09 oktober Marktconsultatie Industrieel, Flexibel en Remontabel bouwen voor defensie

Activiteitendata

  • Datum -
  • Tijd -
  • Locatie Online

Webinar uitgezonden op 9 oktober 2020, dien uw reactie uiterlijk 4 november 2020 in via Postbus.RVB.marktconsultatieIFR@Rijksoverheid.nl.

Bouwt u mee aan de toekomst van Defensie? In de huidige fase van het revitaliseringsprogramma vastgoed Defensie, de programmabrede voorbereiding, is het van belang dat intern en extern de juiste verwachtingen worden gewekt en ook correcte uitgangspunten worden gehanteerd. Het Rijksvastgoedbedrijf en Defensie willen de doelstellingen “Toekomstvast”, “Duurzaam”, “Compliant” en “Structureel betaalbaar” behalen bij de revitalisering van de 27 clusters van objecten binnen dit programma. Vanwege deze doelstellingen en de complexiteiten van een grootschalige revitalisering op kazernes die operationeel blijven tijdens deze periode, wordt gekeken naar Industrieel, Flexibel en Remontabel (IFR) bouwen als uitgangspunt voor het programma.

Marktconsultatie Industrieel, Flexibel en Remontabel (IFR) bouwen

In de huidige fase van het programma, de programmabrede voorbereiding, is het van belang dat intern en extern de juiste verwachtingen worden gewerkt en ook correcte uitgangspunten worden gehanteerd. Het Rijksvastgoedbedrijf en Defensie willen de doelstellingen “Toekomstvast”, “Duurzaam”, “Compliant” en “Structureel betaalbaar” behalen bij de revitalisering van de 27 clusters van objecten binnen dit programma. Vanwege deze doelstellingen en de complexiteiten van een grootschalige revitalisering op kazernes die operationeel blijven tijdens deze periode, wordt gekeken naar Industrieel, Flexibel en Remontabel (IFR) bouwen als uitgangspunt voor het programma.

Omdat op dit moment het gebruik van IFR gedeeltelijk nog uitgaat van enkel de verwachtingen en aannames zoals in dit document geschetst, is het voor Defensie en het RVB van belang om deze aannames te toetsen alvorens hier verder stappen in worden gezet. Ook zouden Defensie en het RVB graag inzicht krijgen in enkele marktaspecten, zodat in een latere fase een  aanbestedings-strategie goed kan aansluiten op de wensen vanuit de markt.

Om deze redenen wordt een marktconsultatie al in deze fase gehouden.

Deze marktconsultatie wordt gevoerd in de voorbereidingsfase van het gehele Objectgericht Revitaliseringsprogramma. Een vroegtijdige dialoog over omvangrijke trajecten tussen Defensie en het RVB als opdrachtgevers en marktpartijen als potentiele toekomstige opdrachtnemers wordt door Defensie en het RVB belangrijk en noodzakelijk geacht.

Na afloop van deze marktconsultatie zouden Defensie en het RVB graag meer duidelijkheid hebben in hoeverre IFR een bouwmethode is die zal bijdragen aan de doelstellingen van het Revitaliseringsprogramma en waar wij bij latere contractering mogelijk nu al rekening mee moeten houden.

Deze consultatie kent een marktconsultatiedocument (met alle belangrijke voorwaarden, de gestelde vragen en achtergrond informatie), video-interviews (met aanvullende achtergrond informatie over de inhoudelijke thema’s), een live uitzending halverwege om samen het gesprek aan te gaan, en de indiening van een reactie (met antwoord op gestelde vragen).

De planning op hoofdlijnen is als volgt:

  • 17 september 2020: Livegang registratie marktconsultatie
  • 5 oktober 2020: Uiterlijk moment tot stellen van vragen
  • 9 oktober 2020: Live-event (10:30 tot 12:00 uur)
  • 4 november 2020: Dealine indienen van uw reactie

Marktconsultatie IFR: Ronnie Overgoor interviewt Martijn Peters

MARTIJN PETERS: Nijpend zou ik het nog niet willen noemen, maar we merken zeker dat vastgoed
uitvalt, installaties die het begeven. Die
onderhoudsachterstand zorgt ervoor dat gebouwen
zodanig slecht worden, dat werken er in zeer onaangenaam wordt op een aantal
plekken. Door de bank genomen, hebben een enorme opgave.
RONNIE OVERGOOR: Vanaf de Bernhardkazerne in Amersfoort, van harte welkom. In het kader van het
revitaliseringsprogramma van het Ministerie van Defensie, in samenwerking
met het Rijksvastgoedbedrijf, doen beide partijen samen een marktconsultatie
om de kennis en kunde van de markt te gebruiken en om te toetsen of ze op de
juiste weg zijn. Alles over deze maar consultatie is te
vinden op de website van het Rijksvastgoedbedrijf
Rijksvastgoedbedrijf.nl en in deze video gaan we in op dat revitaliseringsprogramma.
en dat doe ik met mijn gast Martijn Peters. Martijn, van harte welkom.
Dit is jouw thuishaven.
MARTIJN PETERS: Volgens mij één van de.
RONNIE OVERGOOR: Wat doe je binnen Defensie?
MARTIJN PETERS: Ik werk bij de afdeling vastgoed van het
directoraat-generaal Beleid en die afdeling Vastgoed beheert en
beheerst de portefeuille de vastgoedportefeuille van Defensie.
RONNIE OVERGOOR: Daar zo meteen meer over. Het revitaliseringsprogramma in het kort, kun
je het eens schetsen?
MARTIJN PETERS: Het revitaliseringsprogramma is
onderdeel van het strategisch vastgoedplan. Dat is begin 2019 vastgesteld door
Defensie en beschrijft de aanpak van de portefeuille, de verbetering van de
vastgoedportefeuille van Defensie, op allerlei gebieden.
RONNIE OVERGOOR: Voor de komende...?
Dat is een project dat loopt, dat gaat nog wel een tijdje lopen he?
MARTIJN PETERS: Het streven is tussen de 15 en 20 jaar, om het grootste deel van de portefeuille
verbeterd te hebben.
RONNIE OVERGOR: Is het heel erg nodig?
MARTIJN PETERS: Het is hartstikke nodig. We hebben een enorme vastgoed portefeuille
die op aantal fronten nogal gemankeerd is. We hebben onderhouds-achterstanden
we hebben een duurzaamheidsopgave, die we slecht kunnen invullen in het huidige
vastgoedbestand. Daar zit nogal wat uitdagingen en problemen in, dat klopt.
RONNIE OVERGOOR: Merk je dat al in de alledaagse operatie? Is het echt nijpend, of nog niet?
MARTIJN PETERS: Nijpend zou ik het nog niet willen noemen
maar we merken zeker dat er vastgoed uitvalt, installaties die het
begeven. Die onderhoudsachterstand zorgt ervoor
dat gebouwen zodanig slecht worden, dat werken erin, zeer onaangenaam wordt op
een aantal plekken. Dat is natuurlijk niet overal zo, maar
door de bank genomen, hebben een enorme opgave.
RONNIE OVERGOOR: Tijd voor vernieuwing. kun je iets vertellen over die schaalgrootte?
MARTIJN PETERS: Defensie heeft een enorme en
gedifferentieerde vastgoedportefeuille. Zes miljoen
vierkante meter gebouwd oppervlakte, 35 duizend hectare
terreinen horen daarbij wil. Van die zes miljoen vierkante meter gaan we in het
revitaliseringsprogramma ongeveer 4 miljoen aanpakken.
RONNIE OVERGOOR: Ok, tweederde ongeveer?
MARTIJN PETERS: Ongeveer tweederde. En daarvan gaan we de helft slopen, dus dan houden
we ongeveer twee miljoen vierkante meter over en
2 miljoen vierkante meter slopen. En van die twee miljoen die we slopen, gaan we
ongeveer 1,2 miljoen vierkante meter terugbouwen.
RONNIE OVERGOOR: Wat een project.
MARTIJN PETERS: En dat duurzaam en toekomstvast
RONNIE OVERGOOR. Ja en circulair. We zijn
een serie video's aan het maken, dus voor iedereen die die interesseert is, die kan
op de website waar ze het nu deze video zitten te kijken, ook de andere video's
zien. Tot slot, de eerste pilot, we zitten hier
in de Bernhardkazerne in Amersfoort. Dit wordt dé pilot he?
MARTIJN PETERS: Dit wordt dé pilot.
RONNIE OVERGOOR: Wat ga je hier allemaal doen?
MARTIJN PETERS: Om een aantal redenen. We gaan
het allergrootste deel van gebouw bestand hier, gaan we slopen en van de 140
gebouwen, die op dit terrein staan, blijven er ongeveer 120
in de sloopportefeuille worden daar onder gebracht en worden circa 20
teruggebouwd, dus minder gebouwen, maar wel veel groter en we hebben een...
energietransitie-opgave, waar we hier mee gaan oefenen, samen met de markt en daar hebben
via de bouwcampus wat verkenningen voor gedaan en de Bernhardkazerne moet dan
op termijn over een paar jaar weer helemaal tiptop in orde zijn. Klaar voor de toekomst.
RONNIE OVERGOOR: En wat is, jouw concrete rol
in dit hele programma? Ga jij het helemaal overzien, of
MARTIJN PETERS: Ik heb de aanpak bedacht en mag
MARTIJN PETERS; Ik heb de hele aanpak bedacht en mag dus vanuit de afdeling vastgoed
als programmanager, dat begeleiden.
RONNIE OVERGOOR: Dan wens ik jou, dan heb je het voorlopig heb je het druk
heb je een groot project te doen. Daar wens ik je heel veel succes mee.
Martijn Peters: Dank je wel.
RONNIE OVERGOOR: En dank je wel voor het kijken naar deze
video. Wil je meer video's zien, of meer weten over het revitaliseringsprogramma
kijk dan op de website van het Rijksvastgoedbedrijf: rijksvastgoedbedrijf.nl.
Kijk onder het kopje Actueel, daar vind je alles.
Dank je wel.

