Energiegebruik vastgoed verminderen

Met verschillende maatregelen en innovaties vermindert het Rijksvastgoedbedrijf het gebruik van energie. Bijvoorbeeld door kantoren efficiënter te gebruiken en klimaatinstallaties te optimaliseren. Tot 2020 dringen we zo het energiegebruik terug met in totaal 25% ten opzichte van 2008. De energie die we inkopen, is afkomstig van duurzame bronnen. Zo verminderen we de uitstoot van CO2 en zijn we minder afhankelijk van natuurlijke hulpbronnen. 

Energiebesparing via innovatie

Het Rijksvastgoedbedrijf onderzoekt met het Programma Groene Technologieën innovatieve technologieën die bijdragen aan energiebesparing en CO2-vermindering in de rijkshuisvesting en tegelijkertijd het comfort van de gebruiker verbeteren. Nieuwe innovaties passen we toe in een testomgeving voordat we deze opschalen naar onze hele vastgoedportefeuille.

Deze experimenteerruimte is nodig voor ontwikkeling. Zo zorgen we er voor dat innovaties sneller en goedkoper beschikbaar komen. Daarom investeren we bijvoorbeeld als eerste in de mogelijkheid om energie te halen uit levende planten.

Voorbeelden innovaties Rijksvastgoedbedrijf

(Beeldtitel: Programma Groene Technologieën 3.0.)

STILTE

VOICE-OVER: Een volledig energieneutrale gebouwde omgeving in 2050.
Dat is het doel van de Europese Unie.
Voor de Rijksoverheid betekent dit dat al vanaf 2019 alle nieuwe overheidsgebouwen bijna energieneutraal moeten zijn.
Diverse rijksdiensten ondernemen actie om deze doelen te behalen.
Zo ook het Rijksvastgoedbedrijf.
NYNKE SIJTSMA: Als Rijksvastgoedbedrijf hebben wij 7.000 gebouwen en die gebruiken zo'n 60 procent van de energie die we als Rijksoverheid gebruiken.
We hebben dus een hele grote opgave als het gaat over circulariteit en energieneutraliteit.
Met zo'n grote portefeuille kunnen wij ook echt het verschil maken voor het verduurzamen van de Rijksoverheid en daarmee het verduurzamen van Nederland.
En om die transitie te behalen zijn innovatie en technische doorbraken nodig.
Het programma Groene Technologieën 3.0 biedt daarvoor experimenteerruimte.

(Merel de Lint-Zorge achter een scherm met een maquette:)

LEVENDIGE MUZIEK

MEREL DE LINT-ZORGE: Het programma Groene Technologieën onderscheidt zich door zich te richten op innovaties.

(Ze spreidt haar vlakke handen.)

Specifieke innovaties die leiden tot een energieneutrale gebouwde omgeving en een circulaire economie.
Om dit te bereiken, is experimenteerruimte nodig.

(Midden in het scherm verschijnt een blauw vlak.)

Ruimte waarbinnen we ook fouten kunnen maken om daar weer van te leren.

(Ze zet een wit blok neer...)

(en plaatst het terug.)

Dat kan alleen met een heldere structuur.

(Bij een nieuwe maquette:)

Binnen het programma onderscheiden we innovaties in drie verschillende segmenten.
Core Innovations, Adjacent Innovations en Transformational Innovations.

(Ze plaatst een roze blok met 'Core'.)

Met Core Innovations onderzoeken we hoe we bestaande technologieën kunnen optimaliseren en verbeteren.
MARC VAN ROOSMALEN: Monumenten zijn best lastig te verduurzamen maar er zijn mogelijkheden. De geschiedenis biedt ons mogelijkheden aan.
Zie hier louvreluiken, die eigenlijk niet meer gebruikt worden om allerlei praktische redenen.
Als we ze kunnen benutten door ze bedienbaar te maken van binnenuit betekent dat dat je de zon buiten houdt en hittestress van het interieur voorkomt en daarmee ook de vraag van airco kunt voorkomen respectievelijk de bestaande airco-installatie kunt uitzetten.
Minder energie, minder installatietechniek.
Pure winst als je het hebt over duurzaamheid.

(Nu een geel blok.)

DE LINT-ZORGE: Met Adjacent Innovations onderzoeken we hoe we technologieën uit andere sectoren voor onze doelen kunnen benutten.
Daar is het volgende project een goed voorbeeld van.
LIESBETH KOOY-JANSEN: In de testomgeving in Rijswijk testen we specifieke systeeminnovaties.
Een van de innovaties is de individuele werkplekconditionering.
We verwachten dat dit het energieverbruik zal verminderen en tegelijk het gebruikerscomfort verbetert.
We hebben ons hierbij laten inspireren door Adjacent Innovations.
Voorbeelden uit andere branches die nog niet op onze branche zijn toegepast, zoals de auto-industrie.
In de auto zijn we er al aan gewend dat je als bestuurder en passagiers zelf de temperatuur en de verlichting regelt.
Dus waarom zouden we dat ook niet toepassen op de werkplek?
In de testomgeving kunnen de gebruikers straks onder andere de temperatuur en de verlichting van hun eigen werkplek regelen.
Het laatste segment is Transformational Innovations.
Hierbij richten we ons op nieuwe technologieën uit voor ons nog onbekende gebieden.
Dat zijn innovaties met een hoog risico, maar wanneer ze succesvol zijn is hun bijdrage ook erg groot.

