 voor Chr. (late bronstijd) het voormalige jachtgebied en vestigt zich permanent op de hoger gelegen plekken (de oevers van getijdekreken en kwelderruggen). Het is een zelfvoorzienende boerengemeenschap.

Late ijzertijd (250-12 v. Chr.)

In de loop van de late ijzertijd krijgt de zee meer invloed op het gebied en ontstaat een zeegat. Op de oevers van dat zeegat vestigen zich weer nieuwe bewoners die een lint van huisplaatsen bewonen. Zij maken de verovering van het gebied door de Romeinen mee.

Romeinse tijd (12 v. Chr. – 300 na Chr.)

De Romeinen vestigen zich aan het begin van de eerste eeuw na Christus op de kleigronden langs de zuidzijde van de Rijn en bouwen verdedigingswerken ter versterking van de Romeinse rijksgrens (de Limes). Op de zuidelijke oevers van de Oude Rijn worden kampementen, havens, straten en vestigingswallen aangelegd.

In oktober 2020 hebben archeologen van Archol/ADC Archeoprojecten de resten van zo’n verdedigingswerk uit het Romeinse Rijk opgegraven tijdens archeologisch veldonderzoek. Het gaat om een Romeinse spitsgracht, een verdedigingswal en de funderingen van een wachttoren. Deze ontdekkingen tonen aan dat er op dit terrein een groot kampement lag, waarin Romeinse troepen bivakkeerden. Niet alleen de funderingen van de wal en wachttoren zijn bewaard gebleven, ook het wallichaam zelf. Op dit moment is de grootte en de inrichting van het kampement nog niet vastgesteld. In het filmpje vertelt archeobotanist Erica van Hees meer over het onderzoek van de houten fundering.

Romeinse archeologische opgravingen

Voiceover:
Archeologen hebben op voormalig vliegkamp Valkenburg de restanten van een groot Romeins legerkamp opgegraven. Ze denken dat Romeinse soldaten hier ongeveer 2000 jaar geleden waren gelegerd. Maar wat is dan het werkelijke verhaal achter deze ontdekking? Wat deden al die soldaten hier? Waar kwamen ze vandaan? Waar wachtten ze op? En heeft het Romeinse legerkamp te maken Met de verovering van Engeland? bereidden keizer Caligula of zijn opvolger Claudius hier de aanval voor op het toenmalige Britannia en wachtten de troepen om ingescheept te worden?

Peter Jongste – Projectarcheoloog Rijksvastgoedbedrijf:
We staan hier op dit moment op het voormalig marinevliegkamp Valkenburg bij Katwijk. Er vindt in het kader van de woningbouw die hier plaatsvindt, voorafgaande archeologisch onderzoek plaats. Bij de opgravingen zijn aangetroffen de resten van een Romeinse kamp.

Lourens van der Feijst – Archeoloog ADC Archeoprojecten:
Wij zijn dat nu aan het opgraven en tot onze grote verrassing komen we sporen tegen die eigenlijk niet verwacht zijn. Dat zijn sporen die we in verband kunnen brengen met een groot militair kamp. Hier in de in de put kun je het zien. We hebben de funderingen gevonden van een grote hoge wal. En die wal, samen met een V-vormige greppel, vormden de verdediging van een groot kamp. Die wal die hebben we over meerdere plekken nu teruggevonden, en dat geeft aan dat we te maken hebt met een heel groot kamp. Zo groot dat er eigenlijk een legioen in past. Bijzondere aan deze plek is dat we in de wal ook fundamenten van een toren hebben gevonden. Hier zien we een paal, en daar is nog een paal te zien, dus in de wal om het kamp heen stonden dus ook torens. Dus we zien nu voor de tweede keer in Nederland een een heel groot legioenskamp. En ja, dat is natuurlijk fantastisch.