Marktconsultatie IFR: Ronnie Overgoor interviewt Rob Leus

ROB LEUS: Defensie heeft veel kennis, het Rijksvastgoedbedrijf heeft veel kennis, maar
de echte innovatieve kracht, de partijen die echt weten wat de nieuwe
ontwikkelingen zijn, waarmee je klaar bent voor de toekomst, of wat oplossingen
zijn voor de komende tien jaar, dat is de markt.
RONNIE OVERGOOR: Vanaf de Bernhardkazerne in Amersfoort, van harte welkom.
In het kader van het revitaliseringsprogramma van het Ministerie van Defensie, in samenwerking
met het Rijksvastgoedbedrijf, doen beide partijen een marktconsultatie om de
kennis en de kunde van de markt niet alleen te gebruiken, maar ook om te
toetsen of ze op de goede weg zijn. Wil je meer weten over die marktconsultatie
en over het revitaliseringprogramma, kijk dan op de website van
Rijksvastgoedbedrijf: Rijksvastgoedbedrijf.nl, voor meer
informatie. In deze video praat ik verder over dat revitaliseringsprogramma en dat
doe ik met mijn gast Rob Leus. Rob, van harte welkom. Om te beginnen even een korte
introductie wie je bent en wat je rol is in dit project.
ROB LEUS: Zoals je zei, ik ben Rob Leus. Ik ben van het Rijksvastgoedbedrijf en ik ben
programmamanager van het revitaliseringsprogramma.
RONNIE OVERGOOR: Eigenlijk ben je gewoon in charge van het hele programma?
ROB LEUS: Van het Rijksvastgoedbedrijf.
RONNIE OVERGOOR: Ja. precies, vanuit het Rijksvastgoedbedrijf. Zo meteen meer over die
samenwerking. Want het is een heel groot project? Dus dat is een uitdagende job, als programmamanager?
ROB LEUS: Dat is een uitdagende job ja, we zijn nu bezig met de portefeuille brede voorbereiding
en de planvorming per object. En we zijn op de Bernhardkazerne, waar we onze eerste pilot
gaan draaien. RONNIE OVERGOOR: Ja, daar ga je de eerste pilot draaien.
Ik wil een aantal dingen met je bespreken.
Om te beginnen, jullie gaan voor een integrale aanpak per object, wat anders
is dan wat je het verleden vaak zag, een aanpak per gebouw. Leg dat eens uit.
ROB LEUS: Kijk, dat zei je ook, het is een groot programma waarin we bijna
het hele defensie vastgoed aanpakken voor tweederde
en dat geeft gewoon andere mogelijkheden als je objectgericht
aanpakt. Op dit moment bestaan de kazernes uit
een heleboel kleine inefficiënte, monofunctionele gebouwen en door het
objectgericht aan te pakken, kun je eigenlijk zo'n hele kazerne inrichten...
herinrichten, in plaats van dat je alleen zo'n een gebouw aanpakt.
RONNIE OVERGOOR: En een object is voor jou dan? ROB LEUS: Een object is een kazerne, of kan zelfs
een verzameling van dicht bij elkaar gelegen kazernes zijn
en willen dus eigenlijk die oude
inefficiënte, kleine gebouwen vervangen door grotere
multifunctionele, breder inzetbaar, energie-efficiënte
moderne gebouwen, die gewoon eigenlijk weer klaar zijn voor de toekomst.
RONNIE OVERGOOR: En IFR is daarin een belangrijk begrip. Kun je dat eens toelichten waar dat
voor staat en waarom dat zo belangrijk is.
ROB LEUS: Bij zo'n grote aanpak, eigenlijk als je over alle kazernes heen kijkt, dan
kun je ongeveer 15 verschillende gebouwen-typologie identificeren, die in
grote veelvoud voorkomen. Als je het zo grootscheeps aanpakt, dat
betekent eigenlijk dat je kunt standaardiseren. Je wilt niet
250 gebouwen opnieuw ontwerpen, of misschien wel 1000
dus je kunt standaardiseren en dat maakt het eigenlijk ook dat je een industriële
aanpak, benadering, ook veel meer mogelijk kunt maken
ook omdat dat de overlast op locatie kan beperken. Wij hopen dat
willen we ook toets in deze marktconsultatie door die IFR-aanpak
dat we buiten ons terrein kunnen produceren, dus een hogere kwaliteit
door de industriële benadering, dat we de overlast op locatie
beperken en misschien ook wel sneller kunnen werken. RONNIE OVERGOOR: De r staat voor
remontabel, dat heeft met name ook te maken met het facet als het gaat om energieklimaat
en circulariteit?
ROB LEUS: Remontabel gaat om circulariteit, maar ook om flexibiliteit, ik gaf net aan dat de defensieorganisatie verandert en dat gebouwen, als ze flexibel zijn of zich kunnen meebewegen met het functioneren van Defensie, dat je ze misschien ook wel op een andere manier aan elkaar moet koppelen, of moet kunnen verplaatsen.
RONNIE OVERGOOR: Hoe moeilijk is dat? Om in de toekomst te kijken, als je kijkt hoe ook jullie je ontwikkelen en Defensie zich ontwikkelt?
ROB LEUS: Technische ontwikkelingen gaan steeds sneller, dus dat is ontzettend lastig.
Ik denk wel dat defensie is een taak die je in een land altijd zal hebben, dus we blijven bestaan, dus dat is al mooi.
RONNIE OVERGOOR: Ja, mooi. Daar kunnen we ook weer een half uur over filosoferen maar ik snap wat je zegt.
Dee samenwerking is belangrijk. Het is echt een
een samenwerking tussen Defensie en Rijksvastgoedbedrijf. Schets die eens hoe geef je zoiets vorm? ROB LEUS: Wat belangrijk is en daarom hebben ook een gezamenlijke projecten-organisatie opgericht. In mijn overtuiging is een goede voorbereiding een heel belangrijk onderdeel van een
succesvolle realisatie, om dat samen op te pakken, om zo
goed mogelijk de behoeftes van Defensie in kaart te brengen en met de kennis en expertise die bij Defensie zit en bij het Rijksvastgoedbedrijf zit en dat zo goed mogelijk te koppelen aan toekomstbestendige oplossingen, hebben we een gezamenlijke projectorganisatie opgericht, die nu bezig is met de voorbereiding, maar die zich ook door zal gaan straks in de realisatie en dus niet volgordelijk werken, maar gezamenlijk
bedenken en uitvoeren. RONNIE OVERGOOR: En, dat was mijn nieuwsgierigheid maar hoe lang plan je en hoe lang gaat die projectorganisatie vooruit denken, want als ik de documentatie doorlees, dan hebben we het over een project van 20 jaar.
Dat lijkt mij zo lastig. ROB LEUS: We zijn nu bezig met het voorbereiden van de eerste shift. Martijn heeft het wellicht ook net uitgelegd
dat we 27 geclusterde objecten gaan aanpakken in totaal zijn het ongeveer 50 kazernes
in die 20 jaar. Dat kunnen we niet in een keer doen zo ver kunnen ook niet vooruit kijken en we zijn nu bezig met het voorbereiden van de eerste shift de eerste golf en dat zijn zes objecten
en dan kijken we naar start van realisatie 2023, 2025 tot ongeveer 2030, dat is echt wel
het maximum. RONNIE OVERGOOR: Ja, precies. En tot slot de marktconsultatie werd al genoemd. Hoe belangrijk is die?
ROB LEUS: Die is ontzettend belangrijk. Net als we samen met Defensie aan het voorbereiden zijn en we willen dit op een andere manier doen Defensie heeft veel kennis, het Rijksvastgoedbedrijf heeft veel kennis
maar de echte innovatieve kracht, de partijen die echt weten wat de nieuwe ontwikkelingen zijn, waarmee je klaar bent voor de toekomst of wat de technieken, of de oplossingen zijn voor de komende tien jaar, dat is de markt en dat wil je zo vroeg mogelijk aanhaken, je wil zo vroeg mogelijk samen bedenken wat de juiste oplossingen zijn voor Defensie. RONNIE OVERGOOR: Dus zie deze video dan maar als een soort eerste uitnodiging om de markt op te roepen. Die marktconsultatie krijgt in alle hand vorm de komende tijd denk ik, om dat te gaan vormgeven.
Dank voor je toelichting voor nu. En dank voor het kijken en wil je meer weten over het revitaliseringsprogramma en over de marktconsultatie, waar we zojuist over spraken, kijk dan op de website van
Rijksvastgoedbedrijf. Rijksvastgoedbedrijf.nl, onder het
kopje actueel en daar vind je alle informatie. Voor nu dank je wel voor het kijken.
Dag.

