Weblog

Koersen naar nieuwe aanpak voor duurzaam grondgebruik in Flevoland

‘Nooit meer honger!’ Nederland moest zelfvoorzienend worden. Dat was de voornaamste drijfveer om de IJsselmeerpolders droog te leggen. Het resultaat: 160.000 ha aan meest modern ingericht en vruchtbaar landbouwgebied van Europa. Bij uitstek geschikt voor vernieuwende landbouw en voortdurend stijgende productiviteit. Ons land werd – mede dankzij het succes in de polders- een trotse exportnatie op het gebied van landbouwproducten.

Typerend landschap voor de Flevopolder

Beeld: Bas Kijzers

Hilbrand Koning

Beeld: Bas Kijzers

“Nu moeten we de geesten rijp maken voor een andere boodschap: grootschalige akkerbouw is niet overal de toekomst”, zegt Hillebrand Koning in de foyer van het provinciehuis in Lelystad. Hij is programmamanager bij de provincie Flevoland en coördineert de contacten vanuit de provincie met het Rijksvastgoedbedrijf. Peter Petrus, beleidsadviseur van het Rijksvastgoedbedrijf, knikt instemmend.

Ruimtelijke adaptatiestrategie

Petrus is blij dat het Rijksvastgoedbedrijf door de provincie is uitgenodigd om samen met land- en tuinbouworganisatie LTO-Noord en waterschap Zuiderzeeland zitting te nemen in de Stuurgroep Grondgebruik Flevoland. Want er speelt veel in de polder. Het akkerland wordt natter doordat de bodem zakt, er dreigt verzilting. Er zijn ruimteclaims voor wonen en werken, klimaatadaptatie, het duurzaam produceren van energie, de luchtvaart, de Nieuwe Natuur en recreatie. Waar Flevoland is ontworpen met een scherpe scheiding van functies, ontstaat nu veel meer functiemenging. Daarom koerst de Stuurgroep Grondgebruik Flevoland af op een integrale ruimtelijke adaptatiestrategie. Het Rijksvastgoedbedrijf heeft hierin als grootgrondbezitter (22% van de grond in de polders) en verpachter van landerijen en boerenerven een belangrijke rol te spelen. “Maar wij bepalen niet het ruimtelijke beleid”, benadrukt Petrus. “Dat doen de provincie en de gemeenten.”

Peter Petrus

Beeld: Bas Kijzers

De directe aanleiding voor dit integrale traject ligt bij de intensieve landbouw (circa 2000 agrarische bedrijven) die op zijn grenzen stuit. Arnold Michielsen van LTO Noord heeft de problemen met bodemdaling en bodemkwaliteit samen met het Kadaster al een aantal jaren geleden bij de provincie aangekaart. Ook toen al zagen zij dat het niet op de oude voet verder kon met de landbouw in de polder.

Onderzoek Wageningen en Kadaster

“Flevoland is het Mekka van de moderne landbouw”, stelt Koning. “Maar het autonoom proces van bodemdaling wordt al enkele decennia gevolgd door onderbemalingen op het vaste peil om de productieomstandigheden optimaal te houden.” Bodemdaling van 20 cm tot soms wel 70 cm (tot 2050) is door oxidatie van veenpakketten een niet te stoppen proces, vertragen kan mogelijk wel. In het kader van het Deltaplan agrarisch waterbeheer, werken provincie, gemeenten en waterschap samen in het actieplan bodem en water.

In het onderzoeksproject Spaarwater wordt gekeken hoe water beter vastgehouden kan worden in de ondergrond. Om de landbouwproblemen op gezaghebbende wijze te verbinden met de andere ruimtelijke opgaven voor de polders, heeft de stuurgroep een onderzoeksopdracht verleend aan Wageningen Economic Research en het Kadaster. De onderzoekers is gevraagd te komen met kaartbeelden die duidelijk maken waar de diverse problemen zich voordoen, welke nieuwe ontwikkelingen worden voorzien en welke alternatieve grondgebruiksmogelijkheden perspectiefvol zijn. In juli verschijnt het rapport. Hoewel de bodemproblemen overal anders zijn, verwacht Petrus dat deze aanpak met integrale kaartbeelden ook elders in het land ingezet kan worden.

Vrijwillige kavelruil

Provinciale Staten hebben bij het vaststellen van de Agenda Vitaal Platteland (2015) aan het college van Gedeputeerde Staten ook de opdracht gegeven om te komen met een impuls voor agrarische structuurversterking. Daarom faciliteert de provincie het toepassen van vrijwillige kavelruil. Dat heeft volgens Michielsen onder meer te maken met het grondbeleid van het Rijksvastgoedbedrijf. “In de jaren negentig werden landbouwgronden van het Rijk verkocht, dat is rond 2005 stopgezet. De strategie van boeren om geleidelijk stukken grond bij hun huiskavel te kopen, werd daarmee doorkruist. Dat heeft op sommige plaatsen tot versnippering geleid en dat kan nu alsnog worden bijgesteld.”