(Ze drukt een oranje blok plat. Martine de Vaan:)

DE LEVENDIGE MUZIEK SPEELT VERDER

MARTINE DE VAAN: Nou, in het programma Kantoor vol Energie gaan we drie kantoorrenovaties met een hoge ambitie in de markt zetten.
Het is een voorbeeld van een Transformational Innovation.
Wat we anders doen, dat is dat we dus de ambitie definiëren inclusief het gebruikersdeel van de energie.
Dus energieneutraal voor zowel gebouwgebonden als gebruikersgebonden energie.
Daarnaast vragen we dus eigenlijk een ambitie uit waarvan we de oplossing nog niet kennen of ook niet kunnen berekenen nog.
Dat betekent dat we opener moeten staan voor oplossingen vanuit de markt en dus met de markt samen die vraag ook moeten definiëren.
Ja, we hopen op deze manier dus tot nieuwe oplossingen te komen voor de energieneutrale portefeuille.
Zoals je ziet, richten we ons zowel op direct toepasbare innovaties als op conceptuele. Van klein tot groot.
Niets sluiten we op voorhand uit.
En als een innovatie succesvol blijkt, dan passen we ze op grotere schaal toe.

(Een blauwe kring breidt zich uit rond de gekleurde blokken.)

DE LEVENDIGE MUZIEK SPEELT VERDER

Zo werkt het programma als vliegwiel voor andere inspanningen binnen het Rijksvastgoedbedrijf.
Samen zorgen we ervoor dat innovaties sneller en goedkoper beschikbaar komen zowel voor het Rijk als voor andere partijen.

(Het Nederlandse wapenschild met daarnaast: Rijksvastgoedbedrijf. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het beeld wordt blauw met wit. Meer informatie? Postbus.RVB.PGT@rijksoverheid.nl.)

Duurzame innovaties in testomgeving Rijswijk

We testen de komende jaren verschillende duurzame innovaties, die het energieverbruik van een kantoor verminderen én tegelijkertijd het comfort van de gebruiker verbeteren. Als testomgeving is een bestaand pand van Rijkswaterstaat in Rijswijk geselecteerd. Ontdek de verschillende innovaties in de virtuele rondleiding (op laptop of desktop) of met een VR-bril (360 graden) op Testomgevingrijswijk.nl.

In Rijswijk testen we zowel lichtinnovaties als klimaatinnovaties, zoals Phase Change Materials (PCM), werkplekconditionering, klimaatstoelen, lichtscenario’s en de toepassing van Internet of Things (IoT). Zo bekijken we ook welke innovaties onder welke omstandigheden potentie hebben om op te schalen.

Virtuele rondleiding door de testomgeving Rijswijk

VOICE-OVER: De Rijksoverheid werkt aan een duurzame gebouwde omgeving.
Dat geldt ook voor de gebouwen van de overheid zelf.
Nieuwe overheidsgebouwen moeten vanaf 2019 vrijwel geheel energieneutraal zijn.
Het Rijksvastgoedbedrijf wil laten zien dat energieneutraal bouwen en renoveren mogelijk is.
Opgedane kennis over baanbrekende innovaties laat zien dat er veel bereikt kan worden in het verduurzamen van kantoorgebouwen.
Om de toepasbaarheid van innovaties te toetsen, is een testlocatie nodig.
Hier onderzoeken we hoe deze duurzame innovaties presteren en hoe zij werken in samenhang met het gebouw en de gebruiker.
Om daar meer onderzoek naar te doen is een rijkskantoorgebouw als testlocatie geselecteerd.
Het Rijksvastgoedbedrijf onderzoekt hier innovaties in de categorieën licht, klimaat, actieve gevel en Internet of Things.
We testen de systemen licht en klimaat zowel op een afzonderlijke afdeling als in combinatie met elkaar.
Daarnaast vinden er op een identieke kantoorverdieping referentiemetingen plaats.
Voordat we de innovaties gaan testen plaatsen we eerst verschillende sensoren op de verdiepingen.

(Een animatie van een kantoorverdieping.)

Deze meten onder andere temperatuur, licht en luchtvochtigheid.
Deze meetgegevens slaan we op in een uitgebreide database.

(Op de gevel van het gebouw staat onder andere 'Internet of Things'.)