Vier inhoudelijke thema's

In deze marktconsultatie worden vier belangrijke thema’s behandeld. Namelijk: (1) Industrieel, (2) Flexibel, (3) Remontabel en (4) Algemene marktinzichten en contractering. Voor elk van deze thema's is een video met een toelichting gemaakt.

Industrieel (1)

Industrieel bouwen wordt gezien als een montage-(bouw)proces en verschilt daarmee van het traditionele bouwproces, wat voornamelijk op de bouwplaats plaatsvindt. Bij industrieel bouwen worden gebouwonderdelen geprefabriceerd, zodat deze op de bouwplaats gemonteerd kunnen worden. Deze prefab gebouwonderdelen worden geproduceerd onder geconditioneerde omstandigheden, waardoor de bouwplaats in sterke mate wordt ontzien. De verwachting is dat dit allerhande voordelen heeft; beperking van overlast, versnelling van een bouwproces, verhoging van de kwaliteit, beperking van uitstoot en efficiëntere logistiek. Meer informatie over dit thema en de vragen die het RVB en Defensie hebben op dit vlak binnen de marktconsultatie zijn te vinden in het marktconsultatiedocument in paragraaf 4.1.

Aanvullend hierop geven Inkoopadviseur Revitaliseringsprogramma, Marlous Vermeule en Stefan Klabbers (Vertegenwoordiger gebruiker Defensieonderdelen) een toelichting op dit onderwerp in deze video:

Marktconsultatie IFR: Ronnie Overgoor interviewt Marloes Vermeule en Stefan Klabbers

RONNIE OVERGOOR: Hoe nodig is dit hele programma? Misschien even een side-step, maar ik heb nu iemand aan tafel die hier dagelijks woont en werkt. Hoe belangrijk is het?
STEFAN KLABBERS: Daar kan ik heel kort over zijn. Dat is dat is hoogst noodzakelijk. Het is echt essentieel dat dit aangepakt gaat worden en goed. En dat we voor de komende jaren gewoon verder kunnen.
RONNIE OVERGOOR: Vanaf de Bernhardkazerne in Amersfoort van harte welkom. In het kader van het revitaliseringsprogramma van het Ministerie van Defensie in samenwerking met het Rijksvastgoedbedrijf doen beide partijen een marktconsultatie. Om de kennis en de kunde van de markt te gebruiken en om te toetsen of ze op de juiste weg zijn. Wil je meer weten over deze marktconsultatie en over het revitaliseringsprogramma kijk dan op rijksvastgoedbedrijf.nl onder het kopje 'actueel'. Daar vind je alle verdere informatie.
Industrieel, Flexibel en Remontabel bouwen, IFR bouw is het uitgangspunt van het programma. Dit gesprek zoomen we specifiek in op het thema industrieel. Dat doe ik met twee gasten Marlous Vermeule en Stefan Klabbers, van harte welkom.
Even toch maar met de dame beginnen, Stefan als je het niet erg vindt. Marloes wat doe je binnen welke organisatie?
MARLOES VERMEULE: Mijn naam is Marloes Vermeule en ik werk als inkoper bij het Rijksvastgoedbedrijf. Vanuit die rol ook betrokken bij het revitaliseringsprogramma en aangehaakt bij deze marktconsultatie.
RONNIE OVERGOOR: Heel goed. Dat zeg je niet voor de eerste keer hè?
MARLOES VERMEULE: Nee dat zeg ik niet voor het eerst.
RONNIE OVERGOOR:  Heel goed. Stefan wat is jouw rol?
Ik kan het al een beetje inschatten gezien je kleding...
STEFAN KLABBERS: Ik werk bij de staf van de Koninklijke Landmacht. Ik ben daar Sectiehoofd van de afdeling Vastgoed, Milieu en Brandweerzorg en het die hoedanigheid bemoei ik mij met vastgoedprojecten.
RONNIE OVERGOOR: Ik kan je echt zien als de gebruiker van alles dat met vastgoed te maken heeft. Ik zei al, we gaan hebben over industrieel als onderdeel van IFR-bouw. Marloes, even in brede zin wat is industrieel precies, wat wordt daar onder verstaan?
MARLOES VERMEULE: Ik denk dat het 't makkelijkst geduid kan worden als 'montage bouw proces'. Het is een proces waarbij gebouwonderdelen geprefabriceerd worden in de fabriek en vervolgens in elkaar gezet worden op de bouwplaats. Daarmee verschilt het ook van het traditionele bouwproces wat geheel op de bouwplaats plaatsvindt.
Dit gebeurt in eerste instantie in een fabriek en wordt dus later gemonteerd.
RONNIE OVERGOOR: Gebeurt dit al veel?
MARLOES VERMEULE: Ik denk dat dit steeds meer gaat gebeuren. Het kan een bijdrage aan het stikstof probleem. Hiermee wordt de stikstofuitstoot ook beperkt op de bouwplaats zelf dus ik denk dat dit wel iets is wat we steeds vaker gaan zien.
RONNIE OVERGOOR: Wordt het stikstofprobleem dan niet verplaatst? Want uiteindelijk moet er toch gebouwd worden denk ik dan.
MARLOES VERMEULE: In zekere zin wel, maar ik denk hoe meer aandacht we hier aan besteden hoe beter dit proces ook ingericht kan worden dat dit gunstige effecten gaat hebben.
RONNIE OVERGOOR: Want vertel eens even. Wat zou het allemaal op kunnen leveren? Wat zijn jullie aannames daarin, als we deze methodiek gebruiken?
MARLOES VERMEULE: Onze aanname is dat door dit proces op deze manier in te richten er ook een zekere zin van routineproductie plaats kan vinden. Dit kan ook leiden tot een soort standaardisatie van materiaal en proces, wat ook gunstige effecten kan hebben op de kwaliteit van het product. Daarnaast verwachten ook dat dit gunstige effecten heeft voor de doorlooptijden en dat dit leidt tot snellere doorlooptijden en ook tot een korter bouwproces op de locatie zelf dus op de kazernes, waardoor de gebruiker hier uiteindelijk ook minder overlast van ervaart.
RONNIE OVERGOOR: Dat zijn de aannames tot nu toe en zometeen de vragen die je aan de markt wil stellen. Hoe belangrijk zijn die kortere doorlooptijden die hier worden geschetst en nog een aantal voordelen die hier worden aangenomen. Hoe belangrijk is dat vanuit jouw oogpunt als gebruiker?
STEFAN KLABBERS: Als gebruiker is het belangrijkste dat het bedrijfsproces van Defensie door kan gaan. Op een kazerne hebben we eigenlijk een bedrijfsproces dat 24/7 doorloopt, want we hebben natuurlijk overdag de reguliere werkzaamheden. De opleidingen, de voorbereidingen van uitzendingen, oefeningen, maar 's avonds gaat het hier gewoon door, want hier wonen mensen. Dus het is een proces dat 24/7 doorloopt en dat moet door blijven gaan.
RONNIE OVERGOOR: Hoe zie jij dit vanuit gebruikersoogpunt? hoe nodig is dit hele programma? Misschien even een side-step, maar ik heb nu iemand aan tafel die hier dagelijks woont en werkt. Hoe belangrijk is het?
STEFAN KLABBERS: Daar kan ik heel kort over zijn, dat is hoogst noodzakelijk. Het is echt essentieel dat dit aangepakt gaat worden en goed, zodat we voor de komende jaren gewoon verder kunnen.
RONNIE OVERGOOR: Ja, de komende jaren, wij hebben het hier over een giga programma. Je doet nu een aantal aannames. Ik kan me ook voorstellen dat je het mis hebt. Dat industrieel misschien wel betekent dat je veel meer overlast veroorzaakt omdat ze niet nu met kleine vrachtwagentjes, ik ben maar een leek hè, maar dat ze nu met grote trailers met prefab onderdelen rijden waardoor de impact juist veel groter is. Veel vragen dus kan ik me voorstellen, of niet, richting de markt?
MARLOES VERMEULE: Ik denk dat dit ook de grootste uitdaging is die we aan de markt mee willen geven. Dat zeker het operationeel blijven van die kazerne heel belangrijk is.
RONNIE OVERGOOR: Veel vragen aan de markt, noem er eens 1 of 2, samenvattend... wat zijn de belangrijke vragen die je aan de markt wil stellen?
MARLOES VERMEULE: Een belangrijke vraag is wat de invloed van industrieel bouwen is op de uitvoeringsduur en of dit inderdaad leidt tot een korter bouwproces. Met name wat zijn de kansen en risico's in het kader van de planning.
RONNIE OVERGOOR: Ok belangrijke vraag. Standaardisatie ook een belangrijke vraag, dat zei je in het begin van gesprek. Vond ik interessant, want kan mij inderdaad voorstellen dat als je standaardiseert je waanzinnig effectief kunt bouwen. Ook een belangrijke vraag aan de markt?
MARLOES VERMEULE: Jazeker, ik ben heel benieuwd hoe de markt daarin staat.
RONNIE OVERGOOR: Ja Stefan, vanuit gebruikersperspectief, wat zijn jouw hamvragen die je aan de markt zou willen stellen?
STEFAN KLABBERS: Belangrijkste vanuit mijn oogpunt is dat ze de vraag 'hoe' ze gaan realiseren, waarbij wij zo min mogelijk last hebben van de realisatie van het proces en ons proces gewoon door kan kan gaan. Dat is eigenlijk de belangrijkste vraag. Dat er overlast is, dat is duidelijk. Alleen hoe gaan we dat tot een minimum beperken.
RONNIE OVERGOOR: Ja zodat de winkel door kan gaan. Helder. Mag ik jullie daar allebei heel veel succes mee wensen de komende jaren. En dank jullie voor deze toelichting. En dank je wel voor het kijken. Kijk voor andere video's en meer informatie op de website van het Rijksvastgoedbedrijf rijksvastgoedbedrijf.nl onder 'actueel’. Daar vind je alle verdere informatie. Voor nu dank je wel voor het kijken. Dag.

