Duurzame energiebronnen benutten

Het Rijk en het Rijksvastgoedbedrijf stimuleren duurzame energie. In 2023 moet 16% van de energie die we gebruiken afkomstig zijn uit hernieuwbare bronnen, zoals wind, waterkracht, zon, bodem, buitenluchtwarmte en biomassa. Dat hebben we vastgelegd in het Energieakkoord van 2013. Alle gebouwen met een kantoorfunctie hebben dan label C. Het Rijk wil zelf naar label B gaan.  

In 2023 meer duurzame energie dan verwacht

De Nationale Energieverkenning 2017 (NEV) verwacht dat het aandeel hernieuwbare energie ten opzichte van de start van het Energieakkoord in 2013 meer dan verdrievoudigd zal zijn tot 17,3% in 2023. Het Rijksvastgoedbedrijf wil meer hernieuwbare energie gebruiken. Het Programma Groene Technologieën investeert daarom in duurzame technologieën zoals warmte- en koude opslag en thermische energie uit oppervlaktewater.  

Thermische energie uit oppervlaktewater

Er zijn verschillende mogelijkheden om energie uit water te halen, denk aan waterkracht of warmte en koude uit oppervlaktewater. Dit laatste noemen we Thermische Energie uit Oppervlaktewater (TEO). Hierbij worden de temperatuurverschillen van oppervlaktewater in de verschillende seizoenen benut.

In de zomer wordt de warmte van het oppervlaktewater opgeslagen in een WKO-installatie (warmte- en koudeopslag) in de bodem. In de winter wordt deze opgeslagen warmte gebruikt om met behulp van een warmtepomp gebouwen te kunnen verwarmen. En andersom: de aanwezige koude van het oppervlaktewater in de winter wordt opgeslagen om in de zomer te zorgen voor een duurzame koeling. Zo kan TEO een grote bijdrage leveren aan het verwarmen en koelen van gebouwen en kantoren.

Onderzoek (november 2018) wijst uit dat TEO voor gebouwen vanaf 5.000m² minimaal een verbetering naar label A mogelijk maakt. TEO gecombineerd met WKO geeft de grootste energiebesparing (label verbetering) en tevens een aardgasvrije duurzame energieopwekking. Ecologisch randvoorwaarde is dat er geringe beïnvloeding van het oppervlaktewater plaats vindt.

De meeste gebouwen kunnen zonder probleem op stromend water worden aangesloten. Bij klein stilstaand water en havens aan klein stromend water is TEO zeer beperkt mogelijk. Een rendabele afstand van het gebouw tot het water, bij een gewenste terugverdientijd van 20 jaar, is 250 m bij een klein gebouw(5000m²) en 1200 m bij een groot gebouw (50.000m²). TEO kan een duurzaam alternatief zijn voor de huidige energievraag voor het verwarmen en koelen van de bebouwde omgeving.

Warmte- en koudeopslag als gebiedsstrategie

Steeds meer bedrijven en organisaties willen gebruik maken van warmte- en koudeopslag (WKO). Energie wordt dan, in de vorm van warmte of koude, tijdelijk opgeslagen in de bodem zodat deze in een ander seizoen benut kan worden.

Het Rijkvastgoedbedrijf, gemeenten, vastgoedeigenaren en provincies werken samen om de ruimte in de bodem optimaal te kunnen benutten. Zo ontstond in Utrecht een eerste pilot in het gebied Moreelse, genaamd CRYSTAL: CReate Your Sustainable Thermo energy storage at Area Level with fiber optic monitoring.

Zie ook