RUSTIGE MUZIEK

De sensoren maken een belangrijk deel uit van het Internet of Things.
Dat betekent dat allerlei apparaten, het gebouw en de gebruiker via het internet met elkaar verbonden worden.
Het gebouw leert van de informatie die de sensoren leveren.
Op basis daarvan kunnen de apparaten slim worden aangestuurd.
Met als voordeel dat het gebouw minder energie verbruikt.
Daarnaast kan de gebruiker via bijvoorbeeld tablet of smartphone het eigen persoonlijk comfort inregelen.
Daar wordt het gebouw vervolgens nog slimmer van.

(Een kantoor met een gele vloer.)

De verlichting is traditioneel een grote energieverbruiker in kantoorgebouwen.
Een van de mogelijke oplossingen is persoonlijk in te stellen werkplekverlichting.
Door tegelijkertijd de algemene verlichting af te stemmen op de daadwerkelijke activiteit op de werkvloer levert dat veel energiebesparing op.
Ook bij geavanceerde klimaatsystemen speelt de persoonlijke benadering een grote rol.
Het zelf kunnen instellen van de temperatuur op de eigen werkplek verlaagt niet alleen het verbruik, het verhoogt ook het comfort.
Andere innovaties die het klimaatsysteem verder verduurzamen zijn nieuwe materialen, verwerkt in bijvoorbeeld plafondplaten die een te veel aan warmte tijdelijk opslaan.

(De buitenkant van het gebouw.)

Ook aan de buitenkant van het gebouw voeren we innovaties door.
We geven de bestaande gevel een extra schil die als zogenoemde actieve gevel gebruikt gaat worden.
Bij een actieve gevel wordt slim gebruikgemaakt van het dag- of zonlicht, zonnewarmte en luchtverversing.
Afhankelijk van de buitentemperatuur verwarmen of koelen we hier de ventilatielucht.
Daarmee beheersen we het binnenklimaat nog beter.
We maken de gevel bovendien geschikt voor het opwekken van elektriciteit.
Zo draagt ook dit systeem bij aan de verduurzaming van het gebouw.
Het testprogramma loopt naar verwachting vier jaar.
In deze periode ontdekken we welke innovaties geschikt zijn om het gebouw interactiever, slimmer en energiezuiniger te maken.
Daarmee maken we het gebouw niet alleen veel groener ook het gebruikscomfort neemt toe.
Deze ervaring en resultaten gebruiken we bij toekomstige renovaties en nieuwbouw van alle overheidsgebouwen.
Wij bouwen aan een groene, energieneutrale toekomst.
Duurzaamheid en gebruikerscomfort gaan daarbij hand in hand.

(Het Nederlandse wapenschild met daarnaast: Rijksvastgoedbedrijf. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Beeldtekst: Een productie van het Rijksvastgoedbedrijf met medewerking van The Green Village/TU Delft.)

Optimaliseren klimaatinstallaties

FCIB staat voor Functioneel Controleren, Inregelen en Beproeven van klimaatinstallaties. Met FCIB wil het Rijksvastgoedbedrijf het klimaat van gebouwen zo comfortabel mogelijk maken bij een zo laag mogelijk energieverbruik. We voeren FCIB uit in gebouwen die groter zijn dan 1.000 m2 en die we nog minimaal 5 jaar beheren. Als het nodig is, vervangen we oude door nieuwe, zuinigere klimaatinstallaties.

Wat levert FCIB op:

  • energiebesparing van 10 – 15% per gebouw
  • meer comfort door een beter binnenklimaat
  • kostenbesparing door energiebesparing en hogere productiviteit van gebruikers van het gebouw

Na afloop van FCIB blijven we het klimaat en de werking van de klimaatinstallaties monitoren.

Hogere bezettingsgraad rijkskantoren

De Rijksoverheid gaat minder kantoren gebruiken. Van 130 vestigingsplaatsen in 2011 gaan we terug naar 59 in 2020. Dit komt door de afname van het aantal ambtenaren en vooral door aanpassing van de huisvestingsnorm. Die gaat van 1,1 werkplek per fte naar 0,9 of zelfs 0,7 werkplek per fte. De maximale oppervlakte per werkplek wordt maximaal 24,5 m2. Door minder kantoren en een hogere bezettingsgraad besparen we energie.

Minimaal energielabel C bij nieuwe huurcontracten

Het energielabel van een gebouw laat zien hoe energiezuinig een gebouw is. In gebouwen van meer dan 250 m2, waarin overheidsdiensten worden aangeboden, moet een energielabel voor bezoekers zichtbaar zijn opgehangen. Het Rijksvastgoedbedrijf huurt of koopt alleen gebouwen met minimaal energielabel C. In 2023 moet het energielabel van alle gebouwen tenminste C zijn. We huren of bezitten dan geen gebouwen met energielabel F of G.

Gebiedsgerichte aanpak

Het Rijksvastgoedbedrijf is op diverse plekken in het land actief en kiest daarbij vaak voor een gebiedsgerichte aanpak. Lees meer over duurzame gebiedsontwikkeling.

Werk mee aan onze innovatieagenda

Samen met de markt stellen we een innovatieagenda op voor het Rijksvastgoedbedrijf waarin we innovatiekansen presenteren.

Zie ook