KORTE AFSLUITENDE MUZIEK

Flexibel (2)

Het doel van flexibiliteit is toekomstbestendig functioneel gebruik. Flexibiliteit dient daarmee ook de duurzaamheid. Per bouwopgave wordt gekeken welke vorm van flexibiliteit het beste past bij de toekomstvisie van het te realiseren gebouw, afgestemd op de toekomstvisie van de locatie.

In relatie tot IFR ligt de focus op de vormen:

  • Adaptiviteit (wijziging van gebruik/ gebruiksfunctie)

  • Krimp en groei / Verplaatsbaarheid / nieuwe configuraties

Meer informatie over dit thema en de vragen die het Rijksvastgoedbedrijf en Defensie hebben op dit vlak binnen de marktconsultatie zijn te vinden in het marktconsultatiedocument in paragraaf 4.2. Aanvullend hierop geven Technisch manager Revitaliseringsprogramma, Bert Albers en Paul Meijer (Projectleider planvoorbereiding (Defensie) Revitaliseringsprogramma) een toelichting op dit onderwerp in deze video:

Marktconsultatie IFR: Ronnie Overgoor interviewt Paul Meijer en Bert Albers

PAUL MEIJER: Vastgoed gaat relatief lang mee en die cycli die zijn korter en daarom zien wij
graag dat met flexibiliteit in het bestaande vastgoed
die zaken sneller worden, of en beter kunnen worden opgepakt.
RONNIE OVERGOOR:: Vanaf de Bernhardkazerne in Amersfoort, van harte welkom.
In het kader van het revitaliseringsprogramma van het Ministerie van Defensie, in samenwerking
met het Rijksvastgoedbedrijf doen beide partijen een marktconsultatie.
Dat doen ze om de kennis en kunde van de markt te gebruiken en met name ook om te
toetsen of ze op de juiste weg zijn. Wil je meer weten over deze marktconsultatie
dan vind je online alle informatie op de website van Rijksvastgoedbedrijf
rijksvastgoedbedrijf.nl, onder het kopje Actueel.
Iindustriee, flexibel en remontabel bouwen, dat is het uitgangspunt van het programma en in dit
gesprek zoomen we specifiek in op het thema flexibel.
Dat doe ik met twee gasten hier en die gasten zijn Bert Albers en Paul Meijer.
Bert en Paul, van harte welkom.
Begin ik even bij jou Bert: wie ben je en wat doe je in deze context?
BERT ALBERS: Bert Albers, zei je al.
Ik ben technisch manager. Dat betekent dat ik samen met een technisch team
zoals je dat traditioneel wel kent, met technisch adviseurs, dus constructeurs
elektrotechnici, bouwfysici en dergelijke, maar ook met architecten eigenlijk verken
hoe de processen binnen Defensie werken en hoe we dat gaan vertalen in
toekomstig vastgoed. Dus uiteindelijk moet het vastgoed
faciliterend zijn, blijvend faciliterend zijn en daarom ook flexibel aan de processen.
RONNIE OVERGOOR: En je werkt bij het Rijksvastgoedbedrijf he? BERT ALBERS: Ja.
Paul Meijer?
PAUL MEIJER: Zoals mijn pak al verraadt, werk ik bij Defensie en vertegenwoordig ik daar
de rol van opdrachtgever. RONNIE OVERGOOR: En daar heb je zo'n pak voor nodig?
PAUL MEIJER: Daar heb je soms zo'n pak voor nodig.
RONNIE OVERGOOR: In deze omgeving misstaat het niet.
PAUL MEIJER: zeker de opgave waar we voor staan
geeft dit pak ook wel aan dat we een
can do-mentaliteit hebben en dat we ook echt voor willen gaan.
RONNIE OVERGOOR: Heel goed. We gaan het...
hebben over flexibiliteit. Dat is met name een van de thema's
binnen het IFR-bouw-vehaal. Waar staat flexibiliteit voor, Bert?
in zijn algemeenheid. Wat bedoelen jullie daarmee?
BERT ALBERS: Dat is lastig heel kort te beantwoorde, als ik het zou ik definiëren
want er zijn heel veel vormen van flexibiliteit en heel veel schaalniveaus
maar wat ze al gemeen hebben, is dat ze beogen het vastgoed toekomstbestendig
functioneel te maken, dus met veranderende processen moet het vastgoed
dienstbaar blijven aan de processen en als dat zo is, dan behoudt het ook zijn
waarde en dat betekent ook dat het zijn economische waarde behoudt en zijn ecologische
waarde behoudt, maar in eerste instantie moet het dus de processen langdurig kunnen faciliteren.
RONNIE OVERGOOR: Ik hoorde, of als ik de documentatie lees twee
termen, die terug komen. Dat is adaptiviteit en verplaatsbaarheid.
Wat wordt daar onder verstaan? Dat maakt het denk ik concreet.
BERT ALBERS: Er zijn zijn heel veel vormen flexibiliteit. We hebben de focus gelegd
op die twee, die je noemt, waarbij adaptief bouwen, gaat over het
creëren van een omgeving waarin het gebruik kan veranderen en je minimale
aanpassingen aan je vastgoed hoeft te doen
dus je maakt als het ware een omhulsel, waarbinnen verschillende
gebruiksfuncties makkelijk geaccommodeerd kunnen worden en die tweede
krimp en groei, hebben we dat genoemd, betekent
dat je fysiek je gebouw gaat
aanpassen en dus dat je het gebouw kan uitbreiden
verticaal of horizontaal en dat het kan meebewegen met een groei of krimp van
je organisatie. RONNIE OVEROOR: Oké ja, wat je kan natuurlijk toch niet in een
glazen bol kijken, want je weet niet wat er in de komende twintig jaren allemaal
staat te gebeuren. Dus van belang.
BERT ALBERS: Nee, we kunnen wel terug kijken
RONNIE OVERGOOR: Maar niet vooruit.
BERT ALBERS: ja en dan dan heeft zich wel bewezen dat het noodzakelijk is om flexibel te zijn.
RONNIE OVERGOOR: Want, vertel eens Paul. Wat is het belang van deze thematiek als het als je
PAUL MEIJER: Wat je ziet is dat Defensie is een dynamische organisatie, dat betekent dat
er continu wel ergens een reorganisatie aan de gang is, of dat er een eenheid krimpt
of uitbreidt, of dat er een nieuw wapensysteem wordt ingevoerd en al dat soort
zaken leiden tot aanpassingen van het bestaande vastgoed en dat het vastgoed
gaat relatief lang mee en die cycli die zijn korter en daarom zien wij graag dat
met flexibiliteit in het bestaande vastgoed
die zaken sneller worden, of en beter kunnen worden opgepakt.
RONNIE OVERGOOR: Want gaat dat nu niet goed, of kan het beter?
PAUL MEIJER: Ik wil zeggen dat het niet goed gaat, maar het verleden heeft wel uitgewezen dat
wij bepaalde functies toch wel regelmatig en regelmatig is in 10, 20, 30
jaar aanpassen en dan hebben we het over adaptiviteit
hebben het dan over kantoor, les, legering, dat zijn drie functies, die we nog weleens
een keer uitwisselen met elkaar.
RONNIE OVERGOOR: Daar moet dus eenzelfde vastgoedobject, moet daarin als een
kameleon, zich kunnen aanpassen.
PAUL MEIJER: Ja, als we dan gebouwen hebben of
vastgoed hebben, die bijvoorbeeld die drie functies zeg maarflexibeler kan
onderbrengen, of huisvesten, of aanpassen, dan heeft dat wel onze
voorkeur. En datzelfde geldt ook voor
onderhoudswerkplaatsen, opslag en bijbehorend kantoor, dat zijn
ook drie functies waar we dus veel zien als een nieuw wapen-
systeem wordt ingevoerd, dat er toch weer aanpassingen nodig zijn en dat het
dan net niet helemaal lekker gaat, dus
daar willen we voor de toekomst in ieder geval kijken of we daar samen met de
markt invulling aan kunnen geven.
RONNIE OVERGOOR: Flexibiliteit dus
samen met de markt dus, dank je over bruggetje, want dat is het laatste
onderdeel wat ik hier wil behandelen. Jullie hebben heel veel vragen aan de
markt en die marktconsultatie die gaat lopen, dus dat is ook absoluut ruim de
tijd voor en verschillende instrumenten in die daarvoor worden ingezet, maar laten we
een paar vragen eruit pikken waarvan jij zegt, Bert om met jou te beginnen, wat is nou een
belangrijke vraag aan de markt, waarvan je zegt, die moet in ieder geval
gesteld worden.
BERT ALBERS: Wij zoeken naar standaardisatie
omdat de opgave, de revitaliseringsopgave is enorm...
dus we denken dat we met standaardisatie voordeel kunnen behalen, dus wij als
technisch team, zijn ook aan het studeren op welke vorm zo'n adaptief gebouw
bijvoorbeeld moet krijgen om optimaal de uitwisseling van verschillende functies kunnen
faciliteren, dus hoe kan het makkelijk van legering naar kantoor, naar
lesomgeving
dus en en daarin vinden wij een bepaalde maat-systematiek, waarvan wij
denken van: dat sluit mooi aan.
RONNIE OVERGOOR: Wat bedoel je met maat-systematiek?
BERT ALBERS: Een keuze...
voor stramienmaten en overspanningen, gebouwdiepte
RONNIE OVERGOOR: En daar standaardisatie in?
BERT ALBERS: En daar standaardisatie en. Als je nou kijkt naar wat de markt te bieden heeft
zijn er veel partijen met hun eigen systemen en hun eigen maat-systematiek.
Dus de vraag is in hoeverre kunnen wij benutten wat er op de markt is, dus
wat is er al op de markt en in hoeverre is dat goed voor Defensie enin hoeverrer is de
markt flexibel en als wij het maatsysteem dicteren...
in hoeverre kan de markt daarin mee bewegen en wat zijn daarvan de kosten-
consequenties?
RONNIE OVERGOOR: Helder jij had een vraag waarvan je zegt nou
die moet in ieder geval een dit in deze video nou wie je toch zitten behandeld
worden. PAUL MEIJER: IL heb er nog wel een en dat is in
aanvulling op wat Bert aangaf over adaptiviteit, is ook dat de we te maken
hebben met bestaand vastgoed en een onderwerp circulariteit is ook
belangrijk voor Defensie om te kijken in hoeverre we dus in bouwpakketten
flexibel kunnen realiseren in bestaand vastgoed
en uiteindelijk zijn we ook op zoek naar een combinatie van al die functies en
dat systeem, waarbij we als Defensie ook structureel betaalbaarheid realiseren op
het eind, om de zaken in balans te houden en ook
de belastingbetaler in ieder geval het idee te geven dat we goed omgaan met de
centjes.
RONNIE OVERGOOR: En niet alleen het idee te geven, maar ook dat te doen.
Hebben jullie het idee, hebben jullie vertrouwen? Is er genoeg
kennis en expertise in de markt aanwezig?
PAUL MEIJER: De verwachting met een aantal
praktijkvoorbeelden is de verwachting dus dat we wel
het vertrouwen hebben dat dat zo is. Dus de bestaande systemen lijken aan te
sluiten op onze wensen, maar de uitdaging zit hem denk ik ook in
de combinatie van functies waar Bert het net over had
omdat dat wel echt denk ik specifiek is voor Defensie, of we daar misschien
iets nieuws in kunnen ontwikkelen, of met de ideeën die de markt heeft aan te
passen, zodat het toch past binnen de vraag van Defensie
RONNIE OVERGOOR: Ik ben benieuwd. Genoeg werk aan de winkel in ieder geval en om samen met.
die markten de oplossingen te gaan creëeren. Ik wens jullie daar allebei
heel veel succes mee de komende jaren. En dank je wel voor dit gesprek.
Dank je wel voor het kijken. Wil je meer video's zien, we hebben er
een aantal gemaakt over dit onderwerp. Kijk dan op de website van
Rijksvastgoedbedrijf, onder het kopje Actueel. Voor nu dank je wel voor het kijken.
Dag.