Erica van Hees – Archeobotanist Archol:
Ik heb hier een heel mooi stuk hout uit Valkenburg, Zuid-Holland. Dat hebben we onlangs opgegraven en het is deel van een Romeins castrum. En ik heb gekeken: welke soort is het? Dat heb ik met een microscoop gedaan, want het was met het blote oog bij deze paal niet te zien. En ik heb ook gekeken: hoe is die bewerkt? We kijken dan naar drie verschillende zijden van het hout, naar de celstructuren. We kijken naar de kopse kant, we kijken naar de binnenkant en we kijken naar een dwarscoupe, de tangentiale kant. Van dat kleine stukje hout wat onderdeel is van onze paal, maken we dan met een scheermesje hele dunne coupes. Door dan naar de combinatie te kijken van aanwezige cellen en de kenmerken daarvan, kunnen we soorten gaan uitsluiten. Hier hebben geconcludeerd dat de houtsoort Els is en Els groeit op vochtige gebieden. Nou hadden we al het vermoeden dat ook in de Romeinse tijd het in Valkenburg erg vochtig was, terwijl we een soort als eik vinden op hogere en drogere gebieden. En die vinden we hier dus niet, hoewel eik een duurzamere houtsoort zou zijn voor een fundering. Ze hebben dus eigenlijk heel opportunistisch dat gebruikt wat er lokaal voorhanden is. Je ziet dat hier een soort punt gemaakt is en dat die hier is afgevlakt met korte halen. En de braaksporen die zijn zelfs nog aanwezig. Dus mijn conclusie is dat dit met een ijzeren bijl gedaan is. Dat betekent dat we de steentijd en de bronstijd al kunnen uitsluiten.

Voiceover:
Het liefst zouden we antwoorden op alle vragen uit het verleden willen hebben. Dieper spitten door specialisten is nodig om meer feiten boven tafel te krijgen, bijvoorbeeld over hoe de soldaten in Valkenburg leefden. Wie weet doen de archeologen nieuwe ontdekkingen onder de grond die nog meer informatie geven. Als de archeologen straks klaar zijn met hun opgravingen worden hier nieuwe huizen gebouwd. Alle verhalen uit de rijke Romeinse historie van Valkenburg zullen daarbij als inspiratiebron dienen.

Logo Rijksvastgoedbedrijf, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verschijnt in beeld.

Beeldtekst:  Een productie van de Rijksoverheid in samenwerking met Archol en ADS Archeoprojecten.

*Muziek speelt*
*Muziek stopt*

Beeld reconstructie Romeins castellum in Valkenburg: Xinas

Nieuwe tijd (1500 – 1900 na Chr.)

Vanaf de late middeleeuwen is het gebied lange tijd te nat voor bewoning. Pas wanneer het gebied wordt verkaveld en poldermolens het land droogmalen, kan het gebied ontgonnen worden voor beperkte bewoning en landbouw. Mensen wonen verspreid over het gebied in kleine boerderijen en hoeves. Het gebied staat vanaf de 17e eeuw onder beheer van twee historische buitenplaatsen: Torenvliet en Zonneveld.

Vliegkamp Valkenburg

Eind jaren ’30 begint men met de aanleg van het Vliegkamp Valkenburg. Tijdens de meidagen van 1940 wordt er tussen de Nederlandse strijdkrachten en de Duitse invallers hard gevochten om het vliegveld. Het vliegveld is dan nog niet klaar, waardoor Duitse vliegtuigen bij landing in de zachte grond wegzakken. Na het bombardement van Rotterdam en de capitulatie van Nederland nemen de Duitsers het vliegveld in gebruik. Na de bevrijding, neemt de ‘Marine Luchtvaartdienst’ zijn intrek en krijgt de locatie de naam ‘Marinevliegkamp Valkenburg’.

Het voormalig open agrarisch landschap verandert naar een gesloten militair gebied. In en om het gebied staat een aantal gebouwen dat herinnert aan dat stukje verleden zoals het Barakkendorp, het Hangaargebied  en de verkeerstoren.

Door inkrimping van de Nederlandse defensie na de Koude Oorlog, verliest het veld in 2005 zijn operationele status. In de jaren ’90 is het vliegkamp nog in functie als basis voor VIP-vluchten voor het Koninklijk Huis. Op 1 juli 2006 sluit het definitief zijn poorten. De landingsbanen zijn ondertussen verwijderd om plaats te maken voor de toekomstige woningbouw.