Arnold Michielsen

Beeld: Bas Kijzers

De partijen verwachten dat de uitkomsten van het Wageningse onderzoek kunnen worden meegenomen bij de uitwerking van de kavelruilprojecten. Petrus: “Het rapport zal inzicht bieden in mogelijke uitruil van gronden die langjarig in agrarisch gebruik kunnen blijven en gronden, waar nieuwe combinaties van grondgebruik kansrijker zijn, vooral combinaties van agrarisch beheer en natuur onder nattere omstandigheden.”

Bijdragen aan gewenste ontwikkelingen

Ook vanuit het waterschap wordt de meerwaarde van het Wageningse rapport vooral gezien in het overzicht van feiten en belangen. “Dat kan zeker helpen bij het samenspel dat hierna moet komen”, meent Margreet Vermeer van waterschap Zuiderzeeland. Toch zal het op sommige punten nog best spannend worden, verwacht Michielsen in zijn rol als vertegenwoordiger van belangenvereniging LTO. “Bijvoorbeeld waar het gaat om de zonneweides. Als de provincie niet aan haar doelstelling komt, zal de verleiding groot zijn om daarvoor toch productieve landbouwgronden in te zetten.”

Margreet Vermeer

Beeld: Bas Kijzers

Het Rijksvastgoedbedrijf heeft als privaatrechtelijk beheerder van staatsgronden een beleidneutrale opdracht, maar kan met zijn grondbezit en pachtcontracten wel bijdragen aan gewenste ontwikkelingen in de polders. Het Rijksvastgoedbedrijf onderscheidt strategische en niet-strategische gronden. Strategische gronden verliezen naar verwachting binnen circa 20 jaar hun agrarische bestemming. Deze gronden kunnen bijvoorbeeld ingezet worden voor woningbouw in Almere Oosterwold. Strategische gronden kunnen ook ingezet worden voor zonneparken met een beperkte looptijd in combinatie met nieuwe natuur of natte teelten.

Schaarste aan landbouwgrond

De niet-strategische gronden blijven naar verwachting nog lang agrarisch in gebruik. Het merendeel van deze gronden is regulier verpacht. Sinds 2007 is daar de geliberaliseerde pachtovereenkomst bijgekomen. Dat zijn contracten van een aantal jaar voor losse gronden. Door de marktwerking op de vrije markt liggen de prijzen voor geliberaliseerde pacht ruim boven de reguliere pachtprijzen.

“Daar is politiek best wat over te doen, want het zou aanzetten tot ‘roofbouw’ op de grond, terwijl langjarige contracten een duurzamer gebruik van de grond zouden bevorderen”, zegt Petrus. Hij maakt daar direct een kanttekening bij: “Over het gebruik van de gronden en de staat waarin deze weer worden opgeleverd, kun je bij alle contracten afspraken maken. Met periodieke bodemvitaliteitstesten bijvoorbeeld. Wanneer een boer gaat stoppen, biedt het Rijksvastgoedbedrijf de vrijkomende grond voor een kortlopend contract aan op de vrije markt. Het voordeel is, dat deze gronden op korte termijn en zonder hoge afkoopkosten aangeboden kunnen worden voor een bestemmingswijziging zoals woningbouw of natuurontwikkeling.”

Uitwerking kansen veranderend grondgebruik

Begin juli 2018 presenteren de onderzoekers van de universiteit Wageningen en het Kadaster hun bevindingen aan de Stuurgroep Grondgebruik Flevoland. Het is dan eerst aan de provincie om te bepalen hoe de uitkomsten zich verhouden tot de Omgevingsvisie. De vier partijen in de stuurgroep - LTO, waterschap, provincie en het Rijksvastgoedbedrijf - zullen zo mogelijk samen met andere stakeholders in overleg gaan over de mogelijkheden voor een duurzaam grondgebruik in Flevoland.

Het Rijk zal daarbij zeker aandacht vragen voor opgaven uit het regeerakkoord zoals: energietransitie, een duurzame en productieve landbouw, de woningbouwopgave, het natuurnetwerk Nederland en de ruimtelijke klimaatadaptatie. LTO ziet de onvermijdelijkheid van veranderend grondgebruik en nieuwe ruimteclaims, maar houdt de handen vrij om het boerenbelang te verdedigen wanneer de invullingen concreter worden. Zodra er concrete, gebiedsgerichte uitwerkingen liggen, die passen binnen het ruimtelijk beleid van de provincie en de zes gemeenten in Flevoland, zal het Rijksvastgoedbedrijf in samenspraak met beleidsdepartementen gericht percelen hiervoor in willen zetten, verwacht Petrus.

Landschap met zonnepanelen

Beeld: Bas Kijzers