Remontabel (3)

Het thema remontabel gaat feitelijk over duurzaamheid in bredere zin. Binnen duurzaamheid zijn vier belangrijke categorieën te onderscheiden:

  • Energie

  • Circulariteit

  • Biodiversiteit

  • Klimaatadaptatie

De doelstelling is dat een IFR bouwmethode kan bijdragen aan de duurzaamheidsdoelstellingen binnen al deze vier categorieën. Meer informatie over dit thema en de vragen die het Rijksvastgoedbedrijf en Defensie hebben op dit vlak binnen de marktconsultatie zijn te vinden in het marktconsultatiedocument in paragraaf 4.3. Aanvullend hierop geven Rinie Hilhorst (Projectleider planvoorbereiding (Rijksvastgoedbedrijf) Revitaliseringsprogramma)enAdviseur duurzaamheid Revitaliseringsprogramma, Jille Koop een toelichting op dit onderwerp (inzoomend op circulariteit) in deze video:

Marktconsultatie IFR: Ronnie Overgoor interviewt Jille Koop en Rinie Hilhorst

RINIE HILHORST: We verwachten dat we 2,1 miljoen vierkante meter willen gaan slopen en 1,3 miljoen
vierkante meter volgens IFR willen gaan bouwen.
RONNIE OVERGOOR: Vanaf de Bernhardkazerne in Amersfoort, van harte welkom in het kader van het
revitaliseringsprogramma van het Ministerie van Defensie in samenwerking
met het Rijksvastgoedbedrijf doen beide partijen samen een marktconsultatie
om de kennis en de kunde van de markt te gebruiken en om te toetsen of
ze op de juiste weg zijn. Alles over deze marktconsultatie kun je
vinden op de website van het Rijksvastgoedbedrijf
Rijksvastgoedbedrijf.nl als je zoekt onder het kopje Actuee vindt
je daar alles. Industrieel flexibel en remontabel
bouwen, dat is het uitgangspunt van het programma en in dit gesprek
zoomen we specifiek in op het thema remontabel bouwen. En dat doe ik met twee gasten die
bij mij te gast zijn, dat zijn Jille Koop en Rinie Hilhorst. Van harte welkom, beiden.
Even een kort voorstelrondje, begin ik even met jou Rinie
wie ben je en wat doe je binnen deze context?
RINIE HILHORST: Ik ben inderdaad Rinie Hilhorst. Ik werk bij het Rijksvastgoedbedrijf
en ik ben projectleider in de planvoorbereiding van de eerste zes defensielocaties
die we we willen gaan revitaliseren.
RONNIE OVERGOOR: Ok, heel goed. Jille?
JILLE KOOP: Ik ben Jille Koop en ik werk bij het Rijksvastgoedbedrijf aan
het verduurzamen van de gebouwenvoorraad en in dit programma ben ik
betrokken als adviseur circulair bouwen.
RONNIE OVERGOOR: Ja, want dank je wel voor het bruggetje
Rini leg eens even in het kort
IFR bouwen wordt het wel genoemd en de r staat voor remontabel, kun je in het kort eens
even duiden waar die term voor staat wat jou betreft?
RINIE HILHORST: Remontabel is eigenlijk Lego voor grote mensen.
We pakken een gebouw die...
demonteren we, dus die halen we uit elkaar tot elementen en die elementen kun je
vervolgens weer in een andere vorm en op een andere locatie in elkaar...
zetten, maar onder remontabel verstaan we ook duurzaamheid, dus zaken als mileu-diversiteit
klimaatadaptatie, energie, maar ook circulariteit en
in dit gesprek willen we eigenlijk heel graag de vragen die we aan de markt
hebben op het gebied van circulariteit toelichten.
RONNIE OVERGOOR: En circulariteit even voor de wat eenvoudiger interviewer als ik ben.
Wat versta je daaronder? RINIE HILHORST: We hebben de doelstelling als Nederland om in 2050
geen primaire grondstoffen meer toe te voegen
dus als we een gebouw willen bouwen, dan moeten we dat dus eigenlijk doen zonder
primaire grondstoffen. Dus we moeten zo veel mogelijk uit de
kringloop halen. RONNIE OVERGOOR: Hergebruiken. Geen afval meer. Rinie Hilhorst: Precies.
RONNIE OVERGOOR; Hoe urgent is dit? Want jij bent specialist ophef gebied van duurzaamheid
als je adviseur bent, dan weet je er alles van. Hoe urgent is het?
Jille Koop: Ja dat is denk ik goed uit te leggen aan de hand van een aantal voorbeelden.
Circulair bouwenen dat is een middel om bij te dragen aan het tegengaan van
ontwrichtingen, die gaande zijn, ecologisch ontwrichtingen.
Een aantal voorbeelden die dat goed aantonen denk ik en die ook de
koppeling laten zien met bouwen. Ik zag laatst een plaatje en daar schrok ik
heel erg van. Dat was een shot van bovenaf genomen
van een gebied in Siberië, waarbij eigenlijk een heel stuk bos
ingestort is in een grote krater van een kilometer doorsnee.
Wat is er gebeurd? Wat gebeurt daar nu, terwijl we dit gesprek voeren dooit
de permafrost daar. Die enorme hoeveelheid CO2 die opgeslagen
zit in permafrost die komt vrij als gevolg van die dooi. Dat noemen ze
ook wel een feedbackloop, dus door die opwarming smelt permafrost en daardoor komt
extra CO2 vrij, dus dat is een heel groot probleem want
het gebeurt ook sneller dan we hadden verwacht.
RONNIE OVERGOOR: Dus het is vrij urgent? HILLE KOOP: Dus het is enorme urgent en wat is nou
de koppeling met circulair bouwen
30 of meer dan een derde van de huidige CO2 uitstoot komt uit de bouwsector
dus we kunnen door de manier waarop we bouwen, de manier of de keuzes die we
maken in materialen, maar ook hoe we gebouwen gebruiken dus het
energieverbruik daarin, die dragen samen bij aan die uitstoot, dus daar zit een opgave.
RONNIE OVERGOOR: EN binnen die 30 procent, wat een
giga percentage is, en als je het dan vertaalt naar Nederlands
vastgoed, dan is jullie rol van uit het Rijksvastgoedbedrijf natuurlijk geen kleine
want jullie hebben heel veel vastgoed.
JILLE KOOP: Ja, het Rijksvastgoedbedrijf beheert de
grootste vastgoedportefeuille van Nederland.
Dus daar zit een opgave voor ons. En die zien wij ook.
RONNIE OVERGOOR: Ja en een duidelijk commitment van de overheid ook om dit te doen.
Er zijn duidelijke regels afgesproken waar we echt mee aan de slag moeten, dus
ook daar komt druk op de ketel zeg maar. JILLE KOOP: Ja.
RONNIE OVERGOOR: Nou kunnen we dit zien als een probleem en als een doemscenario
maar biedt het ook kansen? JILLE KOOP: Ik denk het wel. Kijk, volgens mij, ik denk dat het ook nog
goed is om nog een ander voorbeeld aan toe te voegen. Ik had het net over.
de emissie, die dus zorgt voor ontwrichting, maar er is nog een
aspect, dat gaat om de grondstoffenuitputting.
We lezen ook uit onderzoek dat de verwachting is dat deze eeuw de
grondstoffen een piek gaan bereiken in de winning ervan
dus dat betekent dat daarna grondstoffen schaarser worden natuurlijk, maar ook
duurder, maar ook slechter van kwaliteit, de
primaire grondstoffen. Het is dus heel slim om nu
na te denken over hoe gaan we om met onze materialen, juist in deze grote
revitaliseringsopgave, die meerdere jaren gaat duren, zodat we straks op het
moment dat die grondstoffen die schaarste bereiken, dat we een voorraad
grondstoffen hebben, materialen in onze voorraad
waar we iets mee kunnen. RONNIE OVERGOOR: Dus Rinie, als ik het goed heb, in Jip en Janneke-taal
heel veel van de van het van het materiaal wat nu
waar het vastgoed nu van is gemaakt, wordt hergebruikt om het
te vernieuwen en om het in een nieuwe vorm weer te gebruiken?
RINIE HILHORST: Ja, dat is inderdaad ons doel. Ja, kijk als we kijken naar het revitaliseringprogramma
we zijn van plan om in twintig jaar tijd 50 hele grote defensielocaties
gaan revitaliseren en aan het eind van het programma
dan moeten die kazernes en die havens
moeten toekomstvast, structureel betaalbaar en duurzaam zijn en dat is niet voor
niks, want als ik kijk naar de voorraad van Defensie, dan staan de gebouwen
er niet zo florissant voor. De gebouwen zijn oud, relatief slecht.
onderhouden Ze zijn relatief klein en voldoen eigenlijk niet...
meer aan de wensen die Defensie heeft. Kijk, een gemiddeld gebouw van Defensie is
ruim 40 jaar oud, kent energielabel F, is ongeveer 250 vierkante meter groot.
Dus ja dat dat zegt ook al iets genoeg over een ander andere vorm van urgentie
maar de urgentie dan voor defensie. RONNIE OVEROOR: Ja. Rinie Hilhorst: Wat we eigenlijk willen
bereiken met het revitaliseringsprogramma is een omvorming van heel veel
relatief kleine gebouwen naar een beperkt aantal hele grote gebouwen.
Als we kijken naar de huidige voorraad.
dan zien we dat ongeveer de helft van de gebouwen geschikt is voor de functie
waarvoor ze gebouwd zijn en de andere helft dus niet. Met name die andere helft
is natuurlijk interessant en daar hebben al heel goed naar gekeken
van welke gebouwen kunnen we alsnog geschikt maken, dus bijvoorbeeld door
de casco's te hergebruiken door gebouwen groter te maken, of door er een verdieping op
te zetten, maar vervolgens houden nog heel veel gebouwen over die ofwel echt te
klein zijn, of al zo oud zijn dat we er eigenlijk weinig meer mee kunnen of
gewoonweg op de verkeerde plek staan en dat is een enorme opgave, want we
verwachten dat we 2,1 miljoen vierkante meter
willen gaan slopen en 1,3 miljoen vierkante volgens IFR willen gaan
bouwen. Inderdaad wat je al aangaf, dus
een van de vragen die we hebben aan der markt: hoe kunnen we er nou voor zorgen
dat we die materialen die vrijkomen bij de sloop...
van die 2,1 miljoen vierkante meter, wat echt enorm veel is, hoe kunnen we die
nou gebruiken bij de bouw van die 1,3 miljoen vierkante meter nieuwbouw?
RONNIE OVERGOOR: Dat is de vraag die je aan de markt stelt? Is daar veel kennis
al aanwezig in de markt? RINIE HILHORST: Ik ben heel benieuwd, ik weet het niet.
Het beeld wat je natuurlijk hebt is...
bij prefab-elementen, dat dat veel beton is en daar gaan over het algemeen
natuurlijk primaire grondstoffen in, maar wat Jille terecht aangeeft
dat moet natuurlijk op een andere manier en het lijkt zo logisch dat
als er zo veel materialen vrijkomen, dat je die probeert in te zetten in
hetzelfde programma. RONNIE OVERGOOR: Jullie heb veel meer vragen aan de markt en wat zich de
komende maanden, dat zal vorm krijgen om al die vragen te
stellen, maar kun je in het kader van dit interview nu nog een punt eruit halen
waarvan je zegt, dat is een vraag die ik absoluut wil stellen
RINIE HILHOTST: Ja dan zou ik graag de vraag over een vergezicht willen doen.
Kijk, we gaan nu bouwen volgens IFR, maar op een geven moment zijn die
gebouwen natuurlijk ook eindig technische levensduur en wat Jille al
aangeeft, de piek komt er aan van het delven van grondstoffen
dus juist in die periode is het heel erg waardevol dat we dan die gebouwen weer
of eigenlijk de materialen die vrijkomen
uit die gebouw uit, dat we die weer kunnen inzetten bij de bouw van
nieuwe gebouwen en dan heb ik het echt wel over een halve eeuw verder, maar het is
hartstikke goed, of hartstikke waardevol als we er nu alvast rekening mee kunnen
houden. Dat is een hele specifieke vraag aan de
markt, hoe we dat kunnen doen. RONNIE OVERGOOR: Nog iets aan toe te voegen?
JILLE KOOP: Ik kan me daar alleen maar volmondig bij aansluiten. Die herbruikbaarheid
later, is ontzettend belangrijk. Dus vooruit denken
dat is waar we voor staan denk ik.
RONNIE OVERGOOR: Ja, het is inderdaad een opgave, een uitdaging, maar ook wat een kansen liggen er
volgens mij voor jullie. Ik wens jullie daar heel veel succes mee en dankjewel voor de toelichting.
Dank je wel voor het kijken, wil je meer weten over het
revitaliseringsprogramma, over de marktconsultatie
kijk dan op de website van het Rijksvastgoedbedrijf, zoek onder het
kopje actueel en je vindt daar alles. Voor nu dank je wel voor het kijken.
Dag

Algemene marktinzichten en contractering (4)

Op dit moment (najaar 2020) zijn nog geen definitieve keuzes gemaakt voor wat betreft contractvormen en staat de aanbestedingswijze nog open. Defensie en het Rijksvastgoedbedrijf nemen bij deze afwegingen graag vooraf de input vanuit marktpartijen mee (in plaats van deze slechts achteraf te toetsen). Op deze manier kunnen we deze input meenemen in onze afwegingen en opzetkeuzes bij de verdere voorbereiding.

Relevante aspecten daarbij zijn onder andere clustering van werkzaamheden, scope van contracten, marktcapaciteit, fabricageproces en niet te vergeten: huidige mogelijkheden en ervaringen.

Meer informatie over dit thema en de vragen die het Rijksvastgoedbedrijf en Defensie hebben op dit vlak binnen de marktconsultatie zijn te vinden in het marktconsultatiedocument in paragraaf 4.4.

Aanvullend hierop geven Strategisch Inkoop- & Contractmanager Revitaliseringsprogramma, Dennis Santbulte en Bert Otto (Hoofd Assetmanagement Defensie Vastgoed Management) een toelichting op dit onderwerp in deze video:

Marktconsultatie IFR: Ronnie Overgoor interviewt Bert Otto en Dennis Sandbulte

DENNIS SANTBULT: In hoofdzaak voor het stukje contractering in ieder geval, komt het erop
neer dat wij heel erg benieuwd zijn hoe marktpartijen vanuit hun visie aankijken
tegen bepaalde bijvoorbeeld innovatieve contractvormen.
RONNIE OVERGOOR: Vanaf de Bernhardkazerne in Amersfoort, van harte welkom
In het kader van het revitaliseringsprogramma van het Ministerie van
Defensie, in samenwerking met het Rijksvastgoedbedrijf doen
beide partijen samen een marktconsultatie
om de kennis en de kunde van de markt te gebruiken en zo op die manier te toetse
of ze op de juiste weg zijn . Alles over deze marktconsultatie vind je op de
website van het Rijksvastgoedbedrijf Rijksvastgoedbedrijf.nl. Kijk onder
het kopje actueel en je vindt daar alle verdere informatie. In deze video ga ik
in op twee aspecten: contractering en marktinzichten. Bij mij te gast, twee
gasten maar liefst: Bert Otto En Dennis Santbult.
Van harte welkom heren.
Om met om jou te beginnen Dennis, wat doe je in het dagelijks leven qua werk?
DENNIS SANTBULT: Dennis Santbult, ik werk inderdaad bij de inkoop- en contractmanagement-afdeling
van het Rijksvastgoedbedrijf en ik ben de strategisch inkoper en
contractmanager, binnen het programma van het revitaliseringsprogramma en daarnaast
ben ik projectleider en trekker van het
werkverband noemen we dat, voor de marktconsultatie voor dit programma.
RONNIE OVERGOOR: Dan heb je het druk.
DENNIS SANTBULT: In deze tijden. is dat even wat drukker, dat klopt ja, maar wel leuk.
RONNIE OVERGOOR: Bert Otto, wie ben jij en wat doe jij in het dagelijks leven?
BERT OTTO: Ik ben werkzaam bij de Defensie vastgoedmanagement van het Defensie
ondersteuningscommando en vanuit mijn functie als hoofd van de
afdeling een assetmanagement, hou ik me veel bezig met het gebruik van
Defensie vastgoed op de langere termijn.
en vandaar ook dat het revitaliseringsprogramma
natuurlijk erg van belang is...
voor onze afdeling en vanuit Defensie Vastgoedmanagement probeer ik
de inbreng te verzorgen bij deze marktconsultatie. RONNIE OVERGOOR: Werk je in het
dagelijks leven ook veel samen, of is het dat het puur in dit interview nu even
samen komt, de twee expertises? BERT OTTO: We hebben tot nog inhoudelijk nog niet
niet heel veel dingen samen hoeven doen, kunnen doen, mogen doen, maar
Dennis Santbult: In dit kader werken we vaker samen. RONNIE OVERGOOR: Dennis, als gaat om
contracten, laat dat eerste onderwerp en je
noemde de term al zelf als het gaat om je eigen rol. Het gaat nogal ergens om.
Dus licht mij eens bij. Wat is er allemaal van belang en
als het gaat om contractering.
DENNIS SANTBULT: Klopt, ja. Dit is natuurlijk een gigantisch programma
daar komt een heleboel bij kijken, je hoort van allerlei onderwerpen voorbij
komen op het gebied van IFR, over de techniek, over de duurzaamheid
af en toe ondergeschoven kindje is dan de wijze waarop je zoiets gaat
contracteren met marktpartijen. Het is niet 1 project, 1 opdracht van
maak voor mij 1 gebouw waar ik naar 1 marktpartij ga. Het is een gigantische
opgave. Normalitair doen wij daar vanuit onze
expertise vanuit inkoop- en contractmanagement
maken we altijd een goede afweging van wat is de beste manier om een opdracht
met een marktpartij te contracteren en daar kijken we naar aspecten zoals hoe
stevig is onze behoeftenstelling? Hoe zeker weten we wat we willen?
Hoe kunnen we de beste risicoverdeling in een contract zetten?
Waar liggen eventuele technische, of contractuele verwevenheden met andere
projecten af lopende programma's? Als je kijkt naar zo'n groot programma
als het revitaliseringsprogramma, zo'n omvang en helemaal als we zeggen
het uitgangspunt wat er binnenin het programma willen doen is IFR, daar komen
wat bijzondere dingen ook kijken bij het feit hoe gaan we dit goed contracteren?
RONNIE OVERGOOR: Ja, industrieel flexibel en remontabel. Inen aantal andere video's gaan we daar
dieper op in, want we hebben het over een periode van 20 jaar
hoe cluster je zoiets, want dat is een unieke manier van contracteren
lijkt mij en heel complex? DENNIS SANTBULT: Ja, dat zullen we, wat ik al zei er zijn wat
bijzonderheden, die hier inderdaad bij komen kijken
dus we moeten heel goed gaan kijken hoe kunnen we het beste contracteren en in
een normaal bouwproject heb je verschillende fasen, je hebt een
ontwerpfase, eerst de voorbereiding, ontwerp, realisatie en dan het gebruik en de
onderhoudsfase. Bij IFR, industrieel flexibel en remontabel, komen daar wel
wat bijzonderheden bij kijken, die we in het aspect contractering graag mee willen
nemen. Eentje, precies wat jij noemt.
Dit zijn een heleboel verschillende opgaven, hoe ga ik
die indelen in soort clusters voor opdrachten. Het is niet een opdracht voor
een partij. Bij het stukje ontwerp daar komt ook kijken hoe kunnen we dit
goed uit vragen? Op welk niveau moet ik een uitvraag stellen om een marktpartij de
gelegenheid te geven een goed systeem qua IFR bijvoorbeeld aan te bieden?
Hou ik dat functioneel, of ga ik al gedetailleerd zaken
meegeven? In de gebruiksfase komen we natuurlijk tegen aspecten aan dat
we potentieel niet alleen een gebouw langdurig willen laten staan maar
misschien ook willen verplaatsen, van functie willen laten wisselen
dat is iets normaal wat niet in een
contract zit. Als ik hem ooit wil gaan renoveren, wordt dat een nieuwe opdracht.
In deze, kan het interessant zijn om te kijken
of we op een innovatieve manier dat misschien in een contract zouden kunnen
meenemen. We zeggen niet dat we dat willen, maar het is interessant om te kijken of
dat mee kunnen nemen. RONNIE OVERGOOR: En dat contractering op zich ook innovatie kent dus?
Het zal wel moeten, in zo'n project als dit. DENNIS SANTBULT: Precies, daar komt nog een ander
aspect bij, waar we even vanuit mijn expertise dan ook tegenaan lopen.
Het Rijksvastgoedbedrijf en Defensie zijn een aanbestedende dienst, dat betekent
dat wij wel aan regeltjes gebonden zijn en waarbij we dus niet naar op zoek zijn, is
een prachtig gemaakt gebouw wat slechts door een marktpartij, namelijk
door degene die het heeft gebouwd, kan worden aangepast.
Kan worden uitgebreid, kan worden verplaatst, of van functie kan laten...
wisselen, want ja dan lopen we tegen die regeltjes aan. We zijn ook wel een beetje
op zoek van: hoe kunnen we het wel zo contracteren
dat we het dan in vaktermen wel open source houden.
RONNIE OVERGOOR: Ja, precies. DENNIS SANTBULT: Zodat andere marktpartijen ook later misschien een rol
kunnen spelen in een renovatie.
RONNIE OVERGOOR: Helder verwoord. Dat betekent, Bert, dat je
in die IFR-bouwwereld. Hoe groot is jullie
kennis al? Dat inzicht in die markt?
BERT OTTO; Nou, die is nog niet zo groot. Wij
hebben als Defensie nog erg weinig ervaring
met het IFR bouwen.
Ook binnen het Rijksvastgoedbedrijf is nog niet heel veel ervaring
aanwezig, daarom is inderdaad deze marktconsultatie erg
van belang. We zijn echt op zoek, zoals Dennis ook aangaf, naar de meest passende
wijze om de markt te gaan benaderen en als je dat wilt doen, dan heb je dus
inzicht nodig in de bijzonderheden van van die markt.
Daarom zal de de consultatie die we die we nu oplopen
zal ons echt meer inzicht moeten geven in die bijzonderheden
en dan probeer je zo goed mogelijk een aanbestedingsstategie te vinden, die past
bij de markt die op gebied van IFR aan de gang is
RONNIE OVERGOOR: Schets die markt eens even, voor zover je daar inzag in hebt, wat voor partijen
hebben we het dan allemaal over?
BERT OTTO: Dan hebben we heel veel verschillende
soorten partijen. we hebben grote partijen, maar we zijn ook op zoek naar partijen
die misschien in kleine niches ook een bijdrage kunnen leveren en eigenlijk
industrieel, flexibel en remontabel bouwen, daar hebben we als Defensie ook
bewust voor gekozen, want dat geeft ons de mogelijkheid om in de
toekomst ook wat flexibeler met onze objecten om te gaan. Je ziet de Bernhardkazerne
is een groot complex met heel veel gebouwen
maar ja, je kan daar over 10 jaar misschien wel heel andere ideeën over
hebben, daarom willen we dat dat we dat remontabel en flexibel bouwen er heel
graag in hebben. Het industrieel gedeelte is natuurlijk ook van belang om
overlast op de locatie te verminderen, maar inzicht in de markt, dat is belangrijk.
We willen bijvoorbeeld weten, hoeveel capaciteit is er nou op IFR gebied
binnen de markt. Dat revitaliseringsprogramma van Defensie, dat beslaat een
groot deel van het defensievastgoed, dat is dus een behoorlijk omvangrijke klus.
RONNIE OVERGOOR: 27 objecten volgens mij, tweederde van het vastgoed.
BERT OTTO: Tweederde van het vastgoed van Defensie. Dat is een 6 miljoen
vierkante meter bruto vloeroppervlak. RONNIE OVERGOOR: Ongelooflijk.
BERT OTTO: Defensie is een van de grootste
vastgoedboeren van Nederland, als ik het zo maar even mag zeggen.
En dat betekent dat wij daar als we daar een en tweederde van daarvan aanpakken
dat dat een enorme klus is.
RONNIE OVERGOOR: Dat is best een projectje.
Wat ik je ook hoor zeggen, even voordat ik naar het belangrijkste onderdeel ga
is namelijk welke vragen jullie aan die markt hebben. Wat ik ook hoor zeggen, is
dat er duidelijk behoefte is aan niet alleen de grote jongens uit de markt zeg
maar, maar ook juist kleinere MKB innovatieve partijen, die
wellicht waanzinnige oplossingen hebben om jullie te helpen
BERT OTTO: Precies. En dan hangt het ook een beetje af van de strategie die we
uiteindelijk kiezen. MKB-bedrijven kunnen waarschijnlijk wel heel goed meedoen in
regionale contractering, misschien wat
minder landelijk, dus daar zal een hele goede afweging plaats moeten vinden van
hoe kun je we die op de beste manier gaan benaderen?
RONNIE OVERGOOR: De marktconsultatie
dat doen we niet in hun gesprekje van een paar minuten, want jullie
hebben veel meer vragen en jullie gaan dat uitvoerig doen, die marktconsulatie
in vele vormen maar pak eens even een of twee vragen eruit
Dennis, als jij nu zegt wauw, dat is een vraag die wil ik echt aan de markt stellen.
DENNIS SANTBULT: Ja, wat je zegt. We hebben verschillende vragen gesteld, maar in
hoofdzaak voor het stukje contractering in ieder geval, komt het erop neer dat wij
heel erg benieuwd zijn hoe marktpartijen vanuit hun visie aankijken tegen
bepaalde bijvoorbeeld innovatieve contractvormen.
Stel wij kijken naar een stukje van de gebruiksfase om daar een dienstverlening
voor innovatie in mee te nemen of een stukje voor de verplaatsbaarheid en
daarnaast ook heel erg benieuwd wat er vanuit de oplossingen die de markt al
beschikbaar heeft, wat vanuit hen de behoefte is om in de uitvraag daarop
over op te schrijven, welk niveau van de uitvraag moeten
wij nou gaan meegeven, zodat de marktpartijen hun goede oplossingen bij
ons kunnen aanbieden. Daar zijn we ook heel erg benieuwd naar.
RONNIE OVEROOR: Beetje vastgoed as a service? Om maar in ICT-jargon te spreken.
Dat zou een innovatieve manier zijn.
DENNIS SANTBULT: Dat zijn zaken waar we naar kunnen kijken in deze
zo'n programma biedt nu juist de kansen om daar naar te kijken.
RONNIE OVERGOOR: Ja,. Jij nog een vraag waarvan je zegt, die wil ik in ieder geval
gesteld hebben richting de markt.
BERT OTTO: We zijn zeer benieuwd ik zei al
We hebben zelf niet heel veel ervaring met IFR bouwen, maar we hebben wel
interesse in de ervaring die al opgedaan is. En eigenlijk is er stiekem ook een soort
vraag van gewoon: is er überhaupt wel veel ervaring met IFR-bouwen bij
de marktpartijen, bij ons hier in Nederland?
Of is het het nog veelal de ideeën en de theorieën en de gedachtes van achter
de tekentafel? Dus we wlillen wel heel graag in contact komen
met de bedrijven die al ervaring hebben op het gebied van IFR en dan ook gelijk
wat informatie daaraan koppelen in de vorm van hoe gaat
nou zo'n fabricageproces. Dat industrieel bouwen
heb je daar een eigen fabriek, eigen locatie voor. Of, hoe heb je dat anders
ingeregeld. Dat soort achtergronden over het proces
hoe nou, zo'n IFR-bouwer aan de gang gaat
die willen we graag weten, want dat zijn zaken die we mee kunnen nemen
om de aanbestedingsstrategie uiteindelijk het best passende bij de
markt te laten zijn.
RONNIE OVERGOOR: Helder. Super interessant traject.
Succes daarbij heren, allebei. En dank je wel voor het kijken naar deze
video. Wil je andere video's kijken, of meer zien over deze hele
marktconsultatie en het revitaliseringsprogramma? Kijk dan op de website van het
Rijksvastgoedbedrijf: rijksvastgoedbedrijf .nl. Kijk onder Actueel
en je vindt alle informatie. Voor nu dank je wel voor het kijken.
Dag.

Vragen/ contact

Mocht u vragen hebben over deze marktconsultatie, stuur dan een e-mailUw reactie op onze vragen uit het marktconsultatiedocument (deadline 4 november) kunt u ook indienen via dit e-mailadres.

Revitalisering Vastgoed Defensie

(Een animatie.)

VOICE-OVER: Een moderne, duurzame en betaalbare infrastructuur voor een krijgsmacht in ontwikkeling.
Eén die goed aansluit en meebeweegt op onze huidige en toekomstige taken.
Dat is waar we voor gaan.
Het objectgerichte revitaliseringsprogramma vastgoed Defensie maakt een eind aan bestaande achterstanden en creëert de werkomgeving van de toekomst.

(Een tijdlijn verschijnt.)

Vanaf 2022 pakt Defensie in samenwerking met het Rijksvastgoedbedrijf twee derde van al het vastgoed aan.
Samen maken zij een integrale inventarisatie voor de komende 20 jaar.

(De kaart van Nederland.)

Welke gebouwen kunnen worden gesloopt?
Welke blijven behouden?
En wat moet nieuw worden gebouwd?
Belangrijk hierbij is dat we niet langer kijken naar een enkel gebouw maar naar een heel object.
Denk aan een kazerne, een marinehaven of een vliegbasis inclusief alle gebouwen en ondergrondse infrastructuur.

(Een helikopter vliegt over.)

Veel kleinere gebouwen maken plaats voor efficiëntere nieuwbouw zodat gebouwen geschikt worden voor meerdere doeleinden.
Ruimte wordt gecreëerd en geld wordt bespaard.
Verder laten we onze objecten eigen hernieuwbare energie opwekken en beschermen we ze tegen de gevolgen van klimaatverandering.
Ten slotte zorgen we ervoor dat elk object op lange termijn betaalbaar te onderhouden is met nieuwe installaties en digitale beheersystemen.
In totaal pakt Defensie tussen 2022 en 2042 op deze manier 27 geclusterde objecten aan.
Beheersbaar en goed te managen.
De voorbereidingen voor ons ambitieuze programma zijn in volle gang waarbij we zo veel mogelijk werken met standaardprogramma's van eisen en ontwerpen voor gebouwen en installaties.
En we kijken naar efficiency door het gebruik van contracten voor industriële bouwmethoden met prefabelementen.
Zo creëren Defensie en Rijksvastgoedbedrijf ruimte voor actuele en toekomstige taken.
Hiervoor werken we gebiedsgericht samen met elkaar en met omgeving, overheden en de markt.
Met als resultaat duurzaam en betaalbaar vastgoed dat voldoet aan Defensie- en Rijksdoelstellingen en boven alles veilig en goed leefbaar is voor onze Defensiemedewerkers.

(Het Nederlandse wapenschild met daarnaast: Rijksvastgoedbedrijf. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het beeld wordt donkerblauw met wit. Beeldtekst: Meer weten? www.rijksvastgoedbedrijf.nl/revitalisering-vastgoed-defensie.)

OPGEWEKTE MUZIEK DIE WEGEBT